Beantwoording artikel 35 vragen discriminatie / etnisch profileren gemeente Enschede
Versteeg (BvE) stelde op 1 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Enschede (13 vragen).
In het kort
13 vragen en wat het college antwoordt
- Heeft het college kennisgenomen van de brief van Stichting PILP waarin wordt gesteld dat zorgondernemers met een migratieachtergrond structureel anders worden behandeld… → Het college heeft een brief van de advocaat van stichting Pilp ontvangen.
- Hoe beoordeelt het college de ernst van de beschuldigingen van discriminatie, etnisch profileren en ongelijke behandeling binnen gemeentelijke processen? → Deze vraag kunnen wij in deze fase nog niet beantwoorden.
- In hoeverre herkent het college de signalen uit deze brief in relatie tot de conclusies uit het Pro-Facto rapport over risicoselectie en institutionele vooringenomenheid? → Deze vraag kunnen wij in deze fase nog niet beantwoorden.
- Welke concrete lessen uit het Pro-Facto rapport zijn sinds publicatie daadwerkelijk geïmplementeerd binnen de gemeentelijke organisatie? → Deze technische vraag is aan bod gekomen in een technische inloopsessie van de raad op 02 maart 2026.
- Is het college bereid een onafhankelijk extern onderzoek in te stellen naar mogelijke discriminatie van zorgondernemers binnen de gemeente Enschede? → In deze fase zijn we nog in onderzoek en kunnen we geen antwoord geven op deze vraag.
- Klopt het dat binnen gemeentelijke processen gebruik is gemaakt van signalen afkomstig uit FSV, RIEC/LIEC-structuren of vergelijkbare risicoregisters? → In deze fase zijn we nog in onderzoek en kunnen we geen antwoord geven op deze vraag.
- Op basis van welke wettelijke grondslag zijn dergelijke signaleringen gedeeld of gebruikt binnen gemeentelijke besluitvorming? → In het algemeen geldt artikel 6.1 lid 1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en artikel 2.9 van de Jeugdwet als wettelijke basis voor toezicht opgenomen.
- Heeft de gemeente ooit ondernemers geregistreerd of beoordeeld op basis van nationaliteit, afkomst of indirecte indicatoren daarvan? → Nee.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Heeft het college kennisgenomen van de brief van Stichting PILP waarin wordt gesteld dat zorgondernemers met een migratieachtergrond structureel anders worden behandeld dan witte ondernemers?
Antwoord van het college
Het college heeft een brief van de advocaat van stichting Pilp ontvangen. In het kader van zorgvuldigheid willen we daarover eerst met de opsteller in gesprek. Signalen van discriminatie nemen we altijd serieus. We vragen daarom om een onderbouwing van de geuite signalen. Onze handhavers treffen vaker verwijten aan van mensen die met een handhavingsbeslissing zijn geconfronteerd. Dat heeft impact op onze medewerkers en vereist een zorgvuldig traject. We zijn trots op hoe professioneel onze handhavers daarmee omgaan. Immers, in handhavingszaken is altijd sprake van de uitoefening van overheidsmacht met veel impact en daarom is het cruciaal dat we open blijven staan voor signalen. Wij achten het van belang om de feiten secuur in beeld te brengen en deze steeds grondig te onderzoeken. Dat zullen we ook in het onderhavige geval doen. Zodra dit proces is afgerond, zullen we uw raad informeren over de uitkomsten. In de vragen herkennen wij een mix van politieke vragen en technische vragen. Voor de betrokkenheid die daaruit spreekt hebben wij waardering. In het door uw Raad vastgestelde Reglement van Orde is opgenomen dat technische vragen niet onder het bereik van artikel 35 zijn begrepen. Desalniettemin wilde we u wel technische context meegeven.
Vraag 2
Hoe beoordeelt het college de ernst van de beschuldigingen van discriminatie, etnisch profileren en ongelijke behandeling binnen gemeentelijke processen?
Antwoord van het college
Deze vraag kunnen wij in deze fase nog niet beantwoorden.
