staatsteun
Een raadslid stelde op 3 april 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Delft.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Beantwoording van technische vragen van ChristenUnie over staatssteun.
Vraag:
Wat is de mogelijke staatssteun aan Stichting het Rietveld? En wanneer is dit geoorloofd en wanneer niet meer ('verboden staatssteun')?
Antwoord:
Steun Stichting Rietveld Theater (SRT): a.
Steun in de vorm van een huurkorting ad ca. € 39.000 per jaar;
b.
Steun in de vorm van subsidie voor activiteiten SRT ad ca. € 75.000 per jaar.
Regeling geoorloofde staatssteun:
De regeling omtrent Staatssteun staat in artikelen 107-109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (Rome, 25 mrt 1957), hierna: VWEU.
Artikel 107 van het VWEU bepaalt in lid 1 dat sprake kan zijn van staatssteun die niet verenigbaar is met de interne markt (oftewel: ongeoorloofde staatssteun) als voldaan is aan de 5 criteria die staan genoemd bij de beantwoording van vraag 2.
In lid 3 van artikel 107 VWEU staat dat bepaalde steunmaatregelen (onder omstandigheden als) met de interne markt verenigbaar kunnen worden beschouwd, te weten: d.
Maatregelen ter bevordering van cultuur en instandhouding cultureel erfgoed, mits voorwaarden handelsverkeer en mededinging in EU niet zodanig veranderd dat gemeenschappelijk belang wordt geschaad;
Het bepaalde in artikel 107, lid 3, onder d van het VWEU is nader uitgewerkt in artikel 53 van Verordening 651/2014, de zogenaamde Algemene Groepsvrijstellingsverordening (hierna AGVV).
In dat artikel staat: “1. Steun voor cultuur en instandhouding van het erfgoed is verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, van het Verdrag en is van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag vrijgesteld, mits de in dit artikel en in hoofdstuk I vastgestelde voorwaarden zijn vervuld.”
Diverse juristen binnen de gemeente hebben getoetst of is voldaan aan de voorwaarden van hoofdstuk I en zij zijn tot de conclusie gekomen dat dat zo is. Zij hebben hun bevindingen ook kort gedeeld met Europa decentraal, van wie zij informele bevestiging hebben gekregen dat sprake is van geoorloofde staatssteun.
Vraag:
Welke factoren worden meegewogen of iets wel/geen staatssteun is? Wordt hierin ook meegewogen wat de mogelijke effecten op andere (markt)partijen in de stad kunnen zijn?
Antwoord:
De regeling omtrent Staatssteun staat in artikelen 107-109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (Rome, 25 mrt 1957), hierna: VWEU.
Artikel 107 van het VWEU bepaalt in lid 1 dat sprake kan zijn van staatssteun die niet verenigbaar is met de interne markt (oftewel: ongeoorloofde staatssteun) als voldaan is aan 5 criteria:
• Steun wordt verleend aan een onderneming (dat is een eenheid die een economische activiteit (=activiteit waarbij goederen of diensten op een markt worden aangeboden) uitvoert, ongeacht rechtsvorm of wijze van financiering);
• Steun wordt (direct/indirect) bekostigd met staatsmiddelen (‘staat’ lezen als ‘overheid’, waaronder gemeente, bijv. subsidies/leningen/garanties/vrijstellingen/inkomstenderving overheid/niet innen schulden/ vragen te lage prijs/voordeel in natura etc.);
• De staatsmiddelen verschaffen een niet marktconform economisch voordeel (verbetering financiële situatie onderneming die niet zou zijn verkregen via normale marktvoorwaarden/commerciële weg);
• De maatregel is selectief (geldt voor 1 of een paar ondernemingen of voor een specifieke sector of regio);
• De maatregel vervalst de mededinging (of dreigt dat te doen) en (dreigt te) leiden tot ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer in de EU (grensoverschrijdend effect (ruim lezen, plaatselijke aard dienst sluit grensoverschrijdend effect niet uit…geen ongunstige beïnvloeding als zuiver lokale activiteiten), verbetering positie onderneming t.o.v. concurrenten).
In de beoordeling of sprake is van staatssteun wordt meegewogen wat de effecten op andere partijen kunnen zijn: de vraag of sprake is van staatssteun is daar immers mede van afhankelijk (toets dreigende vervalsing mededinging/ ongunstige beïnvloeding handelsverkeer EU). Dan gaat het niet zo zeer om andere partijen in de stad, maar om andere partijen/ het handelsverkeer/concurrenten in heel Europa in het algemeen. Van dergelijke beïnvloeding is in het kader van de staatssteunregeling vrij snel sprake.
