vermeende discriminatie bij het KC
Een raadslid stelde op 20 januari 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Enschede (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- Wat maakt dat de leidinggevende (KC) de medewerkster heeft doorverwezen naar de vertrouwenspersoon en de melding vanuit haar rol (leidinggevende) en positie (KC) niet… → 1a) Wat vindt de burgemeester als portefeuillehouder van het KC van deze werkwijze? 1b) Wat heeft de vertrouwenspersoon uiteindelijk met de melding gedaan?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Naam lid van de Raad
Alberto Blömer
Fractie
PVV, Enschede Anders, Groep Ek/Woltjer
Datum
17 januari 2025
Datum van beantwoording (3 weken na ontvangst)
7 februari 2025
Onderwerp
Vermeende discriminatie bij het KC
Svp in het beantwoordingsformulier zowel de vragen als de eventueel toelichtende tekst van de vragensteller overnemen!
Geacht college, Op 1 december jl. publiceerde 1Twente een artikel over vermeende discriminatie bij het Klachtencommissariaat. Naar aanleiding van dit artikel hebben de PVV, Enschede Anders en de Groep Ek/Woltjer op 11 december 2024 (en niet op 15 januari 2025,zoals in de beantwoording van het college staat) artikel 35 vragen gesteld. Deze vragen zijn door het college op 16 januari 2025 beantwoord. (Voor de vragen en beantwoording wordt verwezen naar de bijlage).
De PVV, Enschede Anders en de Groep Ek/Woltjer hebben geconstateerd dat het college in de beantwoording van de vragen de toelichtende tekst van de vragenstellers heeft verwijderd. Zo is bijv. de tekst tussen vraag 3 en 4 , 4 en 5 en 6 en 7 verwijderd. Conform afspraak dienen in het beantwoordingsformulier zowel de vragen als de eventueel toelichtende tekst van de vragensteller overgenomen te worden!. Dat deze tekst is verwijderd, is zeer kwalijk. Het verzoek is dan ook om de toelichtende tekst alsnog in de beantwoording op te nemen en deze in Ibabs te plaatsen.
Voor de volledigheid wordt het originele document met vragen en toelichtende tekst als bijlage bij deze vragen toegevoegd.
Bij bestudering van de vragen blijkt dat de vragen niet of onvoldoende beantwoord zijn.
Het lijkt wel alsof het college moeite heeft met de beantwoording van de vragen met als gevolg dat de uiteindelijke beantwoording juist meer vragen oproept dan duidelijkheid verschaft.
Daarom aanvullende artikel 35 vragen.
Antwoord college vraag 1 Op de vraag of het klopt dat er in 2018 al melding was gedaan van de vermeende discriminatie en bij wie dit is gemeld, antwoordt het college dat de medewerkster de melding van vermeende discriminatie in 2018 heeft gedaan bij de leidinggevende (KC) en die had medewerkster doorverwezen naar de vertrouwenspersoon.
In 2019 zou de melding ook zijn gedaan bij de toen ingeschakelde externe teamcoach. Het rapport dat de externe teamcoach heeft opgeleverd is niet zodanig specifiek dat dit hier uit te halen valt.
Aanvullende vraag
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Wat maakt dat de leidinggevende (KC) de medewerkster heeft doorverwezen naar de vertrouwenspersoon en de melding vanuit haar rol (leidinggevende) en positie (KC) niet zelf heeft opgepakt?
Antwoord van het college
1a) Wat vindt de burgemeester als portefeuillehouder van het KC van deze werkwijze? 1b) Wat heeft de vertrouwenspersoon uiteindelijk met de melding gedaan? Hoe is deze opgepakt?
Voor zover bekend was de externe teamcoach ingeschakeld voor de teamontwikkeling bij het KC. 1c) Op welke wijze is binnen de teamontwikkeling aandacht gevraagd en besteed aan de melding van vermeende discriminatie? Oftewel is er binnen de teamontwikkeling bij het KC hier iets mee gedaan of niet?
Zo ja, wat? Zo nee, waarom niet en is onderzocht of dit gevolgen heeft gehad voor medewerkster/ melder?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord college vraag 2 De PVV, Enschede Anders en Groep Ek/Woltjer hebben gevraagd bij welke personen (geen namen, maar functies) de melding van de vermeende discriminatie bekend was (bijv. OR, P&O etc.) en wat zij hiermee hebben gedaan. Indieners willen hierbij expliciet weten of de gemeentesecretaris, de burgemeester en de wethouder Organisatie hiervan ook op de hoogte waren en wat zij met de melding hebben gedaan.
Uit de beantwoording van het college blijkt de KC vanaf 2018 op de hoogte was. Een vertrouwenspersoon zou in 2018 zijn geraadpleegd. In 2021 was P&O op de hoogte, er zou een vervolggesprek komen met het hoofd P&O, maar deze vond geen doorgang vanwege ziekte medewerkster en vervolgens is er nooit een vervolg geweest. Eind 2023 zou de melding ook een concerndirecteur hebben bereikt.