Vraag 3
In hoeverre herkent het college de signalen uit deze brief in relatie tot de conclusies uit het Pro-Facto rapport over risicoselectie en institutionele vooringenomenheid?
Antwoord van het college
Deze vraag kunnen wij in deze fase nog niet beantwoorden.
Vraag 4
Welke concrete lessen uit het Pro-Facto rapport zijn sinds publicatie daadwerkelijk geïmplementeerd binnen de gemeentelijke organisatie?
Antwoord van het college
Deze technische vraag is aan bod gekomen in een technische inloopsessie van de raad op 02 maart 2026. De gemeentesecretaris heeft daarbij de raad mondeling geïnformeerd hoe hij samen met de directie concrete en structurele invulling geeft aan alle lessen uit het Pro Facto rapport Gemeente Enschede: Moeilijk garen mee spinnen? Het college heeft dit bevestigd in de raadsbrief gedateerd op 06 maart 2026 (kenmerk 2600006092). De voortgang van deze implementatie geeft de gemeentesecretaris zoals afgesproken met de raad in het najaar. Er wordt hard aan de implementatie gewerkt.
Vraag 5
Is het college bereid een onafhankelijk extern onderzoek in te stellen naar mogelijke discriminatie van zorgondernemers binnen de gemeente Enschede?
Antwoord van het college
In deze fase zijn we nog in onderzoek en kunnen we geen antwoord geven op deze vraag. Fraudesignalen, FSV en risicoprofielen
Vraag 6
Klopt het dat binnen gemeentelijke processen gebruik is gemaakt van signalen afkomstig uit FSV, RIEC/LIEC-structuren of vergelijkbare risicoregisters?
Antwoord van het college
In deze fase zijn we nog in onderzoek en kunnen we geen antwoord geven op deze vraag.
Vraag 7
Op basis van welke wettelijke grondslag zijn dergelijke signaleringen gedeeld of gebruikt binnen gemeentelijke besluitvorming?
Antwoord van het college
In het algemeen geldt artikel 6.1 lid 1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en artikel 2.9 van de Jeugdwet als wettelijke basis voor toezicht opgenomen. De gemeentelijke toezichthouders hebben de taak om en misbruik en oneigenlijk gebruik van voorzieningen te bestrijden. Voor de Wmo heeft het college daarvoor expliciet toezichthouders aangewezen die toezien op de rechtmatigheid en kwaliteit van de geboden ondersteuning en houden toezicht op calamiteiten, waarvoor gecontracteerde aanbieders een meldplicht hebben. De bevoegdheden van de toezichthouders zijn opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht en worden verder uitgewerkt in de gemeentelijke verordening en ander lokaal beleid.
Vraag 8
Heeft de gemeente ooit ondernemers geregistreerd of beoordeeld op basis van nationaliteit, afkomst of indirecte indicatoren daarvan?
Antwoord van het college
Nee. Wij registreren niet op basis van nationaliteit, afkomst of indirecte indicatoren.
Vraag 9
Is het college bekend met de passage uit de brief waarin wordt gesteld dat “buitenlandse” ondernemers automatisch werden geassocieerd met fraudeconstructies?
Antwoord van het college
Hoe beoordeelt het college deze beschuldiging? Antwoord Deze vraag kunnen wij in deze fase nog niet beantwoorden.
Vraag 10
Kan het college uitsluiten dat afkomst, dubbele nationaliteit of etnische herkomst direct of indirect onderdeel zijn geweest van risicoselecties?
Antwoord van het college
Zie het antwoord op vraag 8.
Vraag 11
Welke controlemechanismen bestaan er binnen de gemeente om discriminatoire risicoprofielen te voorkomen?
Antwoord van het college
Wij hanteren geen discriminatoire risicoprofielen.
Vraag 12
Zijn medewerkers of externe partners ooit aangesproken op het gebruik van discriminerende aannames of werkwijzen?
Antwoord van het college
Nee, niet in directe zin. Er zijn in het verleden indirecte beschuldigingen geuit via de media, zonder concreet bewijs. Aanbestedingen en zorgcontractering
Vraag 13
Hoe verklaart het college de signalen dat zorgaanbieders met een migratieachtergrond disproportioneel intensief gecontroleerd werden?
