2 oktober 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Den Haag

RIS320084 Beantwoording vragen Cie Ruimte nav behandeling ruimtelijke onderbouwing Steenzicht 19-9-2024

Een raadslid stelde op 2 oktober 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (6 vragen).

In het kort

6 vragen en wat het college antwoordt

  • Hoe moet het advies van Woestenek worden uitgelegd met betrekking tot Artikel 3.4 van de nota zoals genoemd op pagina 4 van het externe advies (zie bijlage)? → Een ondertekende overeenkomst voor het aanbieden van deelvervoer kan op grond van artikel 3:4 van de Nota Parkeernormen Den Haag 2021 (RIS309940) worden gevraagd voorafgaand aan het…
  • Hoe verhoudt deelmobiliteit zich tot de nota parkeernormen? → In de Nota Parkeernormen wordt voor de maximale percentages toe te passen deelmobiliteit onderscheid gemaakt tussen een situatie met parkeerregime en – als terugvaloptie - een situatie…
  • Hoeveel parkeerplaatsen voor deelmobiliteit worden in dit plan gerealiseerd in de openbare ruimte en inpandig? → In het rapport van Goudappel zijn twee varianten van het plan doorgerekend, een variant met en een variant zonder de invoering van een parkeerregime.
  • Voor wie is deelmobiliteit beschikbaar in relatie tot de nota parkeernormen? → In de Nota Parkeernormen staat in artikel 3.4 dat de autoparkeervraag kan worden gereduceerd door de inzet van deelmobiliteit.
  • Hoe ziet het besluitvormingsproces van deze vergunningsaanvraag en het juridische traject van de rechtszaak er vanaf nu uit? → Het proces staat omschreven in de commissiebrief “Stand van zaken Steenzicht” (RIS319467): “Als alle adviezen positief zijn, wordt een ontwerp vergunning opgesteld.
  • Hoe verloopt het vergunningsproces BOPA voor het plan Ruimzicht? → Zoals omschreven in de commissiebrief “Heroverweging renovatie Ruimzicht” (RIS318898) is het uitgangspunt vooralsnog dat het bouwplan zelf kan worden gerealiseerd binnen het vigerend…

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Hoe moet het advies van Woestenek worden uitgelegd met betrekking tot Artikel 3.4 van de nota zoals genoemd op pagina 4 van het externe advies (zie bijlage)?

Antwoord van het college

Een ondertekende overeenkomst voor het aanbieden van deelvervoer kan op grond van artikel 3:4 van de Nota Parkeernormen Den Haag 2021 (RIS309940) worden gevraagd voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning. Vanwege de soms lange periode die het vergt om een onherroepelijke omgevingsvergunning te krijgen en vervolgens de bouwtijd, is het voor ontwikkelaars vaak niet mogelijk om al bij het vaststellen van het ruimtelijk kader een ondertekende overeenkomst voor deelvervoer te overleggen. Daarom wordt er doorgaans voor gekozen om in de omgevings-vergunning de voorwaarde op te nemen dat een half jaar voorafgaand aan de ingebruikname ter goedkeuring een ondertekende overeenkomst voor deelvervoer dient te worden overgelegd. De voorwaarde dat de parkeerplaatsen na de periode van vijf jaar beschikbaar blijven voor bewoners, wordt opgenomen in de omgevingsvergunning. Bij de commissiebrief ‘Borging parkeerbeleid‘ (RIS319498), die aan de commissie Ruimte is gestuurd, is een advies van Pels Rijcken Advocaten gevoegd. Pels Rijcken beoordeelt bovengenoemde vergunningsvoorwaarde als juridisch houdbaar.

Vraag 2

Hoe verhoudt deelmobiliteit zich tot de nota parkeernormen?

Antwoord van het college

In de Nota Parkeernormen wordt voor de maximale percentages toe te passen deelmobiliteit onderscheid gemaakt tussen een situatie met parkeerregime en – als terugvaloptie - een situatie zonder parkeerregime. Dit is opgenomen in artikel 3.4 van de betreffende Nota Parkeernormen. Gemeente Den Haag Spui 70 Den Haag Postbus 12600 2500 DJ Den Haag Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl Gemeente Den Haag Ons kenmerk DSO/10800107 Voor een situatie met parkeerregime is het maximaal toegestane percentage deelauto's 50%, daarnaast is het mogelijk om ook 10% van de parkeervraag voor bewoners op te lossen door de inzet van deelbakfietsen. In het plan zijn 5 deelauto's en 10 deelbakfietsen opgenomen, dit betreft respectievelijk 16% en 8% van de oorspronkelijke parkeervraag. Voor de situatie zonder parkeerregime is het maximaal toegestane percentage deelauto's 10% en voor deelbakfietsen bedraagt dit 5%. In de situatie zonder parkeerregime zijn 3 deelauto's en 6 deelbakfietsen opgenomen. Dit komt overeen met de maximale toegestane percentages, dus respectievelijk 10% en 5% van de oorspronkelijke parkeervraag.