Het college geeft aan dat het niet bekend is of de KC de burgemeester of gemeentesecretaris heeft geïnformeerd over de melding.
Aanvullende vraag 2a) Wat hebben de KC en de vertrouwenspersoon met de melding van vermeende discriminatie gedaan? 2b) Wat heeft de concerndirecteur met de melding van vermeende discriminatie gedaan?
De PVV, Enschede Anders en Groep Ek/Woltjer verbazen zich over het antwoord betreffende de burgemeester en de gemeentesecretaris. Er wordt niet gevraagd of de KC de burgemeester en de gemeentesecretaris over de vermeende discriminatie heeft ingelicht, maar gevraagd wordt of de burgemeester, de gemeentesecretaris en de wethouder Organisatie op de hoogte waren van de vermeende discriminatie bij het KC. Deze vraag wordt dus niet beantwoord. 2c) Waren de burgemeester, de gemeentesecretaris en de wethouder Organisatie op de hoogte van de melding van vermeende discriminatie? Zo ja, wanneer was dat en wat hebben ze met de melding gedaan?
Antwoord college vraag 3 Het college is gevraagd waarom de melding vanaf 2018 niet adequaat en zorgvuldig is opgepakt en na 7 jaar nog steeds in behandeling is? Er is gevraagd om een reconstructie te maken van het verloop van de melding en aan te geven waar het volgens het college mis is gegaan of anders had gemoeten in de behandeling van de melding.
In de beantwoording reflecteert het college niet op het eigen handelen maar legt de vermeende discriminatie bij de medewerkster neer: medewerkster heeft haar gevoel van mogelijke discriminatie naar het beeld van de toenmalige leidinggevende niet concreet kunnen maken en als gevolg van ziekte van medewerkster heeft het vervolggesprek met het hoofd P&O niet plaatsgevonden.
Zo gaat het college ook niet in op wat de leidinggevende (KC) heeft gedaan met de melding nadat zij de klachtbehandelaar van het anti-discriminatiebureau in september 2021 heeft gesproken.
Door te spreken van “haar gevoel” lijkt het college de melding van de vermeende discriminatie te bagatelliseren en deze ook niet serieus te nemen. 3a) Wat heeft de leidinggevende (KC) gedaan met de melding van discriminatie na het gesprek met de klachtbehandelaar van het anti-discriminatiebureau dat in september 2021 heeft plaatsgevonden? Waarom is de melding ruim 3 jaar na dit gesprek nog steeds niet afgehandeld? 3b) Kan het college aangeven waarom de medewerkster het “gevoel” kreeg dat zij gediscrimineerd werd?
Wat heeft zich bij het KC voorgedaan om haar dit “gevoel” te geven? (Wat is er gezegd, gedaan of gebeurd?
Om haar dat “gevoel” te geven?) Antwoord college vraag 4 Op de vraag of er een eventueel verband is tussen de melding van discriminatie en de ontslagzaak en/of het extern bureau dat ingeschakeld is om de melding van discriminatie te onderzoeken, dit alsnog gaat onderzoeken antwoord het college dat het zich al heeft neergelegd bij de uitspraak van de rechter. Volgens het college doet het externe bureau een feitenonderzoek of de signalen van vermeende discriminatie in het oppakken van dossiers bij de KC waar te nemen is.
Aanvullende vraag Met de opmerking dat het college zich bij de uitspraak van de rechter heeft neergelegd, impliceert het college dat er wel een verband is tussen de ontslagzaak en de melding en dat het zich daarom bij de uitspraak heeft neergelegd.
Bij de bestudering van het vonnis van de rechtbank blijkt dat de melding van discriminatie door de rechter niet is beoordeeld.
De PVV, Enschede Anders en de Groep Ek/Woltjer vinden in het kader van de Integriteit het belangrijk dat het college zelf onderzoek doet naar een eventueel verband. In deze zaak is er veel gebeurd en er is op diverse momenten achter gesloten deuren onwaarheden over een medewerker verteld, met voor haar grote gevolgen. Van dit soort zaken moet geleerd worden om herhaling in de toekomst te voorkomen. Een dergelijk onderzoek laat zien dat het college wil leren van eventueel gemaakte fouten. 4a) Wat maakt dat het college geen eigen onderzoek doet naar een eventueel verband tussen de ontslagzaak en de melding van vermeende discriminatie en zich alleen maar richt op dossieronderzoek, waarbij op voorhand al min of meer vaststaat dat dit geen resultaten zal opleveren. 4b) Hoe luidt de onderzoeksvraag voor het externe bureau en op welke wijze wordt dit onderzoek uitgevoerd? 4c) Wanneer is dit onderzoek gestart en in welk stadium bevindt dit onderzoek zich?