Antwoord van het college
Deze vraag kunnen wij in deze fase nog niet beantwoorden. 14. • • • Graag inzicht van het college over: het aantal fraudeonderzoeken binnen de zorgsector; de afkomst/nationaliteit van betrokken ondernemers; en de uitkomsten van deze onderzoeken? Antwoord De afdeling toezicht is geen sociale recherche afdeling en doet daarom geen fraudeonderzoeken. Fraudeonderzoek is de verantwoordelijkheid van de sociale recherche en het Openbaar Ministerie en valt onder het Strafrecht. Binnen de gemeente Enschede hebben wij geen sociale rechercheurs. 15. Welke objectieve criteria worden gebruikt bij het weigeren, opschorten of beëindigen van zorgcontracten? Antwoord In het algemeen geldt dat wij vanuit de Wmo en de Jeugdwet toetsen op kwaliteit van zorg, scholing van personeel. In de verschillende inkoopcontracten zijn hier verschillende criteria voor opgenomen. Dit is afgesproken met alle zorgondernemers. 16. Is het college bereid te onderzoeken of sprake is geweest van indirect onderscheid bij aanbestedingen of contractbeëindigingen? Zo nee, waarom niet? Antwoord Het college is bereid dat te onderzoeken. 17. Hoe verhoudt het handelen van de gemeente zich volgens het college tot artikel 1 van de Grondwet en artikel 14 EVRM? Antwoord Zie antwoord bij vraag 8. RIEC/LIEC samenwerking 18. Welke informatie deelt de gemeente Enschede met RIEC Oost-Nederland en op basis van welke wettelijke bevoegdheden gebeurt dit? Antwoord Op basis van het RIEC-convenant kunnen zeer specifieke gegevens worden gedeeld rond een zorgonderneming. Deze afspraak is gemaakt om in de keten te borgen, zodat onze inwoners de afgesproken kwalitatief goede ondersteuning ontvangen. 19. Welke waarborgen bestaan er om te voorkomen dat onbewezen vermoedens of discriminerende signaleringen worden gedeeld binnen RIEC/LIEC-verband? Antwoord Zie antwoord bij vraag 18. 20. • • • Graag transparantie over: gebruikte risicomodellen; signaleringscriteria; en gegevensuitwisseling met ketenpartners? Antwoord In Enschede zijn we alert en actief in het signaleren van misstanden. Daarom werken we met vele andere gemeenten met het RIEC samen. We willen met deze samenwerking voorkomen dat zorggeld bij onbetrouwbare en malafide zorgaanbieders terecht komt. Dat betekent dat we aan de voorkant een goede screening van zorgaanbieders doen. Zowel vooraf als tijdens de contractperiode. We willen werken met betrouwbare partners die goede zorg bieden en transparant zijn over hun werkwijze. Dit wordt gedegen vastgelegd in het inkoopcontract. 21. Heeft de gemeente signalen ontvangen van inwoners of ondernemers die menen onterecht te zijn geregistreerd of geprofileerd? Antwoord Als u bedoeld andere directe signalen dan van Stichting PILP, dan is het antwoord nee. Maar zoals het college al heeft aangegeven, wij zijn momenteel in onderzoek. 22. Hoeveel ondernemers zijn door gemeentelijke handelingen financieel of reputatietechnisch benadeeld zonder strafrechtelijke veroordeling? Antwoord Deze vraag is te algemeen gesteld, dat deze op dit moment niet te beantwoorden is. De gemeente controleert op basis van haar rechtmatige bevoegdheid en dat kan een spanningsveld opleveren met zorgondernemers die het daar niet mee eens zijn. Als de zorgondernemer het niet eens is met een besluit van de gemeente dan kan daar bezwaar tegen worden aangetekend. Organisatiecultuur en verantwoordelijkheid 23. Is binnen de gemeentelijke organisatie sprake geweest van trainingen, beleid of instructies rondom het herkennen en voorkomen van institutioneel racisme? Antwoord Nee, er zijn geen aanwijzingen van toepassing van institutioneel racisme. 