Naast de staatssteuntoets weegt de gemeente in haar (in dit geval cultuur) beleid, op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (waaronder het beginsel van zorgvuldige voorbereiding), ook af onder welke voorwaarden zij steun wenst te verlenen. Die afweging houdt veel specifieker rekening met het speelveld in Delft. In dat kader geldt het volgende:
De investering in het object Rietveld 49 heeft als doel het realiseren van een podiumkunstenpand in de binnenstad van Delft. We geven een functionele kwalitatieve impuls, verduurzamen het pand en maken dit beter toegankelijk voor mindervaliden. Daarmee brengen we de culturele infrastructuur verder op orde.
Het ruimtelijke tekort op het gebied van podia en theaterfuncties (zie IHP Cultuur) lossen we hiermee deels op. De functie van het pand Rietveld 49 voorziet hiermee in de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte voor de buurt, de (binnen)stad en de ernaast gelegen wijken. Dit stimuleert de aantrekkingskracht en verblijfskwaliteit. Gezien het vertrek/verhuizing van Filmhuis Lumen (verhuist in 2026 naar Nieuw Delft), Ciccionina (gesloten in 2021), Flora Theater (gestopt in 2022), Burgwal (leegstand) is dat een goede ontwikkeling op cultureel gebied.
Stichting Rietveld Theater (SRT) verzorgt al sinds 2012 de programmering. De stichting stelt talentvolle podiumkunstenaars in de gelegenheid om optredens te verzorgen en faciliteert hen met bijvoorbeeld productionele- en marketingkennis.
De activiteiten van SRT dragen bij aan de doelstellingen van het cultuurkader 2021-2030 en de daarbij behorende speerpunten: Meedoen met Cultuur, Stedelijke Aantrekkelijkheid en Cultuur en Innovatie. In de activiteiten zijn oog voor inclusie, verbinding, talentontwikkeling, het bevorderen van het makersklimaat en een onderscheidend aanbod belangrijk. De activiteiten van SRT brengen artistiek hoogwaardige presentaties en een levendig amateurkunstklimaat samen.
Daarnaast levert het Rietveld Theater een actieve bijdrage aan samenhang en verbinding tussen omwonenden en breder tussen inwoners van Delft. Het ondersteunt de ambitie dat in Delft iedereen zijn (culturele) talenten kan ontdekken en ontwikkelen. Daarnaast bevorderen de activiteiten de stedelijke aantrekkelijkheid en een evenwichtige bezoekerseconomie door bij te dragen aan een gevarieerd en onderscheidend cultuurprogramma in de stad. Stichting Rietveld Theater ontvangt subsidie voor een breed scala aan activiteiten die omschreven zijn in hun meerjarenplan.
Door te investeren in het object ontstaat meer ruimte voor de podiumkunsten en amateurkunst (3 repetitieruimtes en 2 zalen). Gelijktijdig helpt de investering de VAK met de oplossing van een belangrijk ruimteprobleem. Met het oog op bovenstaande is ook de steun aan SRT in de vorm van een huurkorting is proportioneel, werkt niet marktverstorend en is transparant. De korting is proportioneel omdat SRT de huursom moet betalen die zij maximaal kan dragen. Er is geen sprake van marktverstoring aangezien in de binnenstad van Delft geen andere culturele partijen zijn die deze programmering in deze volle breedte kunnen verzorgen en hier bovendien een bewezen track-record in hebben. De steun wordt verder middels het raadsbesluit transparant verleend.
Vraag:
Wie bepaalt/beoordeelt of er wel/niet sprake is van geoorloofde of ongeoorloofde staatsteun?
Wordt dit onafhankelijk van de gemeente en andere belanghebbende getoetst?
Antwoord:
Zie antwoord vraag 1, laatste alinea.
Vraag:
Wanneer in het proces vindt de staatssteuntoets plaats? En vindt dit opnieuw plaats bij wijzigingen in de verbouwingskosten en/of de huurovereenkomst met SRT?
Antwoord:
De toets of sprake is van staatssteun vindt plaats: voorafgaand aan het geven van staatssteun (door gemeente zelf, in dit geval met informele externe toets) en op het moment van geven staatssteun (monitoring Europese Commissie op basis van artikel 12 AGVV: kennisgeving aan Europese Commissie binnen 20 werkdagen na inwerkingtreding van de steunmaatregel, met alle gegevens en bewijsstukken die de Commissie nodig acht om de toepassing van de AGVV te kunnen monitoren).
De toets vindt niet opnieuw plaats bij wijziging verbouwingskosten, aangezien verbouwingskosten niet gelden als staatssteun, maar als kosten die nodig zijn voor het geschikt maken van het pand van de gemeente voor de daaraan door de gemeente gegeven bestemming.
Toets vindt wel opnieuw plaats indien er een (relevante) wijziging plaatsvindt in de steun aan het SRT (waaronder aanpassing huurovereenkomst).
Vraag: Wat betekent het/ wat zijn de consequenties als er wordt geconstateerd dat de steun 'meer is dan nodig'?…
Bekijk de brief: beantwoording vragen CU over staatsteun
Bron: raadsinformatie van de gemeente Delft (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.