10 februari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Eijsden-Margraten

05 Schriftelijke vragen en antwoorden Continuïteit jeugdhulp Zuid-Limburg, bijdrage Mutsaertsstichting

Een raadslid stelde op 10 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Eijsden-Margraten (1 vragen).

In het kort

1 vragen en wat het college antwoordt

  • 2 Onzekerheid over duurzaam herstel, pagina 5 De financiële positie van de Mutsaersstichting blijft kwetsbaar, ondanks ingezette maatregelen en een licht positieve… → Noord en midden Limburg zijn als accounthoudende regio primair verantwoordelijk voor het activeren en coördineren van noodremscenario’s.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Raadsvergadering 10 februari 2026 Schriftelijke vragen Agendapunt 05: Continuïteit jeugdhulp Zuid-Limburg, bijdrage Mutsaertsstichting

Vraag 1 Er wordt gesproken over ‘proactieve uitwerking van scenario’s in geval van het overdragen van zorg aan andere aanbieders’. Wanneer is deze proactieve uitwerking van de scenario’s klaar en krijgen wij daar inzicht in?

Antwoord:

De scenario’s voor een eventuele overdracht van zorg worden momenteel gezamenlijk uitgewerkt door Noord-, Midden- en Zuid-Limburg samen met de Mutsaersstichting. Conform de regionale afspraken zullen deze scenario’s uiterlijk in mei 2026 gereed zijn.

Deze scenario’s bevatten gedetailleerde informatie over zorgcontinuïteit, kwetsbare jeugdigen, capaciteit van alternatieve aanbieders en bovenregionale noodmaatregelen. Vanwege de aard van deze informatie – die zowel privacygevoelig is als risico’s voor zorgcontinuïteit kan beïnvloeden – kunnen de scenario’s niet openbaar worden gedeeld. Dit geldt zowel vanwege individuele herleidbaarheid (kleine aantallen, specifieke zorgvormen) als vanwege het feit dat openbaarmaking de uitvoerbaarheid en onderhandelingspositie richting aanbieders kan schaden.

De gemeenteraad blijft echter volledig geïnformeerd via frequente Raadsinformatiebrieven (RIB’s).

Zodra er belangrijke ontwikkelingen zijn in het uitwerken, valideren of activeren van de scenario’s, zal de raad daarover tijdig en transparant worden bijgepraat.

Vraag 2 Er wordt gewerkt aan scenario’s voor het overdragen van zorg aan andere aanbieders. Hoe verhoudt zich dit tot de stelling dat Zuid-Limburg niet kan terugvallen op andere aanbieders voor de specialistische zorg die de Mutsaersstichting biedt bij onder andere eetstoornissen en genderdysforie?

Antwoord:

Mutsaers heeft 700 à 800 kinderen in zorg. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de continuïteit van zorg en zouden voor die kinderen een alternatief moeten vinden. Het uitwerken van scenario’s betekent niet dat er nu al voldoende alternatieve aanbieders zijn voor de specialistische zorg van Mutsaers.

Veel hoog specialistische functies (eetstoornissen, trauma, genderzorg) kennen nauwelijks regionale alternatieven en kampen met landelijke capacitaire krapte.…

Vragen en antwoorden

Vraag 1

2 Onzekerheid over duurzaam herstel, pagina 5 De financiële positie van de Mutsaersstichting blijft kwetsbaar, ondanks ingezette maatregelen en een licht positieve prognose voor 2026. Duurzaam herstel vergt naar verwachting 2 tot 2,5 jaar en is afhankelijk van Vastgoedverkopen en strakke sturing. Wij managen dit door intensieve monitoring en toets momenten juridisch te borgen in de uitvoeringsovereenkomst. Indien herstel uitblijft, zijn noodremscenario’s uitgewerkt voor gecontroleerde overdracht van zorg. Indien herstel uitblijft en geborgde verplichting niet nagekomen kunnen worden wie draagt dan daadwerkelijk tijdig zorg voor de noodremscenario's?