24. Hoe beoordeelt het college de stelling uit de brief dat binnen de organisatie sprake zou zijn van een cultuur waarin ondernemers met een migratieachtergrond sneller als fraudeur werden gezien? Antwoord De gemeente beoordeelt zorgondernemers niet op fraude. Dat is een zaak van de sociale recherche en het Openbaar Ministerie. 25. Is het college bereid excuses aan te bieden indien blijkt dat ondernemers onterecht zijn gestigmatiseerd of benadeeld? Antwoord Het college is ten allen tijden bereid om verantwoordelijkheid te nemen en dat te melden aan de gemeenteraad. 26. Welke mogelijkheden ziet het college voor herstelmaatregelen richting getroffen ondernemers? Antwoord Deze vraag kunnen wij in deze fase nog niet beantwoorden. 27. Wordt de gemeenteraad openlijk actief geïnformeerd over lopende onderzoeken naar discriminatie of etnisch profileren binnen gemeentelijke processen? Zo ja, hoeveel onderzoeken zijn er geweest vanaf 2015? Antwoord Er lopen geen onderzoeken naar discriminatie of etnisch profileren binnen gemeentelijke processen. De gemeenteraad wordt jaarlijks geïnformeerd over de werkzaamheden van de afdeling Toezicht. Wmo-indicaties en bevoegdheid medewerkers 28. Klopt het dat medische of zorginhoudelijke beoordelingen binnen de Wmo uitsluitend mogen worden uitgevoerd door voldoende deskundige en gekwalificeerde professionals? Antwoord Ja, dat is een juiste constatering. 29. In hoeverre worden Wmo-indicaties binnen de gemeente Enschede beoordeeld of beïnvloed door personen zonder BIG-registratie of zonder medische/zorginhoudelijke opleiding? Antwoord De Wmo verplicht geen BIG registratie. De indicaties worden afgegeven door wijkteammedewerkers met een relevante opleiding. 30. Welke functieprofielen, diploma-eisen en beroepskwalificaties gelden binnen de gemeente Enschede voor medewerkers die Wmo-indicaties beoordelen of adviseren? Antwoord Wijkteammedewerkers die bij Wijkteams Enschede werken, zijn hbo-professionals met een afgeronde sociaal-agogische opleiding. Bij voorkeur zijn ze (SKJ-)geregistreerd en hebben ze specifieke expertise van sociaalwetenschappelijke agogische theorieën, van de sociale kaart en van het voorliggend veld. 31. Kan het college uitsluiten dat besluiten over zorgbehoefte, indicatiestelling of fraudeonderzoeken zijn genomen door medewerkers zonder passende vakinhoudelijke kwalificaties? Antwoord Ja dat kunnen wij uitsluiten. De werknemers van de gemeente Enschede worden aan de voorkant getoetst op passende vakinhoudelijke kwalificaties. 32. • • • • Graag inzicht over: het aantal toezichthouders Wmo; hun opleidingsniveau; hun juridische bevoegdheden; en eventuele BIG-registraties? Antwoord Er zijn vier toezichthouders met hbo-denkniveau, die specifiek door het college zijn aangewezen. De bevoegdheid voor de werkzaamheden van de toezichthouders zijn vastgelegd in de Wmo. Een toezichthouder kan niet in het BIG-register worden opgenomen omdat de functie van toezichthouder niet als zodanig is opgenomen in de Wet BIG. Alleen beroepen waarbij het uitgangspunt is dat regulering alleen plaatsvindt als dit noodzakelijk is voor de bescherming van patiënten tegen ondeskundig of onzorgvuldig handelen. 