Haagse winkelstraten
Een raadslid stelde op 13 mei 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Den Haag.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Nur Icar Wethouder van MKB, Werk en Participatie
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de algemene raadscommissie (Bestuur)
DSO/11022033 RIS325125 Contactpersoon
Roxy Hoenstok Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
DSO Economie Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
22 april 2026
Onderwerp
Beantwoording vragen commissie Bestuur d.d. 19 november 2025 over Haagse winkelstraten
Geachte voorzitter, Op 19 november 2025 is, tijdens de behandeling in de commissie Bestuur van punt G Winkelstratendebat, toegezegd een aantal gestelde vragen in Q1 2026 schriftelijk te beantwoorden.
Onderstaand treft u de beantwoording van deze vragen aan, die vanwege de betrokkenheid van verschillende diensten en afdelingen meer tijd heeft gevergd. De vragen zijn gerangschikt naar de onderwerpen waarover de vragen zijn gesteld: − meer inzet op uitstraling van etalages van leegstaande winkelpanden; − inventariseren van het aantrekken van bedrijven op bedrijventerreinen naar winkelstraten; − voorrang in meldingssystematiek voor bedrijfsinvesteringszones en winkelstraten.
Meer inzet op de uitstraling van etalages van leegstaande winkelpanden Op basis van de Retailmonitor 2024 (RIS322128), opgesteld door adviesbureau Stec Groep, is de structurele leegstand in Den Haag beperkt en stabiel. Buiten de Megastores ligt het leegstandspercentage rond de 5%, wat als gezonde frictieleegstand geldt die ruimte biedt voor vernieuwing. Waar wel leegstand voorkomt, is het positief dat veruit de meeste eigenaren actief werken aan een nieuwe invulling.
De Retailmonitor 2024 laat zien, dat een actieve en verzorgde uitstraling van winkelgebieden bijdraagt aan een betere beleving voor bewoners en bezoekers. Een tijdelijke invulling of aangeklede etalage sluit daar goed bij aan. Primair is dit een verantwoordelijkheid van de eigenaar van het winkelpand. De eigenaar bepaalt of etalage-aankleding wordt toegestaan, onder welke voorwaarden (inclusief de kosten) en voor welke periode. Om dit te vergemakkelijken, zijn er inmiddels standaardcontracten beschikbaar die de juridische en praktische drempels verlagen. Ook zijn er marktpartijen die het gehele proces voor eigenaren kunnen verzorgen.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11022033
In de Binnenstad is de Taskforce Leegstand actief (een samenwerkingsverband met o.a. Stichting Binnenstadmanagement, bedrijveninvesteringszones (BIZ), gemeente, vastgoedeigenaren, projectontwikkelaars/-investeerders en makelaars), evenals Binnenstad in Bedrijf.
Binnen deze samenwerking wordt actief gewerkt aan een nette uitstraling van leegstaande panden en, waar mogelijk, aan tijdelijke invullingen. Ook in andere gebieden waar het eigendom sterk georganiseerd is, zoals bij vastgoed-BIZ’en, winkelcentra met één eigenaar en bestaande samenwerkingsverbanden, ontstaat meer ruimte voor dit soort initiatieven. In winkelgebieden met versnipperd en kleinschalig particulier eigendom, waar de organisatiegraad laag is, hebben veel eigenaren echter beperkte mogelijkheden en behoefte aan tijdelijke invullingen of een aankleding van leegstaande panden. De verwachte baten wegen voor hen vaak niet op tegen de lasten, zoals kosten, tijdsinvestering en juridische of administratieve handelingen. Bovendien is het voor de gemeente en partners arbeidsintensief om contact te leggen en te onderhouden met deze diverse groep eigenaren.
Het college acht daarom vooral de winkelgebieden waar een transformatiemanager actief is, kansrijk voor een extra inzet op de tijdelijke aankleding van etalages. In deze gebieden is sprake van verhoogde aandacht voor de uitstraling en kwaliteit van het gebied en voor de aanpak van leegstand. Hoewel het eigendom van panden ook hier versnipperd en kleinschalig kan zijn, bestaat er reeds structureel contact met eigenaren, wat de uitvoeringskracht van dergelijke initiatieven vergroot.
Transformatiemanagers in deze gebieden zijn gevraagd om een creatieve, tijdelijke aankleding van etalages in leegstaande panden extra te stimuleren.
Inventariseren van het aantrekken van bedrijven op bedrijventerreinen naar winkelstraten In de Retailmonitor 2024 (RIS322128) wordt aanbevolen om te verkennen waar kansen liggen voor het verleiden van lichte bedrijven op bedrijventerreinen naar winkelgebieden. Volgens adviesbureau Stec Groep wijzen pilots in het land uit, dat een op de vijf bedrijven op bedrijventerreinen ook zou passen in een winkelstraat. Dit betreft de volgende doelgroepen: ambachtelijke bedrijfsruimten, kleinschalige kantoren, dienstverleners met een publieke functie, kleinschalige winkels en maatschappelijke functies.