Antwoord van het college

Noord en midden Limburg zijn als accounthoudende regio primair verantwoordelijk voor het activeren en coördineren van noodremscenario’s. Dit gebeurt binnen de formele MGR-regievoering.

Zuid-Limburg en de Jeugdautoriteit zijn hierbij onlosmakelijk partner, omdat een ordelijke overdracht altijd regiogrenzen overstijgt. Wij ontvangen tijdig informatie via de maandelijkse monitoringsstructuur.

Vraag 5 Welke aanbieders zijn er op dat moment (wel) in beeld om deze specifieke zorg te borgen en in welke regio's, aangezien er meermaals wordt gesproken over een groot gebrek aan aanbieders in onze regio?

Antwoord:

Dat moet nog specifiek uitgewerkt worden en is een vraag die niet makkelijk te beantwoorden is, gezien dit samen hangt met de mogelijkheid die de andere zorgaanbieders hebben qua expertise en capaciteit in hun mogelijkheid en bereidheid om zaken over te nemen, mocht dit nodig zijn.

De 4 zorgaanbieders in financieel zwaar weer (Mutsaers, Xonar, Pactum en Via Jeugd) zijn zogenaamde cruciale zorgaanbieders. Door hun omvang (Mutsaers, XONAR en Pactum) of omdat ze een cruciaal zorgproduct leveren waarvoor geen andere zorgaanbieders beschikbaar zijn (Via Jeugd).

Het draaiboek is van toepassing op cruciale zorgaanbieders met financiële problemen. Discontinuïteit bij een cruciale zorgaanbieder betekent dat de continuïteit van de zorg in het gedrang komt.

Financiële problemen bij kleinere, niet cruciale zorgaanbieders, brengt de continuïteit van de zorg niet in het gedrang. In de afgelopen periode is bijvoorbeeld PsyCare BV failliet gegaan. PsyCare was een kleine zorgaanbieder. De activiteiten zijn overgenomen door een andere partij.

Pagina 2 van 10

De scenario-uitwerking (gereed mei 2026) brengt exact in kaart welke aanbieders welke onderdelen zouden kunnen overnemen en welke capaciteit hiervoor beschikbaar is. Op dit moment is dat beeld niet volledig, juist omdat veel expertise schaars is.

Vraag 6 Pagina 7 Welke peildatum is gehanteerd bij de berekening van deze verdeelsleutel?

Antwoord: 19/4/2024 Vraag 7 In de eerste regel bovenaan staat “exploitatie 2025”.

Moet dat niet “exploitatie 2026” zijn?

Antwoord:

Vanuit het voorzichtigheidsprincipe dienen deze kosten in 2025 genomen te worden. 2025 is dus correct.

Vraag 8 Algemene vragen Hoeveel van de jeugdigen die vorig jaar geholpen zijn door de Mutsaertsstichting waren inwoner van Eijsden-Margraten?

Antwoord:

Het totaal aantal kinderen in zorg voor Zuid-Limburg bedroeg op het moment van vaststelling van de verdeelsleutel 1098. Het aandeel van Eijsden-Margraten daarin bedroeg 0,5%, verdeeld over diverse arrangementen. De verdeelsleutel is het totaal van aantallen cliënten maal de zorgvorm maal de daarbij behorende gemiddelde waarden (tarieven per arrangement).

Vraag 9 De vastgoedopbrengsten zijn incidentele baten. Daar kan toch geen meerjarenbegroting mee sluitend worden gemaakt. Hoeveel vastgoed is nog in het bezit van de Mutsaertsstichting dat nog ten gelden kan worden gemaakt?

