vragen ex artikel 41 laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen 3751699 (geanonimiseerd)
Een raadslid stelde op 15 juli 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Katwijk.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Postbus 589
—
2220 AN
Katwijk
Contactpersoon:
Aan
de
gemeenteraad
(geanonimiseerd) Afdeling:
Beleid
Fysieke Leefomgeving
Te bereiken
op:
071- 406 5000
Ons
kenmerk:
Z3751697D3751699 Bijlage(n):
Verzenddatum:
Onderwerp: Beantwoording
vragen
ex
artikel 41
laadinfrastructuur
16-07-2025
elektrische
voor
voertuigen
Katwijk, 15 juli 2025 Geachte leden
van
de
raad,
Op
11 juni 2025 heeft de heer Van der Plas van de fractie VVD Katwijk vragen ex artikel 41 RvO gesteld inzake laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. Met deze brief beantwoorden wij de vragen.
1)
Eerder is door het
het bestaande
schrijft u voorts: jaren
a)
beleid omtrent
"We
door te werken
Wat
De meest
wordt er
de
dat er in
2024,
laadinfrastructuur
hebben
de verschillende
volgens
het
Open
modellen
later
aan
de
verplaatst
2025,
herijking aangeboden. In de Langetermijnagenda meldt u thans het volgende: "Bij dit onderwerp wordt regionaal samengewerkt, vooral wat betreft het toe te passen sturingsmodel. In 2021 is zo gezamenlijk gekozen voor het open marktmodel. Momenteel vindt regionaal overleg plaats welk model voor de komende jaren het best passend is. Deze discussie is nog niet afgerond. Het college kiest ervoor meer tijd te nemen voor de herijking van de visie op laadinfrastructuur, zodat de regionale afstemming plaats kan vinden.” In de brief ‘Aanpak laadinfrastructuur elektrische voertuigen’ van
college aangekondigd
naar
een
raad wordt
beschouwd
en besloten
de
komende
Marktmodel.”
precies regionaal afgestemd
en
welke
partijen zijn hierbij betrokken?
intensieve
samenwerking op dit onderwerp vindt plaats met de 13 gemeenten in de regio Holland Rijnland. Kennisuitwisseling en gezamenlijke gesprekken met marktpartijen en bijvoorbeeld Liander hebben een positieve impact op de efficiency van de ambtelijke inzet van deelnemende gemeenten en op de kwaliteit van het te voeren beleid.
gemeente Katwijk: Koningin Julianalaan 3, 2224 EW Katwijk, Postbus 589, 2220 AN Katwijk, website: www.katwijk.nl, 406 5000, (F) 071 406 5065, IBAN: NL13BNGH0285120271, BIC: BNGHNL2G, KvK: 27.37.09.56 (T) 071 -
-
Op alle opdrachten zijn, tenzij anders overeengekomen, de algemene inkoopvoorwaarden leveringen toepassing. Deze zijn te raadplegen op www.katwijk.nl en www.overheid.nl
en
diensten
gemeente
Katwijk 2025
van
alle
2/4
Ons kenmerk:
Z3751697D3751699
Daarnaast vindt samenwerking plaats in het kader van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) een samenwerking van het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat (I&W) het ministerie van Economische Zaken & Klimaat (EZK) de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) het publiek-private Formule E-Team (FET) de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) het Interprovinciaal Overleg (IPO) de netbeheerders en het Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur (NKL). Vanuit dit samenwerkingsverband wordt samengewerkt in landsdelen in ons geval de provincies Zuid-Holland en Zeeland. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
Met behulp van rijksmiddelen helpt ondersteuning vanuit dit samenwerkingsverband ons met prognoses technische vraagstukken modelovereenkomsten harmonisering van beleid et cetera. ,
b)
,
,
Enerzijds schrijft u dat er nog regionaal overleg plaatsvindt over het best passende model voor de komende jaren; anderzijds schrijft u de komende jaren door te werken volgens het open marktmodel. Hoe verhouden deze twee uitspraken zich tot elkaar?
