Veiligheid van Vrouwen in Delft
Een raadslid stelde op 9 april 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Delft (5 vragen).
In het kort
5 vragen en wat het college antwoordt
- Onderschrijft het college dat onveiligheidsgevoelens in de openbare ruimte, met name bij vrouwen, een structureel maatschappelijk probleem vormen dat ook in Delft… → Het college onderkent dat geweld tegen vrouwen, ongewenst gedrag of overschrijdend gedrag tegen vrouwen een breder maatschappelijk probleem is, dat voortdurend, en dus niet alleen na…
- Op basis van de antwoorden op technische vragen blijkt dat er “geen signalen” zijn van onveilige plekken. → Of er beleid en maatregelen moeten worden ontwikkeld hangt niet alleen af van de signalen in de media, maatschappelijke organisaties en inwoners.
- Acht het college het wenselijk dat de gemeente momenteel geen concreet inzicht heeft in waar, wanneer en waarom vrouwen zich in Delft onveilig voelen in de openbare… → Zo ja, waarom; zo nee, welke aanvullende stappen gaat het college zetten om dit inzicht alsnog te verkrijgen?
- Is het college bereid om de bestaande metingen (zoals de Veiligheidsmonitor, Omnibus of het DIP) structureel te benutten of aan te passen zodat veiligheidsbeleving… → Zo nee, waarom niet?
- Is het college bereid om, op basis van bestaande en nog te verzamelen inzichten, te komen tot een samenhangende aanpak gericht op het vergroten van de… → Zo nee, waarom niet?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Bestuur Bestuursondersteuning bezoekadres:
Stationsplein 1 2611 BV Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Internet www.delft.nl Telefoon 14015 Retouradres : Postbus 78, 2600 ME Delft
De fractie van VVD T.a.v. Olivier van Warmerdam
Datum
Onderwerp
03-02--2026
Schriftelijke vragen over ‘Veiligheid van Vrouwen in Delft’.
Ons kenmerk
6394921 Uw brief van Uw kenmerk Bijlage
Geacht heer Van Warmerdam, Op 6 januari 2026 heeft u schriftelijke vragen gesteld over de veiligheid van vrouwen in Delft. Hierbij treft u de beantwoording aan.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Onderschrijft het college dat onveiligheidsgevoelens in de openbare ruimte, met name bij vrouwen, een structureel maatschappelijk probleem vormen dat ook in Delft aandacht behoeft, los van het aantal formele meldingen?
Antwoord van het college
Het college onderkent dat geweld tegen vrouwen, ongewenst gedrag of overschrijdend gedrag tegen vrouwen een breder maatschappelijk probleem is, dat voortdurend, en dus niet alleen na incidenten, om betrokkenheid vraagt van iedereen. De overheid, organisaties en burgers hebben daarin allen een belangrijke rol; of het nu gaat om bewustwording, het aanpakken van de oorzaken of ondersteuning van slachtoffers, we zijn er met elkaar verantwoordelijk voor om een cultuur te creëren waar iedereen veilig is.
Dat met name sommige vrouwen zich onveilig voelen op bepaalde plekken in de openbare ruimte komt naar voren in de media alsook via meldingen die ons bereiken, maar het college is niet van mening dat hier sprake is van een structureel probleem van onveiligheid in de openbare ruimte. We hebben daarbij ook géén indicatie dat Delft in negatieve zin afwijkt van andere gemeenten. Zoals in de technische beantwoording genoemd: veiligheidsbeleving kan voor elk persoon en elke situatie verschillen en daarbij merken we op dat het veiligheidsgevoel van vrouwen in Delft de afgelopen jaren een stabiel beeld vertoond. Het veiligheidsgevoel van mannen en vrouwen volgt daarin ook min of meer dezelfde ontwikkeling.
Vraag 2
Op basis van de antwoorden op technische vragen blijkt dat er “geen signalen” zijn van onveilige plekken. Welke typen signalen beschouwt het college als voldoende aanleiding om beleid of maatregelen te ontwikkelen, en waarom vallen signalen uit media, Datum 03-02--2026 Ons kenmerk 6394921 maatschappelijke organisaties of inwoners die zich onveilig voelen hier kennelijk niet onder?
Antwoord van het college
Of er beleid en maatregelen moeten worden ontwikkeld hangt niet alleen af van de signalen in de media, maatschappelijke organisaties en inwoners.