Antwoord:

Mutsaers heeft inmiddels het vastgoed in Wessem en in Berg&Terblijt verkocht. Daarmee en uit de verkoop van deelnemingen wordt de financiering (2,5 miljoen) van Rabo afgelost. De taxatiewaarde van met name het instellingsterrein in Venlo is op basis van huidig gebruik. Voor een deel van het instellingsterrein wordt een gebiedsvisie uitgewerkt zodat het kan worden verkocht voor vastgoedontwikkeling. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de gemeente Venlo. Het opbrengstpotentieel uit de vastgoedontwikkeling is nog niet verwerkt in de recente door de Rabobank in 2025 uitgevoerde taxatie van 17 miljoen.

Pagina 3 van 10

Vraag 10:

Kunt u aangeven wat de actuele marktwaarde is van het vastgoed waarop hypothecaire zekerheid wordt gevestigd en hoe deze waarde zich verhoudt tot reeds bestaande hypotheken, claims of andere zekerheidsrechten?

Antwoord:

Het vastgoed waarop zekerheid wordt gevestigd, is in 2025 getaxeerd op €17 miljoen.

Daartegenover staan:

• 1e hypotheek: Rabobank (€2,5 miljoen restant)

• 2e hypotheek: Noord- & Midden-Limburg (€7,5 miljoen)

• 3e hypotheek: Ophoging leenfaciliteit B (€2,9 miljoen) Via een aanvullende overeenkomst is geregeld dat bij gedwongen verkoop de opbrengst naar rato van inbreng wordt verdeeld, ongeacht rangorde van hypotheek, zodat alle regio’s gelijkwaardig zijn qua risico.

Vraag 11:

In het voorstel staat dat de € 2,9 miljoen beschikbaar moet komen zodra hypothecaire zekerheid is verkregen of via een onderlinge overeenkomst die de positie van Zuid-Limburg gelijkwaardig maakt aan die van Noord- en Midden-Limburg. Kunt u toelichten hoe deze gelijkwaardigheid moet worden gelezen en expliciet aangeven of hiermee ook het risicoprofiel gelijk is, bijvoorbeeld in een scenario waarin Noord- en Midden-Limburg een achtergestelde lening verstrekken?

Antwoord:

De gelijkwaardigheid betekent dat Zuid-Limburg via een aanvullende uitvoeringsovereenkomst dezelfde positie krijgt bij eventuele uitwinning van het vastgoed als Noord- en Midden-Limburg.

Dit houdt in dat:

• alle gemeenten naar rato van inbreng meedelen in de opbrengst;

• rangorde (2e of 3e) geen invloed heeft op risico of opbrengst;

• Zuid dus geen achtergestelde lening heeft, maar een gelijkwaardige zekerheid.

Vraag 12:

Zuid-Limburg heeft een implementatiemanager ingehuurd voor de uitvoering van de taskforceactiviteiten. Vallen de kosten van deze inzet binnen het bedrag van € 2,9 miljoen of komen deze aanvullend ten laste van de Zuid-Limburgse gemeenten?

Antwoord:

De samenwerking wordt georganiseerd via een bovenregionale governance met inzet van overkoepelend implementatiemanagement vanuit gezamenlijke gemeentelijke middelen, aangevuld met landelijke ondersteuning en voor Zuid-Limburg een regionale implementatiemanager (gefinancierd via het uitvoeringsplan Jeugdhulp Zuid-Limburg).

Geen vragen.

Pagina 4 van 10

Er zijn diverse voorwaarden geformuleerd om toch een bepaalde garantie te verkrijgen voor onze gemeente.

Vraag 13:

Er zit een risico in dat het uiteindelijk niet leidt tot continuïteit van Mutsaersstichting. Wat betekent dit dan, is EM dan zowel het geld als de benodigde jeugdhulp kwijt?

Antwoord:

Bij discontinuïteit wordt het vastgoed verkocht. De verwachting is dat de opbrengst in beginsel voldoende is om de lening van de regio’s te dekken, mede omdat dit contractueel naar rato wordt verdeeld. Een rest-risico blijft echter bestaan.