Het college staat positief tegenover het verleiden van lichte bedrijven op bedrijventerreinen die beter in een winkelstraat passen, aangezien dit bij kan dragen aan meer vierkante meters bedrijfsruimte en beter gevulde winkelstraten. Daarbij is het wel van belang om te verkennen in hoeverre deze landelijke aanbeveling van Stec Groep ook specifiek van toepassing is op Haagse bedrijventerreinen. In de gebiedskaders ZDK, Fruitweg en Uitenhagestraat (RIS318669) zijn uitgangspunten opgesteld, die duidelijkheid aan eigenaren en andere marktpartijen bieden over wat er wel en niet mogelijk is op een bedrijventerrein. Hierin wordt het basisuitgangspunt gehanteerd, dat een bedrijventerrein gebruikt moet worden door bedrijven waarvoor een bedrijventerreinomgeving noodzakelijk is om goed te kunnen functioneren. Dit sluit aan bij het beleid van de Provincie Zuid-Holland en Metropoolregio Rotterdam Den Haag, dat inzet op het juiste bedrijf op de juiste plek en het beter benutten van bedrijventerreinen. Het is dus van belang dat ruimte van bedrijven die naar een winkelstraat verplaatsen, opnieuw wordt ingevuld met functies die passen bij een bedrijventerrein. Ook voor een deel van de bedrijven die moeten verplaatsen door de transformaties van de Binckhorst en Laakhavens, zou dit mogelijk een betaalbare oplossing kunnen bieden. Deze beweging komt niet vanzelf op gang. Extra aandacht om deze bedrijven te verleiden en informeren over deze kansen is daarom wenselijk. De gemeente geeft hier uitvoering aan via bestaande gremia en het reguliere accountmanagement met ondernemers die gevestigd zijn op Haagse bedrijventerreinen.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11022033
Voorrang in meldingssystematiek voor bedrijveninvesteringszones en winkelstraten Bewoners en ondernemers kunnen overlast op het gebied van schoon, heel en veilig in de openbare ruimte telefonisch of online melden via Meldingen Den Haag. Deze meldingen worden centraal geregistreerd en vervolgens doorgezet naar diverse afhandelingsorganisaties ter afhandeling.
Afhandelingsorganisaties prioriteren de meldingen op basis van hun beleid en afwegingskaders, bijvoorbeeld op basis van de locatie, de impact en de ernst van de melding.
Het prioriteren van meldingen van BIZ’en op basis van wie de melding heeft gedaan, is conform het gelijkheidsbeginsel juridisch onwenselijk en binnen de huidige meldingssystematiek niet uitvoerbaar.
Meldingen worden afgehandeld op basis van inhoudelijke prioriteit en niet op basis van de melder, mede vanuit het principe van rechtsgelijkheid. Bovendien bestaat de mogelijkheid om meldingen anoniem te doen, waardoor onderscheid naar melder niet altijd mogelijk is.
Tegelijkertijd onderschrijft het college dat winkelstraten van strategisch belang zijn als ontmoetingsplek in de wijk en als visitekaartje van een aantrekkelijke stad. Het college erkent daarom het belang dat meldingen in deze gebieden snel en zorgvuldig worden afgehandeld. Met de 27 ketenorganisaties die de meldingen afhandelen, wordt verkend of meldingen die betrekking hebben op winkelgebieden binnen de hoofdwinkelstructuur met extra urgentie kunnen worden behandeld. Voor een dergelijke aanpak moeten de technische haalbaarheid en nieuwe procesafspraken worden onderzochten. Omdat de betrokken organisaties ieder met een eigen afwegingskader werken, is een uniforme werkwijze niet vanzelfsprekend en vergt de verdere uitwerking hiervan tijd. De mogelijkheden worden verder onderzocht binnen de bestaande ketensamenwerkingen op de thema’s schoon, heel en veilig.
Naast de gemeentelijke inzet, spelen BIZ’en zelf ook een belangrijke rol bij het schoon, heel en veilig houden van hun winkelgebieden. Dit thema maakt dan ook standaard integraal onderdeel uit van de vijfjarenplannen van Haagse BIZ’en. Sommige BIZ’en hebben bovendien de ambitie om hierin nog een extra stap te zetten, bijvoorbeeld door te werken aan slimme en collectieve afvalinzameling. Het college spreekt hiervoor haar waardering uit.
Met vriendelijke groet, de wethouder van MKB, Werk en Participatie Nur Icar
3/3
Bron: raadsinformatie van de gemeente Den Haag (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.