artikel 35 vragen van mevrouw Meryam Sumer
Een raadslid stelde op 27 mei 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Enschede (6 vragen).
In het kort
6 vragen en wat het college antwoordt
- Welke afwegingen neemt het college voordat instemming wordt gegeven voor een aanvraag voor een woonzorglocatie? → Antwoord op vraag 1: De beoordeling van een initiatief vindt in enkele stappen plaats.
- Wat zijn de belangrijkste criteria en afwegingen die het college hanteert bij het beoordelen van aanvragen voor woonzorglocaties? → Antwoord op vraag 2: Wonen met begeleiding en/of zorg is in de eerste plaats gewoon vooral wonen.
- In hoeverre wordt het thema veiligheid gewogen ten opzichte van ruimtelijke motieven? → Antwoord op vraag 3: Zie het antwoord op vraag 2.
- Hoe wordt veiligheid meegenomen in de besluitvorming naast ruimtelijke motieven? → Voor het antwoord op de 3 en 4 verwijzen we naar het antwoord van vraag 2:
- In hoeverre heeft het college invloed op de initiatiefnemer om de omgeving te informeren en draagvlak te creëren? → Antwoord op vraag 5: Als onderdeel van de beoordeling van draagkracht en draaglast in de buurt verwachten we van de initiatiefnemer een onderbouwing van de geschiktheid van de locatie.
- In mei 2020 is er voor het laatst een ‘vlekkenkaart’ met de raad gedeeld. → Antwoord op vraag 6: De ‘vlekkenkaart’ is een overzicht van het woonzorgaanbod per wijk en doelgroep en is in juni 2020 aan de raad gepresenteerd en toegelicht.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Tijdens de actualiteitenraad op 10 maart jl. heeft het CDA enkele vragen gesteld. Op basis van de reactie van de wethouder heeft het CDA aanvullende vragen. Deze vragen zijn op 24 maart 2025 bij
de raadsgriffie binnengekomen van mevrouw Meryam Sumer van de CDA-fractie en gericht aan de voorzitter van de Raad op grond van artikel 35 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Raad. De vragen betreffen een aanvraag omgevingsvergunning voor een woonzorglocatie aan de Geesinkbrink.
Het college van Burgemeester en Wethouders beantwoordt de vragen als volgt:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Welke afwegingen neemt het college voordat instemming wordt gegeven voor een aanvraag voor een woonzorglocatie?
Antwoord van het college
Antwoord op vraag 1:
De beoordeling van een initiatief vindt in enkele stappen plaats. Allereerst wordt getoetst of het plan past in het Omgevingsplan. Als het initiatief past binnen het omgevingsplan, dan is er geen afweging mogelijk en moet de vergunning worden verleend. Als er sprake is van een vergunningaanvraag om bijvoorbeeld het gebouw aan te passen, dan wordt dat wel getoetst op bouwkundige, constructieve en brandveiligheidsaspecten. Ook vindt er dan een BIBOB-toets plaats.
Als het initiatief niet past binnen het omgevingsplan, is er wel een afwegingskader. Allereerst wordt er gekeken naar een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hierbij kan worden gedacht aan de kwaliteit van de leefomgeving (Omgevingswet) en het afwegingskader sociaal als onderdeel van het Kompas stedelijke initiatieven (gemeentelijk beleid).
Vraag 2
Wat zijn de belangrijkste criteria en afwegingen die het college hanteert bij het beoordelen van aanvragen voor woonzorglocaties?
Antwoord van het college
Antwoord op vraag 2:
Wonen met begeleiding en/of zorg is in de eerste plaats gewoon vooral wonen. Daarbij is het uitgangspunt dat inwoners die ondersteuning nodig hebben zo veel mogelijk integreren in wijken.
De mate van begeleiding wordt afgestemd op de specifieke zorgbehoefte en ook impact en gevolgen voor de omwonenden. Er zijn heel veel voorbeelden in de stad en het land waaruit blijkt dat dit goed verloopt.
Wanneer het accent meer ligt op zorg dan op wonen dan kijken we naar de vraag of dit in de buurt inpasbaar is. Daar spelen dan ook issues als verkeer van en naar de instelling, bouwvolume, milieueffecten etc mee. We doen dat op de volgende manier:
Alle ruimtelijke initiatieven die de gemeente ontvangt en waarvoor bijzondere medewerking van de gemeente gevraagd wordt (een afwijking van ruimtelijke kaders), worden doorgeleid naar de Werkgroepen Nieuwe Initiatieven (binnensingel, buitensingel of buitengebied). Deze werkgroepen gebruiken de Quick Scan (ook wel Stedelijk Kompas genoemd) als een hulpmiddel in het bepalen van de strategie die de gemeente kiest bij een ruimtelijk initiatief. In de Quick Scan worden alle relevante perspectieven betrokken. Hierbij moet worden gedacht aan Economie, Sociaal domein, Wonen, Duurzaamheid, Ruimtelijke kwaliteit, stadsdeelmanagement en de potentie van het initiatief. Er vindt vervolgens een integrale beoordeling plaats van al deze perspectieven. Elk initiatief wordt dus zorgvuldig beoordeeld en afgewogen.