Voor cliënten geldt dat gemeenten verantwoordelijk blijven voor continuïteit; via de noodremscenario’s (gereed mei 2026) worden jeugdigen in 1–2 jaar tijd ordelijk overgeplaatst. Voor de cliënten betekent dit dat deze onder moeten worden gebracht bij een andere zorgaanbieder. Wij verwachten gezien de aantallen binnen EM dat dit niet tot grote problemen zal leiden.

Het uitgangspunt blijft dat faillissement van een systeemrelevante aanbieder zoals Mutsaers te allen tijde moet worden voorkomen.

Vraag 14:

En is er al zicht op hoe dat probleem dan opgelost gaat worden, vooral het blijven kunnen aanbieden van deze noodzakelijke jeugdhulp?

Antwoord:

De gemeenten kopen in principe voldoende zorg in. Er zal echter altijd frictie zijn. Bijvoorbeeld door een tekort aan psychiaters, krapte op de arbeidsmarkt etc.

Mede om deze reden onderzoeken wij welke hoog-specialistische zorg op provinciaal niveau georganiseerd kan en moet worden. Schaarse capaciteit en expertise moet zo optimaal mogelijk ingezet worden. Ambulante zorg blijven wij kort bij huis organiseren.

Een robuust zorglandschap betekent een stabiel, samenhangend en toekomstbestendig stelsel waarin continuïteit van cruciale jeugdzorg niet meer afhankelijk is van noodmaatregelen. Ten opzichte van nu zijn er vijf belangrijke verschillen:

1. Pluriform en minder afhankelijk: Zorg wordt bewust gespreid over meerdere aanbieders om afhankelijkheid van enkele grote spelers te verminderen. Gemeenten trekken hierin gezamenlijk op, ook bovenregionaal.

2. Sterkere grip en sturing: Gemeenten hebben vroegtijdig inzicht in financiële risico’s en werken met uniforme contractvoorwaarden, monitoringscycli en duidelijke governance-afspraken.

3. Preventie en normalisatie blijven uitgangspunt: Voorliggende voorzieningen en ouderlijke verantwoordelijkheid worden versterkt, zodat specialistische jeugdhulp alleen wordt ingezet waar echt nodig.

4. Data-gedreven en transparant: Realtime inzicht in wachttijden, capaciteit en resultaten via een regionaal dashboard, gecombineerd met outcome-indicatoren en financiële signalering.

Pagina 5 van 10

5. Gezamenlijke visie en innovatie: Gemeenten, aanbieders en het Rijk werken vanuit één ontwikkelagenda, inclusief harmonisatie van tarieven en contractstandaarden, en verkennen een landelijk waarborgfonds voor continuïteit.

Kortom: van een versnipperd en kwetsbaar systeem naar een samenhangend, financieel beheersbaar en bovenregionaal afgestemd stelsel dat gericht is op continuïteit, effectiviteit en vertrouwen tussen partijen.

Vraag 15: 05a RV pagina 5 Proces van Burgerparticipatie: betrokkenen waren ambtenaren, wethouder en Jeugdautoriteit; dat zijn niet de “burgers” zoals die in het begrip “burgerparticipatie” bedoeld zijn, dus een ietwat vreemde opsomming hier.

Op welke wijze zijn burgers/clienten/e.d. betrokken bij deze gekozen bijdrage?

Antwoord:

Burgers en cliënten worden betrokken via de cliëntenraad van de Mutsaersstichting, die is geïnformeerd over het proces richting het regionale besluit.

Individuele cliënten worden om privacy- en zorginhoudelijke redenen niet betrokken bij besluitvorming over financiering; hun belangen worden vertegenwoordigd via de cliëntenraad en via de continuïteitsnormen in het Draaiboek.

Vraag 16:

Raadsvoorstel pag.2 Indien Mutsaertstichting er niet in slaagt binnen 2 jaar na verstrekking van de lening zelfstandig en duurzaam herstel te realiseren, is de harde voorwaarde dat de zorg wordt overgedragen aan andere aanbieders. Aan welke aanbieders denkt u?

