20 januari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Eijsden-Margraten

06 Schriftelijke vragen en antwoorden Visie 2050 en Strategie 2030 energie- warmtetransitie en circulaire economie

Een raadslid stelde op 20 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Eijsden-Margraten (2 vragen).

In het kort

2 vragen en wat het college antwoordt

  • 6 Citaslow als uitgangspunt. → Dat klopt.
  • Gebruik fossiele energie zo efficiënt mogelijk – alleen inzetten wat nodig is. → De verbetering van het openbaar vervoer valt niet onder de directe verantwoordelijkheid van de gemeente.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Raadsvergadering 20 januari 2026 Schriftelijke vragen Agendapunt 06: Visie 2050 en Strategie 2030 energie- warmtetransitie en circulaire economie

Geen vragen.

Vraag 1:

Het document schetst een mogelijk toekomstscenario waarin het energieverbruik daalt van circa 2.250 TJ naar 972 TJ in 2050. Er liggen enkele aannames onder deze forse reductie. Welke daarvan liggen daadwerkelijk binnen de beïnvloedingssfeer van de gemeente en hoe gaat de gemeente deze invloed uitoefenen om tot daadwerkelijke realisatie te komen?

Antwoord:

De veronderstelde daling van het energieverbruik van circa 2.250 TJ naar 972 TJ in 2050 is inderdaad gebaseerd op enkele aannames die deels binnen en deels buiten de invloedssfeer van de gemeente liggen. Deze aannames hebben we gedaan om een beeld te vormen voor onze toekomst visie.

Binnen de directe beïnvloedingssfeer van de gemeente vallen onder meer de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed, sturing op energiezuinige nieuwbouw en gebiedsontwikkeling via het omgevingsplan, en keuzes in de openbare ruimte. Deze invloed wordt uitgeoefend via beleidskaders, vergunningverlening, grondbeleid en eigen investeringen.

De grootste reductie is echter afhankelijk van energiebesparing en verduurzaming bij inwoners en bedrijven. Hier heeft de gemeente geen directe zeggenschap, maar vervult zij een regisserende en faciliterende rol, onder andere via wijkgerichte aanpakken, samenwerking met corporaties en netbeheerders, en ondersteuning en communicatie richting gebouweigenaren.

Ontwikkelingen zoals technologische vooruitgang en landelijke regelgeving liggen grotendeels buiten de gemeentelijke invloed. Deze worden meegenomen als randvoorwaarde en gemonitord.

Het scenario is daarmee richtinggevend; de gemeente zet maximaal in op haar beschikbare instrumenten om realisatie zo kansrijk mogelijk te maken.

Vraag 2:

In de visie wordt uitgegaan van het volledig elektrisch invullen van de warmtevraag, terwijl in 2026 een herijking (warmteprogramma) volgt waarvoor nog diverse onderzoeken worden verricht. Hoe robuust is deze keuze, gezien onzekerheden rond netcongestie, betaalbaarheid en alternatieve warmtebronnen?

Antwoord:

De gemeente gaat ervan uit dat volledig elektrische oplossingen een belangrijke en mogelijk dominante rol gaan spelen in de warmtetransitie.…

Vragen en antwoorden

Vraag 1

6 Citaslow als uitgangspunt. Het is Cittaslow met twee t’s.

Antwoord van het college

Dat klopt. Dit zal in de uiteindelijke publicatie worden aangepast.

Vraag 43: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 6:

Duurzaam: Het hanteren van zowel de Trias Energetica Vraag: Wat is de Trias Energetica?

Antwoord:

De Trias Energetica is een drie fasen strategie voor duurzame energie die helpt bij het verminderen van energieverbruik en het verduurzamen van de energievoorziening. De drie stappen zijn:

1. Beperk het energiegebruik – eerst besparen door efficiënter omgaan met energie.

Vraag 2

Gebruik fossiele energie zo efficiënt mogelijk – alleen inzetten wat nodig is. Vraag 44: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 7: Duurzame mobiliteit Hernieuwbare energiebronnen en een betaalbare energierekening Laadpalen voor elektrische voertuigen zijn overal beschikbaar. Individueel autobezit is afgenomen doordat het openbaar vervoer én de fietsvoorzieningen zijn verbeterd. Wie is verantwoordelijk voor de verbetering van het openbaar vervoer?

