10 december 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Enschede

Cultuurhistorie en archeologisch onderzoek

Peter Brouwer (BBE) stelde op 10 december 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Enschede.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Corsanummer: 2500037308 Op 10 december 2025 zijn bij de raadsgriffie vragen binnen gekomen van de heer Peter Brouwer van de fractie Burgerbelangen Enschede gericht aan de voorzitter van de Raad op grond van ex artikel 35 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Raad. Het college van Burgemeester en Wethouders beantwoordt de vragen als volgt.

Betreffende beantwoording schriftelijke vragen van de heer Peter Brouwer (Burgerbelangen Enschede) inzake Cultuurhistorie en archeologisch onderzoek. 1) Hoe kijkt het college aan tegen het uitvoeren van een breder archeologisch onderzoek onder de kerk, zoals de laatste jaren meer is uitgevoerd in binnensteden (o.a.

Oldenzaal, Nijmegen) in ons land? Met als doel meer inzicht te krijgen in:

• de ontbrekende periodes van onze lokale geschiedenis,

• en mogelijke historische fundamenten die van betekenis zijn voor het ontstaan en de ontwikkeling van onze stad?

Antwoord vraag 1:

Uitgangspunt voor archeologisch onderzoek in Enschede en in Nederland als geheel is dat archeologisch erfgoed het beste voor de toekomst behouden blijft wanneer dit in de bodem bewaard blijft. Ieder gravend onderzoek betekent direct een verstoring van het erfgoed. Om die reden wordt er alleen opgegraven wanneer het erfgoed in de bodem bedreigd wordt (bijv. door bouwwerkzaamheden). Dit is vastgelegd en wettelijk bekrachtigd via het Verdrag van Malta.

De genoemde onderzoeken in Oldenzaal en Nijmegen zijn uitgevoerd met dit uitgangspunt als basis; in beide gevallen kon verstoring van het erfgoed niet vermeden worden en was opgraven noodzakelijk. 2) Is het college zich ervan bewust dat verder archeologisch onderzoek onder de kerk bijdraagt aan de waarheidsvinding over de geschiedenis van onze stad?

Antwoord vraag 2:

Het college is zich hier terdege van bewust. De gemeente richt zich op het verwerven van archeologische kennis over de geschiedenis van Enschede door middel van archeologische onderzoek op plekken waar behoud ter plaatse onmogelijk is. Archeologisch onderzoek onder de kerk op de Oude Markt is dus niet aan de orde. Het archeologisch onderzoek in het kader van rioleringswerkzaamheden in de Haverstraat is wel een voorbeeld van graafwerkzaamheden waar behoud ter plaatse onmogelijk is. 3) niet?

Is dit ook meegenomen in de besluitvorming, zo ja, op welke wijze, zo niet, waarom

Antwoord vraag 3:

Zie antwoord vraag 2.

Enschede, 13 januari 2026 Burgemeester en Wethouders van Enschede, de Secretaris, de Burgemeester,

M.W. de Graaf

R.W. Bleker

Bekijk de brief: Beantwoording art 35 Brouwer BBE 2500037308

Bron: raadsinformatie van de gemeente Enschede (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Enschede

Alle artikel 35-vragen in Enschede