Antwoord:

De mogelijke overdracht van zorg aan andere aanbieders vereist een zorgvuldig, stapsgewijs en bovenregionaal proces. Op dit moment worden de overdrachtsscenario’s ontwikkeld door Noord-, Midden- en Zuid-Limburg in samenwerking met de Mutsaersstichting en de Jeugdautoriteit. Deze scenario’s zullen uiterlijk in mei 2026 gereed zijn.

In deze fase is het niet verantwoord en ook niet wenselijk om specifieke aanbieders te benoemen.

Een te vroege concretisering kan:

•

het scenario-proces beïnvloeden,

•

verwachtingen bij aanbieders of cliënten wekken,

•

de onderhandelingspositie van gemeenten verzwakken,

•

en zelfs de continuïteit van lopende zorg onder druk zetten.

Wat wél kan worden gezegd, is dat de scenario’s in kaart brengen welke typen aanbieders, binnen én buiten de regio, in de toekomst mogelijk een rol kunnen spelen. Daarbij wordt gelet op expertise, capaciteit, beschikbaarheid en de complexiteit van de betreffende zorgvormen.

Pagina 6 van 10

Vraag 17:

Rv pag.3 Indien wordt verwezen naar een RIB zouden we het op prijs stellen als deze (als link) wordt bijgevoegd.

Antwoord:

De betreffende RIB is als bijlage 4 integraal opgenomen bij het raadsvoorstel.

Vraag 18:

Pag.5 over welke voorwaarden wordt hier gesproken?

Antwoord:

De belangrijkste voorwaarden worden onder andere concreet genomen onder punt 1.2 op pagina acht en zijn volledig terug te vinden op pagina op pagina 6 en 7 van bijlage 3.

Vraag 19:

Wat houdt monitoring in?

Antwoord:

Monitoring houdt in dat de Mutsaersstichting maandelijks gevalideerde informatie aanlevert aan gemeenten over de voortgang van het continuïteitsplan. Hierbij wordt gekeken naar onder meer de financiële positie, bedrijfsvoering, personele inzet, naleving van voorwaarden, voortgang op verbetermaatregelen en relevante risico’s.

Deze informatie wordt besproken in het Kernteam Monitoring, waarin alle Limburgse jeugdhulpregio’s zijn vertegenwoordigd. Regio Zuid is sinds oktober 2025 volledig aangehaakt op deze structuur.Op basis van deze gesprekken worden ontwikkelingen beoordeeld, risico’s geduid en afspraken gemaakt.

De resultaten worden vervolgens besproken in de bestuurlijke stuurgroep.

Vraag 20:

Over welke noodscenario’s heeft u het?

Antwoord:

De noodscenario’s, zijn maatregelen die in werking treden als Mutsaers er niet in slaagt tot duurzaam herstel te komen. Daarbij kunt u denken aan:

•

ordelijke overdracht van jeugdigen naar andere aanbieders;

•

bepaling welke specialistische functies niet elders beschikbaar zijn en welke maatregelen dan nodig zijn;

•

fasering van herplaatsing over 1–2 jaar;

•

bovenregionale samenwerking voor tijdelijke waarborgen of crisisoplossingen.

De scenario’s worden op dit moment uitgewerkt door Noord-, Midden- en Zuid-Limburg in samenwerking met Mutsaers en de Jeugdautoriteit en zijn gereed in mei 2026

Vraag 21:

Pagina 7 van 10

Pag.7 De lening van €54.122 is voorzien in de exploitatie van 2025 vanwege de bestendige gedragslijn aan de verwerking van de bijdrage aan Xonar. Waarom kan dit niet in die van 2026? Is dit niet duidelijker en conform de werkelijkheid?

Antwoord:

Conform het voorzichtigheidsprincipe zijn de kosten opgenomen zodra ze voorzienbaar werden. Dit betrof 2025.

Vraag 22:

Task force activiteiten 1.3: Er is een gezamenlijke programmamanager en een implementatiemanager voor ZL ingehuurd. We zouden verwachten dat vooral op management niveau wordt bezuinigd.