Antwoord van het college

De verbetering van het openbaar vervoer valt niet onder de directe verantwoordelijkheid van de gemeente. In Nederland zijn hiervoor meerdere partijen verantwoordelijk:

• De provincie Limburg: bepaalt de OV-visie, routes en frequenties, en stelt het concessiebeleid vast.

• Gemeente Eijsden-Margraten: levert input voor lokale behoefte, faciliteert haltevoorzieningen en stimuleert integratie met fiets- en deelmobiliteit.

Pagina 13 van 18

•

OV-bedrijven (zoals Arriva of andere concessiehouders): verzorgen de uitvoering van bus- en treinverbindingen.

Vraag 45: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 7:

Voedselverspilling is verregaand teruggebracht, ons voedsel komt grotendeels uit onze eigen regio én is duurzaam geproduceerd.

Aan welk percentage wordt gedacht als men spreekt van grotendeels?

Antwoord:

Het betreft een ambitie voor 2050. Met de huidige data kan nog geen percentage worden vastgesteld.

Dit doet geen afbreuk aan de huidige visie en strategie.

Vraag 46: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 25: 6.2.3 Stakeholderdialoog en beleidsplan circulaire economie Wat wordt bedoeld met een stakeholdersdialoog?

Antwoord:

Een stakeholderdialoog is een gestructureerd gesprek of overleg met alle betrokken partijen (belanghebbenden) over een bepaald onderwerp, in dit geval de circulaire economie.

Vraag 47: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 25: 6.2.3 Stakeholderdialoog en beleidsplan circulaire economie Wat is het Nederlands woord hiervoor (“in Jip en Janneke taal”)?

Antwoord:

Het woord “stakeholderdialoog” betekent in het Nederlands “overleg met betrokken partijen” of “gesprek met belanghebbenden”.

Vraag 48: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 25: 6.2.3 Stakeholderdialoog en beleidsplan circulaire economie Wie zijn de deelnemers aan deze dialoog.

Antwoord:

De deelnemers aan de stakeholderdialoog circulaire economie zijn alle partijen die belang hebben bij of invloed hebben op de circulaire economie in Eijsden-Margraten. Dit kunnen onder andere zijn:

• Inwoners die ideeën of zorgen hebben over duurzaamheid en circulaire initiatieven;

• Ondernemers en bedrijven die grondstoffen gebruiken of reststromen produceren;

• RD4 die voor ons de afvalstoffen reduceert en hergebruikt.

• Maatschappelijke organisaties en scholen die betrokken zijn bij duurzame projecten;

• Woningcorporaties en projectontwikkelaars bij bouw en gebiedsontwikkeling;

• Netbeheerders, leveranciers en andere partners die technisch of logistiek bijdragen;

• Provincie en buurgemeenten voor regionale afstemming.

Pagina 14 van 18

Vraag 49: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 25:

Op de R-ladder staat ook R4: Repair In Eijsden (SCE) en in Eckelrade (stichting Wereldwijd) is een Repair Café.

Hoeveel subsidie krijgen deze Repair Café’s?

Antwoord:

Zowel SCE als Wereldwijd ontvangen geen structurele of jaarlijkse subsidie op grond van de Algemene Subsidieverordening.

In het verleden heeft Wereldwijd een eenmalige bijdrage ontvangen. Dit betrof in 2019 een bedrag van € 1.000 voor een pilot Repair Café.

Voor zover bekend zijn daarna geen verdere subsidies voor Repair Café-activiteiten verstrekt.

Vraag 50: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 25:

Welke acties gaat de gemeente Eijsden-Margraten ondernemen om ook in de andere (grote) kernen te komen tot het organiseren van een Repair Café?

Antwoord:

De gemeente vervult hierin geen initiërende rol in de andere kernen. Wel ondersteunt en stimuleert zij lokale initiatieven op inhoudelijk vlak.

Vraag 51: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 27:

Minimaal 80% van onze inwoners is bekend met het gedachtegoed van de circulaire economie Hoe wordt dit gemeten?