33. Voldoen alle door de gemeente Enschede ingezette toezichthouders Wmo aan de kwaliteitseisen en deskundigheidseisen zoals bedoeld in de Wmo 2015 en de landelijke kaders voor kwaliteitstoezicht? Antwoord Ja. 34. Vanaf 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor toezicht op de kwaliteit van Wmo-zorg. Kan het college aangeven of alle toezichthouders die namens Enschede opereren formeel zijn aangewezen conform artikel 6.1 Wmo 2015? Antwoord Ja. 35. Welke specifieke opleiding of certificering hebben toezichthouders gevolgd op het gebied van: • discriminatie; • etnisch profileren; • bestuursrecht; • privacywetgeving; • en zorginhoudelijke beoordeling? Antwoord Zoals aangegeven bij vraag 33 en 34 hebben wij adequaat personeel in dienst. Deze thema's komen aan bod in de opleiding. 36. Is het college bekend met landelijke kritiek dat gemeenten sinds de invoering van de Wmo 2015 zeer uiteenlopende kwaliteitseisen hanteren voor toezichthouders, waardoor deskundigheid onvoldoende gewaarborgd kan zijn? Antwoord Nee, die landelijke kritiek op zeer uiteenlopende kwaliteitseisen herkent het college niet. 37. Hoe waarborgt de gemeente dat toezichthouders onafhankelijk functioneren van beleidsafdelingen, contractmanagement en fraudeteams? Antwoord In Enschede werken wij met separate rollen tussen toezicht, beleid en contractmanagement. Daardoor zijn deze disciplines aanvullend aan elkaar. 38. Zijn binnen Enschede toezichthouders actief geweest die gelijktijdig betrokken waren bij: • contractering; • handhaving; • fraudebestrijding; • of beleidsontwikkeling, waardoor onafhankelijk toezicht mogelijk onder druk stond? Antwoord Nee. 39. Deelt het college de mening dat toezicht op kwetsbare inwoners en zorgaanbieders alleen mag plaatsvinden door aantoonbaar deskundige, onafhankelijk gepositioneerde professionals? Antwoord Het college deelt deze mening. 40. • • • Is het college bereid een externe audit uit te laten voeren naar de rechtmatigheid van: de aanwijzing van toezichthouders; hun bevoegdheden; en hun deskundigheidsniveau sinds 2015? Antwoord Nee, daartoe is het college niet bereid, simpelweg omdat de medewerkers Toezicht op een juiste wijze door ons als college zijn aangewezen. Zij hun bevoegdheden binnen de wettelijke kaders uitvoeren en hun deskundigheid zich op een professioneel niveau bevindt Afsluitende vragen 41. Deelt het college de mening dat een overheid extra zorgvuldig moet handelen wanneer signaleringen grote gevolgen hebben voor ondernemers en hun gezinnen? Antwoord De overheid heeft de plicht om evenredig en zorgvuldig te handelen in het kader van de wet ongeacht de impact van de gevolgen. 42. Heeft het college — na landelijke discussies over FSV, Toeslagenaffaire en etnisch profileren — zelfstandig onderzocht of vergelijkbare mechanismen ook in Enschede aanwezig waren? Antwoord Nee, want in Enschede wordt niet etnisch geprofileerd in onze werkprocessen. 43. Is het college bereid alle gemeentelijke risicoselectiesystemen extern te laten toetsen op discriminatoire effecten? Antwoord Nee, daartoe is het college niet bereid, want we hebben geen risicoselectiesystemen. 44. Welke concrete termijn verbindt het college aan verbetermaatregelen en rapportage aan de raad? Antwoord Op dit moment kan er geen concrete termijn worden verbonden aan het onderzoek. De resultaten van dit onderzoek worden gedeeld met de gemeenteraad. 45. Kan het college toezeggen dat afkomst, nationaliteit of indirecte proxies daarvan nooit meer onderdeel zullen zijn van gemeentelijke frauderisicoanalyses Antwoord Zoals eerder uiteengezet bij vraag 43 doen wij niet aan fraude risicoanalyses. Dus kunnen wij dit ook niet toezeggen. Enschede, 23 juni 2026 Burgemeester en Wethouders van Enschede, de Secretaris, de Burgemeester, M.W. de Graaf R.W. Bleker
Bron: raadsinformatie van de gemeente Enschede (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.