Wij verwachten van de initiatiefnemer een actieve houding in het zoeken naar de aansluiting bij de doelen van de gemeente Enschede en de omgeving van het initiatief. Een positieve beoordeling vanuit het perspectief “Sociaal domein” betekent dus niet dat de gemeente zonder meer medewerking verleent aan plannen. Het kan immers voorkomen dat er andere redenen zijn (vanuit de bredere ruimtelijke afweging) waardoor het niet wenselijk is om aan een initiatief mee te werken. Vanuit het perspectief Sociaal domein wordt onder meer gekeken naar:
•
Kaders sociaal domein (draagt initiatief bij aan beleidsdoelen, voorziet het in een behoefte, afstemming betrokken partijen)
•
Draagkracht en draaglast in de buurt (data leefbaarheid, veiligheid, oordeel stadsdeelmanagement) Bij de integrale (ambtelijke) afweging is bij dit onderwerp in het bijzonder de beoordeling vanuit het betreffende Stadsdeelmanagement van belang.
•
Hoe zorgt toevoeging van een woonzorginitiatief voor een sterkere ondersteuningsstructuur in het gebied (de juiste ondersteuningsstructuur kan overlastsituaties voorkomen)?
Daarnaast maken we afspraken met corporaties, zorgpartijen, het zorgkantoor en welzijnspartijen over het optimale woonzorglandschap: de juiste zorg op de juiste plek. Door gesprekken met deze (of ontwikkelende) partijen proberen we de juiste woonzorgvoorziening op de juiste plek te krijgen om zo een goede balans in vraag en aanbod te creëren.
Vraag 3
In hoeverre wordt het thema veiligheid gewogen ten opzichte van ruimtelijke motieven?
Antwoord van het college
Antwoord op vraag 3:
Zie het antwoord op vraag 2.
Vraag 4
Hoe wordt veiligheid meegenomen in de besluitvorming naast ruimtelijke motieven?
Antwoord van het college
Voor het antwoord op de 3 en 4 verwijzen we naar het antwoord van vraag 2:
Vraag 5
In hoeverre heeft het college invloed op de initiatiefnemer om de omgeving te informeren en draagvlak te creëren?
Antwoord van het college
Antwoord op vraag 5:
Als onderdeel van de beoordeling van draagkracht en draaglast in de buurt verwachten we van de initiatiefnemer een onderbouwing van de geschiktheid van de locatie. De communicatie met de buurt is een van de vragen die relevant is voor de beoordeling. Hier wordt dan ook aandacht voor gevraagd.
Daarnaast gelden de regels vanuit de participatieverordening. Voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor het college bevoegd gezag is, heeft de gemeenteraad een lijst vastgesteld met categorieën van gevallen waarvoor participatie verplicht is.
Naast de actualiteitenraad van 10 maart, is het initiatief aan de Geesinkbrink op 15 april jl. ook besproken in de stadscommissie Zuid. Meerdere inspreken hebben toen hun zorgen geuit over deze ontwikkeling. De stadsdeelwethouder heeft in reactie hierop aangegeven dat deze zorgen worden meegewogen in de besluitvorming. Ook is aangegeven dat de uitkomst van de besluitvorming zal worden gecommuniceerd met de stadsdeelcommissie en de insprekers.
Vraag 6
In mei 2020 is er voor het laatst een ‘vlekkenkaart’ met de raad gedeeld. In hoeverre is het college bereid een actuele ‘vlekkenkaart’ op te stellen?
Antwoord van het college
Antwoord op vraag 6:
De ‘vlekkenkaart’ is een overzicht van het woonzorgaanbod per wijk en doelgroep en is in juni 2020 aan de raad gepresenteerd en toegelicht. Dezelfde kaart is op dezelfde manier op dit moment niet meer te maken. Sinds 2021 is er veel veranderd. Veel mensen die toen via de gemeente zorg kregen, vallen nu onder het zorgkantoor (Menzis) omdat ze een Wlz-indicatie hebben gekregen. Dat betekent dat de gemeente daar geen directe verantwoordelijkheid meer voor draagt en ook geen zicht heeft op de door het Zorgkantoor verstrekte zorg. Daarbij wonen veel mensen met een zorgvraag tegenwoordig steeds vaker zelfstandig met begeleiding. Dat zorgt voor veel gevarieerdere vormen van wonen en ondersteuning in de wijk. Die begeleiding wordt op allerlei manieren betaald (zoals via de Wmo, Wlz, Zvw of Jeugdwet). Omdat mensen zelf hun woning huren, mogen we hun adressen vanwege privacy niet openbaar maken. Waar we wel zicht op hebben en zichtbaar kunnen maken is geclusterd aanbod waarin wonen en zorg aan elkaar gekoppeld is. Overigens is dit onderwerp naar aanleiding van vragen door BBE en CDA op 10 maart jl. aan de orde geweest in de actualiteitenraad. Op 16 juni zal deze kaart tijdens een inloopsessie toegelicht worden.
Enschede, 2 juni 2025, Burgemeester en Wethouders van Enschede, de loco-Secretaris, de loco-Burgemeester,
(E.A. Smit)
(N. van den Berg)
Bekijk de brief: Beantwoording artikel 35 vragen van mevrouw Meryam Sumer
Bron: raadsinformatie van de gemeente Enschede (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.