Antwoord college vraag 5 en 6 In een eerdere beantwoording van de artikel 35 vragen had het college aangegeven dat de KC n.a.v. de interne melding zelf een dossieronderzoek had gedaan om te kijken of er vastgesteld kon worden dat er sprake was van discriminatie. De KC had geconcludeerd dat er geen sprake was van discriminatie. Op de vraag wanneer dit onderzoek uitgevoerd wordt en wie erbij betrokken waren, geeft het college geen antwoord. Volgens het college zou de KC in het klachtensysteem zijn nagegaan welke medewerker welke klachten van welke inwoners heeft behandeld. Hierover is niet schriftelijk gerapporteerd maar mondeling teruggekoppeld dat daar geen opvallendheden of bijzonderheden uit naar voren zouden zijn gekomen. Voor zover bekend zijn de bevindingen niet met de medewerkers van het KC gedeeld. En omdat er onduidelijkheid blijft bestaan over de bevindingen van de KC destijds is besloten toch een extern bureau in te schakelen. Er zijn verder geen details bekend.
Aanvullende vraag
5) Aan wie (geen naam, alleen functies) heeft de KC de bevindingen van haar dossieronderzoek mondeling teruggekoppeld en wanneer was dit?
Antwoord college vraag 7 Wethouder Organisatie en een concerndirecteur hebben met de journalist van 1Twente gesproken over o.a. het externe onderzoek en over de arbeidssituatie van medewerkster, zo bleek uit de publicatie van 1Twente van 1 december jl. Uit diezelfde publicatie bleek dat de medewerkster niet was teruggekeerd in haar oude functie en dat zij, 2 jaar na de uitspraak van de rechter, nog niet aan het werk is en nog steeds aan het reintegreren is.
Medewerkster is naast Adviseur klachten tevens benoemd en beëdigd als plaatsvervangend KC.
In november 2023 is de rehabilitatiebrief aan medewerkster gedeeld in het Presidium. De wethouder heeft toen verteld dat er samen met medewerkster gezocht wordt naar een passende gelijkwaardige functie.
We weten dat na het vertrek van de voormalige KC (in september 2023) een vrijwilliger is benoemd tot interim KC. In de eerste helft van 2024 is een nieuwe KC aangesteld en vrij recent is ook een 2e klachtenadviseur aangesteld bij het KC. Dit alles terwijl de gemeente ook een bezuinigingsopgave heeft.
De vraag waarom medewerkster niet in aanmerking is gekomen voor deze openstaande vacatures en waarom zij niet teruggekeerd is in de eigen functie is door het college niet beantwoord.
Ook de vraag welke (re-integratie) werkzaamheden medewerkster nu verricht dan wel heeft verricht en sinds wanneer wordt door het college niet beantwoord. Als reden wordt gegeven dat het hier gaat om informatie over individuele personen en deze wordt niet in het openbaar gedeeld. De indruk bestaat dat (her)plaatsing in (nieuw) werk opzettelijk getraineerd wordt en dat medewerkster aan het lijntje wordt gehouden want hoe moeilijk is het voor de directie om medewerkster aan het werk te zetten? De inspanningsverplichting ontbreekt en dat past echt niet bij goed werkgeverschap.
In de eerste vraagstelling hebben we aangegeven dat het college zich niet meer kan verschuilen achter dit argument omdat de wethouder en de concerndirecteur met de onderzoeksjournalist van 1Twente hebben gesproken over medewerkster en haar werksituatie waardoor die informatie publiekelijk is geworden.
Daarnaast vinden de PVV, Enschede Anders en de Groep Ek/Woltjer dat vanuit de controlerende rol en in het kader van Goed en Integer Bestuur en Goed Werkgeverschap (eindverantwoordelijkheid ligt bij de Raad) de Raad recht heeft op deze informatie. Vandaar weer deze aanvullende vraag:
Aanvullende vraag 6a) Wat maakt dat het college besluit om ten tijde van een bezuinigingsopgave voor de gemeente ervoor te kiezen om medewerkster niet in de oude functie terug te laten keren en deze plek op te laten vullen door iemand anders terwijl medewerkster 2 jaar na de rechterlijke uitspraak nog steeds niet aan het werk is? 6b) Hoe past dit bij de rehabilitatie die haar toegezegd is en haar toekomt?
Artikel 35 – Schriftelijke vragen 2.
Ieder lid van de raad kan schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester stellen.
Onder schriftelijke vragen worden ook verstaan vragen die via e-mail worden ingediend.
3.
Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien.
4.
De vragen worden ingediend bij de voorzitter van de Raad. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de Raad en van het College of de burgemeester worden gebracht.
5.
Beantwoording vindt schriftelijk of via e-mail plaats, zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen drie weken na ontvangst van de vragen. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt de gemeentesecretaris de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn wordt aangegeven waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
6.
Antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het college of door de burgemeester aan de griffie gezonden, die ze terstond aan de leden van de Raad toezendt.
7.
De vragensteller kan in de eerstvolgende vergadering van de raad na de behandeling van de agendapunten nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de Raad anders beslist.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Enschede (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.