Deze signalen worden uiteraard gevolgd en serieus genomen. Maar de kernvraag blijft of de aangedragen locaties daadwerkelijk onveilig zijn. Het veiligheidsbeleid is op alle inwoners gericht en wij doen op dit punt niet aan doelgroepenbeleid. Zorgen dat alle inwoners zich veilig voelen is uiteraard ons uitgangspunt, maar realiteit is dat niet elke inwoner ook hetzelfde voelt op de genoemde locaties. Het college hecht eraan reële verwachtingen te wekken. Vanuit de gemeente en de samenwerkingspartners bekijken wij aan de hand van een schouw of de in de media of door inwoners aangedragen locaties onveilig kunnen zijn. Als dat het geval is, wegen wij af welke fysieke maatregelen genomen kunnen worden. Dit kunnen maatregelen zijn zoals: extra fysiek toezicht van de politie en toezicht & handhaving, aanpassingen in de openbare ruimte of in een uiterst geval de inzet van cameratoezicht.
Of als gevolg daarvan het veiligheidsgevoel bij de personen die zich op de plek eerder onveilig voelden toeneemt, is maar zeer de vraag. Het onveiligheidsgevoel wordt namelijk niet alleen beïnvloed door de locatie of de omgeving. Het college beschouwt plaatsen onder andere potentieel onveilig indien hier zowel op fysiek vlak (zichtlijnen, verlichting, het ontbreken van toezicht en achterstallig onderhoud) als feitelijk (incidenten en meldingen) duidelijke aanknopingspunten zijn.
Vraag 3
Acht het college het wenselijk dat de gemeente momenteel geen concreet inzicht heeft in waar, wanneer en waarom vrouwen zich in Delft onveilig voelen in de openbare ruimte?
Antwoord van het college
Zo ja, waarom; zo nee, welke aanvullende stappen gaat het college zetten om dit inzicht alsnog te verkrijgen?
Als college hebben wij het inzicht dat de gestelde problematiek niet dusdanig groot is in Delft. Toch hebben wij ervoor gekozen om dat beeld via het Delfts Internet Panel (DIP) te toetsen en uit te breiden. Ook gaan wij ervan uit en benadrukken wij dat onze inwoners, als zij zich op bepaalde plekken onveilig voelen of als op bepaalde plekken incidenten zijn geweest, zij dit ook melden op de daarvoor beschikbare kanalen bij de gemeente of de politie.
Vraag 4
Is het college bereid om de bestaande metingen (zoals de Veiligheidsmonitor, Omnibus of het DIP) structureel te benutten of aan te passen zodat veiligheidsbeleving expliciet naar gender en locatie kan worden uitgesplitst?
Antwoord van het college
Zo nee, waarom niet?
De huidige metingen zoals de Veiligheidsmonitor, de Omnibus enquête en het DIP worden structureel benut om het veiligheidsbeleid vorm te geven en gericht uit te voeren. In de Omnibus is het veiligheidsgevoel reeds naar man en vrouw uitgesplitst. Dit geldt ook voor het DIP. Als college kijken wij altijd naar mogelijkheden om het beeld over veiligheidsbeleving aan te vullen en naar de locaties waar deze mogelijk verbeterd kan worden. Wij zijn van
2/3
Datum
03-02--2026 Ons kenmerk
6394921
mening dat wij met de huidige middelen voldoende inzicht hebben op de Delftse situatie.
Vraag 5
Is het college bereid om, op basis van bestaande en nog te verzamelen inzichten, te komen tot een samenhangende aanpak gericht op het vergroten van de veiligheidsbeleving van onder andere vrouwen in de openbare ruimte, en de raad hierover te informeren?
Antwoord van het college
Zo nee, waarom niet?
Het vergroten van de veiligheidsbeleving voor alle inwoners is een continu proces. Door het uitvoeren van de door de raad vastgestelde prioriteiten (beleidsplan Samen Veilig in Delft 2023-2026) en het door ons vastgestelde uitvoeringsplan Veiligheid 2025-2026 draagt bij aan het vergroten van de veiligheidsbeleving. Deze prioriteiten zijn gebaseerd op kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeken zoals de Veiligheidsmonitor, politiecijfers en omnibus alsook de input vanuit de partners. Dit ziet het college als een samenhangende aanpak. Als uit de opgedane inzichten blijkt dat in sommige buurten of plekken de veiligheidsbeleving achterblijft dan worden deze inzichten meegenomen in het nieuwe uitvoeringsplan.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Delft (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.