Antwoord:

De Visie beschrijft inderdaad een streefpercentage van 80% wanneer het aankomt op bekendheid met het gedachtegoed van de circulaire economie in 2030. Te zijner tijd gaan we dit meten door gebruik te maken van de Gemeentepeiler.

Vraag 52: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 27:

Minimaal 80% van onze inwoners is bekend met het gedachtegoed van de circulaire economie Waar staan we nu in 2025?

Antwoord:

Op dit moment zijn er geen concrete, openbaar gepubliceerde cijfers beschikbaar over het aandeel inwoners in Eijsden-Margraten dat in 2025 bekend is met het gedachtegoed van de circulaire economie. Vanaf 2026 willen we tweejaarlijks de Gemeentepeiler gebruiken om de bekendheid van het gedachtegoed van de circulaire economie in kaart te brengen.

Pagina 15 van 18

Vraag 53: 06a RV pag3: ‘Elektriciteit’ ‘Korte termijnfocus op zon-op-dak projecten op gemeentelijke gebouwen en parkeerterreinen.

Grootschalige opwek wordt als optie voor de toekomst opengehouden.’ Wordt hier gerefereerd aan de mogelijke vestiging van kernenergie, zoals het college in haar zienswijze op de POVI heeft aangegeven? En zo ja, wanneer denkt het college de raad hierover te informeren? Zo nee, waar wordt hier dan wel aan gerefereerd? (zie ook pag 15 van de visie : ‘Duurzame gassen en kernenergie laten we buiten beschouwing.’) Antwoord:

Nee, in de passage over elektriciteit wordt niet gerefereerd aan kernenergie. Zoals op pagina 15 van de visie expliciet staat: “Duurzame gassen en kernenergie laten we buiten beschouwing.” In de context van grootschalige opwek hebben we het hier voornamelijk over zonnepanelen.

Vraag 54: 06a RV pag4 : ‘Communicatie en participatie zijn structureel ingebouwd, zodat projecten breed gedragen en effectief uitgevoerd kunnen worden.’ Op welke manier zijn burgerparticipatie en communicatie structureel ingebouwd in het uitvoeringsprogramma energie- warmtetransitie en circulaire economie?

Antwoord:

Burgerparticipatie en communicatie zullen, volgend op het uitvoeringsprogramma, thematisch geïntegreerd worden via o.a. stakeholderdialogen (belanghebbenden), informatiebijeenkomsten en digitale platforms. Dit zorgt ervoor dat projecten aansluiten bij de lokale behoeften en om een breed draagvlak krijgen.

Vraag 55: 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie 06b pag4 : ’Doelgroep’ Waar zijn de inwoners? Kan er binnen de visie vanaf het begin werkelijke betrokkenheid van inwoners gestimuleerd worden b.v. door stimuleren/faciliteren van coöperatieve initiatieven waarbij onafhankelijkheid ontstaat van grote energieleveranciers en grotere bewustwording bij inwoners over hun eigen energieverbruik en opwekking?

Antwoord:

Bewustwording op het gebied van duurzaamheid is een belangrijke pijler voor het succes van de energie- en warmtetransitie.

De gemeente ondersteunt al initiatieven in het kader van bedrijven op basis van de zakelijke stimuleringsregeling duurzaamheid. Hierdoor ontstaat er een verminderde afhankelijkheid van de energieleveranciers.

Voor wat betreft inwonersinitiatieven, welke er op dit moment nog niet zijn, stimuleren we dit als gemeente wanneer ze zich voordoen.

Vraag 56:

Pagina 16 van 18

06b pag7 : ‘Toekomstbeeld’ ‘Betrokken inwoners en een inclusieve samenleving’ Hoe zorgt deze Visie voor betrokken inwoners zoals in dit blok beschreven?

Antwoord:

De gemeente stimuleert de betrokkenheid van inwoners door het stimuleren van inwonersinitiatieven wanneer deze zich voordoen. Daarbij speelt het vergroten van bewustzijn een belangrijke rol, dat in het communicatieplan zal worden opgenomen. Dit communicatieplan wordt een onderdeel van het uitvoeringsprogramma 2026-2030.