Waarom gebeurt dit niet?

Antwoord:

De programmamanager (bovenregionaal) en implementatiemanager (Zuid-Limburg) zijn tijdelijke functies die zijn benodigd vanwege:

•

het omvangrijke en complexe verandertraject (taskforce, herstelplannen, governance);

•

de noodzaak tot bovenregionale afstemming tussen drie jeugdregio’s en het Rijk;

•

de borging van uniforme contractvoorwaarden, monitoring en transformatie.

Deze functies worden tijdelijk vanuit projectmiddelen gedekt en vervangen geen vaste managementfuncties bij gemeenten of aanbieders. De inzet is dus geen structurele managementlaag, maar projectmatige ondersteuning.

Vraag 23:

Bijlage 5c pag.1 in Limburg zijn er 4 zorgorganisaties met continuïteitsproblemen. Hoe is dit in vergelijking met andere provincies?

Antwoord:

Bekend is dat continuïteitsproblemen een landelijk patroon zijn en niet uniek voor Limburg.

Landelijk heeft de Jeugdautoriteit de afgelopen jaren in vrijwel elke regio continuïteitsdossiers behandeld, wat past bij de bredere druk op het stelsel.

Vraag 24:

Bijlage 5d pag.3 2e alinea laatste zin. Door wie is een gedeelte van de aan Xonar toegekende €8 miljoen geblokkeerd?

Antwoord:

Ons niet bekend, dit betreft dossier Xonar en dit onderdeel heeft geen invloed op het raadsvoorstel dat nu voorligt over Mutsaers Vraag 25:

Bijlage 5e pag.7 Conclusie: Welke strikte voorwaarden worden gesteld aan deze lening, vastgelegd in de zg. Uitvoeringsovereenkomst?

Antwoord:

De uitvoeringsovereenkomst bevat onder andere:

Pagina 8 van 10

•

een renteloze lening zonder aflossingsschema, totdat Mutsaers aan vooraf gedefinieerde financiële ratio’s voldoet;

•

hypothecaire zekerheid (3e hypotheek + overeenkomst waarin opbrengst naar rato wordt verdeeld);

•

verplichte maandelijkse rapportages en EWS-monitoring;

•

verplichting tot volledige medewerking aan uitwerking en uitvoering van overdrachtsscenario’s;

•

toetsmomenten (2026) die kunnen leiden tot opschaling of beëindiging van steun;

•

afspraken over governance, tijdigheid van data-aanlevering en naleving herstelplan.

Vraag 26:

1. Bijlage 5g pag.4 4e alinea: Wanneer kunt u spreken van een ‘robuust en duurzaam zorglandschap’?

Antwoord:

Een robuust en duurzaam zorglandschap betekent dat de jeugdzorg niet meer afhankelijk is van ad-hoc maatregelen of de kwetsbaarheid van enkele grote aanbieders, maar dat sprake is van:

1. Pluriform en minder afhankelijk stelsel – meerdere aanbieders, betere spreiding van functies;

2. Sterkere en uniforme sturing – gezamenlijke governance, uniforme contractvoorwaarden en monitoring;

3. Normalisatie en preventie – minder instroom in zware zorg door versterking van informele steun en voorliggende voorzieningen;

4. Datagedreven beleid – realtime inzicht in wachttijden, resultaten en capaciteit;

5. Gedeelde visie en innovatie – gezamenlijke ontwikkelagenda met het Rijk en aanbiederstafel.

Een landschap voldoet aan deze criteria wanneer het financieel stabiel, goed gespreid, voorspelbaar geregeld en bovenregionaal afgestemd is.

Pagina 9 van 10

Pagina 10 van 10

Bekijk de brief: 05 Schriftelijke vragen en antwoorden Continuïteit jeugdhulp Zuid-Limburg, bijdrage Mutsaertsstichting

Bron: raadsinformatie van de gemeente Eijsden-Margraten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Eijsden-Margraten

Alle artikel 35-vragen in Eijsden-Margraten