Vraag 3

Hoeveel parkeerplaatsen voor deelmobiliteit worden in dit plan gerealiseerd in de openbare ruimte en inpandig?

Antwoord van het college

In het rapport van Goudappel zijn twee varianten van het plan doorgerekend, een variant met en een variant zonder de invoering van een parkeerregime. De vergunningaanvraag gaat uit van de situatie met parkeerregime (hoofdstuk 3). Hierbij zijn 5 inpandige deelauto's opgenomen en 10 inpandige deelbakfietsen. Er komt in deze situatie geen deelmobiliteit op de openbare straat. Het Goudappelrapport heeft als terugvaloptie ook een parkeerbalans opgesteld voor de situatie zonder parkeerregime. Het rapport toont aan dat er ook zonder parkeerregime een sluitende parkeerbalans mogelijk is (hoofdstuk 4). Bij deze terugvaloptie zijn geen inpandige deelauto's opgenomen, maar wel 3 in de openbare ruimte. Daarnaast zijn 6 deelbakfietsen inpandig opgenomen in deze variant.

Vraag 4

Voor wie is deelmobiliteit beschikbaar in relatie tot de nota parkeernormen?

Antwoord van het college

In de Nota Parkeernormen staat in artikel 3.4 dat de autoparkeervraag kan worden gereduceerd door de inzet van deelmobiliteit. De aanvrager moet hiervoor deelmobiliteit aanbieden aan bewoners op geoormerkte deelmobiliteitsplekken. Deze mogen op eigen terrein, in een nabijgelegen parkeervoorziening of op openbare straat gerealiseerd worden. In de Nota Parkeernormen is niet verder gespecificeerd of de deelmobiliteit exclusief ten behoeve van de bewoners van het plan moet zijn of ook een buurtfunctie mag hebben.

Vraag 5

Hoe ziet het besluitvormingsproces van deze vergunningsaanvraag en het juridische traject van de rechtszaak er vanaf nu uit?

Antwoord van het college

Het proces staat omschreven in de commissiebrief “Stand van zaken Steenzicht” (RIS319467): “Als alle adviezen positief zijn, wordt een ontwerp vergunning opgesteld. Deze wordt zes weken ter inzage gelegd voor zienswijzen. De zienswijzen worden beantwoord en verwerkt in het besluit. Als de beantwoording geen reden geeft tot een ander besluit, wordt de vergunning (met de algemene verklaring) verleend en gepubliceerd voor de mogelijkheid tot beroep. Met deze vergunning wordt aan de oorspronkelijke vergunning voor het bouwen alsnog ruimtelijke grondslag gegeven. In zoverre wordt de vergunning ‘gerepareerd”. Het formele advies van het Hoogheemraadschap op de watertoets moet nog binnen komen. Als de laatste adviezen binnen zijn kan de ontwerp-vergunning ter inzage worden gelegd. De rechtbank voegt in de beroepszaak tegen de eerder afgegeven vergunning voor de activiteit “bouwen”, de nieuwe vergunning “strijdig gebruik” toe aan het dossier van de beroepszaak om deze gezamenlijk te behandelen. Daarmee worden de juridische risico’s op verdere stagnatie van de ontwikkeling en daarmee gepaard gaande negatieve maatschappelijke effecten (denk aan leegstand, het niet kunnen terugverhuizen van de bewoners, etc.) zo veel mogelijk geminimaliseerd. 2/3 Gemeente Den Haag Ons kenmerk DSO/10800107

Vraag 6

Hoe verloopt het vergunningsproces BOPA voor het plan Ruimzicht?

Antwoord van het college

Zoals omschreven in de commissiebrief “Heroverweging renovatie Ruimzicht” (RIS318898) is het uitgangspunt vooralsnog dat het bouwplan zelf kan worden gerealiseerd binnen het vigerend omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan “Bouwlust”). De ontwikkelopzet voor Ruimzicht is een groeimodel, waarbij de uitbreiding van de ruimtes op het binnenterrein meegroeit met de grootte van het draagvlak voor deze voorzieningen. Een BOPA-procedure is dan pas aan de orde. Pas als de bedrijfsruimtes in de plinten van het gebouw allemaal gevuld zijn en dusdanig gezond draaien dat de omstandigheden goed genoeg zijn om het aanbod te laten groeien, is een uitbreiding op het binnenterrein aan de orde. Omdat deze uitbreiding niet binnen het vigerende planologische kader past zal tegen die tijd voor de bebouwing op het binnenterrein een BOPAprocedure nodig zijn. Dit wordt de eerste jaren nog niet verwacht.

Bekijk de brief: RIS320084 Beantwoording vragen Cie Ruimte nav behandeling ruimtelijke onderbouwing Steenzicht 19-9-2024

Bron: raadsinformatie van de gemeente Den Haag (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Den Haag

Alle artikel 35-vragen in Den Haag