Vraag 57: 06b pag 11 : ‘Kwaliteitseisen nieuwbouw’ Een belangrijke lokale ontwikkeling betreft het vaststellen van kwaliteitseisen en – wensen voor nieuwbouwprojecten. Hierin worden onder meer eisen en wensen ten aanzien van natuurinclusief bouwen, het verminderen van de impact van netcongestie en biobased bouwen opgenomen.’ Hoe en wanneer kan de raad voorstellen voor de vaststelling van de betreffende kwaliteitseisen tegemoet zien?

Antwoord:

De kwaliteitseisen voor nieuwbouwprojecten zijn gebundeld in een afzonderlijk document. Het betreft wettelijke eisen op het gebied van duurzaamheid, zoals vastgelegd in het Bouwbesluit. Deze eisen worden al voorgeschreven aan en toegepast door ontwikkelende partijen. Omdat het gaat om wettelijke voorschriften, hoeven deze niet door de gemeenteraad te worden vastgesteld en is raadvaststelling niet aan de orde.

Vraag 58: 06b pag16 :

De totale energie vraag zou in de voorgestelde visie in 2050 nog maar 1/3 van de vraag in 2022 zijn, dit ondanks een nagestreefde bevolkingsgroei van 10 %.

Met welke data wordt de waarschijnlijkheid van dit scenario onderbouwd?

Antwoord:

Het scenario voor 2050 is gebaseerd op huidige energieverbruiksdata (peiljaar 2022), prognoses van woningvoorraad, bevolkingsontwikkeling en demografische trends, en aannames over energieefficiëntie, isolatie, duurzame warmte- en elektriciteitsopwekking.

Daarnaast worden landelijke en regionale data gebruikt, zoals CBS-cijfers en kennis uit de RES Zuid-Limburg, om de haalbaarheid van de reductie tot circa 1/3 van het huidige verbruik te onderbouwen.

Vraag 59: 06b pag25 : De gemeente wil door gebruik te maken va de R- ladder (Leuk liedje van Jack Johnson trouwens : https://www.youtube.com/watch?v=uSM2riAEX4U ) Echter, de implementatie daarvan ligt grotendeels buiten de beslissingsbevoegdheid van de gemeente.

Op basis waarvan denkt men dat het scenario : “In 2050 zijn we een volledig circulaire gemeente” te kunnen realiseren met het voorgestelde beleid?

Antwoord:

Hoewel de gemeente niet alles zelf kan verwezenlijken, is het voorgestelde beleid gericht op bewustwording, samenwerking en concrete maatregelen. Het grondstoffenbeleid dat ontwikkelt is Pagina 17 van 18

samen met Rd4 is hier een goed voorbeeld van. Het GR Rd4 grondstoffenplan voorziet heel duidelijk in de transitie van afvalstoffen naar grondstoffen, o.a. conform de methodiek van de R-ladder.

In een goede samenwerking tussen overheid, burgers en bedrijfsleven is het scenario volledig circulair 2050 haalbaar.

Vraag 60:

Hoe en wanneer worden voortgang gemonitord en geëvalueerd, en welke plannen heeft men achter de hand om het beleid bij te sturen mocht blijken dat het voorgenomen beleid niet tot realisatie van de gewenste doelstellingen leidt?

Antwoord:

Het college monitort de voortgang via landelijke cijfers, CBS-monitoring en de RES Zuid-Limburg. Het uitvoeringsprogramma wordt na 2 jaar geëvalueerd en bijgesteld, en de visie na 4 jaar, zodat nieuwe technologieën en inzichten kunnen worden meegenomen. Bijsturing vindt plaats als de doelstellingen onvoldoende worden gehaald, bijvoorbeeld door extra stimulering, communicatie of aanvullende maatregelen.

Pagina 18 van 18

Bekijk de brief: 06 Schriftelijke vragen en antwoorden Visie 2050 en Strategie 2030 energie- warmtetransitie en circulaire economie

Bron: raadsinformatie van de gemeente Eijsden-Margraten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Eijsden-Margraten

Alle artikel 35-vragen in Eijsden-Margraten