In april 2025 schreven wij in de update bij de langetermijnagenda dat er nog regionaal overleg zou plaatsvinden. Inmiddels is het overleg op dit onderwerp afgerond en heeft het geleid tot de keuze om het beleid niet aan te passen en dus door te werken met het open marktmodel.
Daaropvolgend hebben wij u per raadsbrief geïnformeerd omdat het vastgestelde beleid (werken met het openmarktmodel) niet wijzigt. ,
c)
Waarom kiest u ervoor om vooruitlopend op regionale afstemming achterhaalde) beleid niet te herijken? ,
,
het huidige (deels
Beleid wijzigen moet zinvol zijn. Op dit moment zijn praktische zaken opgepakt. Denk aan het mogelijk maken van kabelgoten waar uw raad eerder om vroeg. Hiervoor is een beleidsregel vastgesteld (zie onze brief van 21 november 2024 met kenmerk Z3561651D3562724). Ook vullen we het plaatsingsbeleid dat uw raad heeft vastgesteld op een meer geavanceerde manier in omdat de beschikbare data steeds meer mogelijk maakt. Met de datagestuurde aanpak en de voortzetting van het openmarktmodel bouwen wij verder op dit beleid. ,
,
Op dit moment is het beleid wijzigen niet zinvol. Juist door netcongestie en andere bovenlokale zaken is het verstandig deze thematiek in regionaal verband te bekijken en hier niet lokaal op vooruit te lopen.
d)
Regionale afstemming zal nooit volledig 'voltooid' zijn. Welke deadline stelt u uzelf om buiten deze afstemming om het lokale beleid wél te herijken? Welke rol ziet u hierin voor de raad? ,
,
Wij achten het van groot belang de raad goed te informeren over de wijze waarop wij het beleid uitvoeren. In onze brief van 3 juni 2025 (kenmerk Z3715258D3715266) hebben wij de verschillende onderwerpen op het onderwerp laadinfrastructuur toegelicht. We stellen onszelf geen deadline voor het herijken van het lokale beleid maar doen dat op het moment dat het opportuun is. ,
3/4
Ons kenmerk:
Z3751697D3751699
2)
In uw eerder aangehaalde brief ‘Aanpak laadinfrastructuur elektrische voertuigen’ staat op pagina 2 de figuur 'Ontwikkeling laadpunten en verbruik 2015-2024'.
a)
Wat is de bron van deze figuur?
De verbruikscijfers zijn afkomstig van de exploitanten.
b)
Conform de Begroting 2025 waren er in 2023 in Katwijk 252 laadpalen te vinden in onze gemeente. Hoe verhoudt zich dit tot het aantal publieke laadpunten (bijna 700) in de figuur?
Daarbij wordt bekend verondersteld dat een laadpaal vaak twee laadpunten heeft maar soms ook maar één; de figuur lijkt erop te wijzen dat het gemiddeld aantal laadpunten per laadpaal ,
ruim boven de twee ligt.
Een laadpunt heeft inderdaad twee laadpunten. Het verschil in de cijfers wordt veroorzaakt door het meetmoment. Bij het opstellen van de begroting halverwege het jaar wordt gebruik gemaakt van de cijfers van dat moment; de getallen in onze brief geven het aantal laadpunten aan het einde van het kalenderjaar weer.
3)
In uw brief schrijft u voorts: " We stappen over van strategisch (pro-actief) plaatsen naar datagestuurd plaatsen. Pas als uit gebruikscijfers blijkt dat laadplekken intensief worden gebruikt dan plaatsen we nieuwe laadpunten. Met deze aanpak hebben de nieuwe laadpunten nauwelijks invloed op de parkeerdruk in een wijk. "
a)
,
Waarom is de keuze om over te stappen naar het datagestuurd plaatsen van laadpalen een wijziging ten opzichte van de eerder door de raad vastgestelde Visie op laadinfrastructuur elektrische voertuigen (2736141) waarbij is besloten dat nieuwe laadpalen planmatig worden geplaatst op basis van prognoses voor de laadbehoefte niet als herijking ter besluitvorming aan de raad aangeboden? ,
,
In 2021 was er sprake van een belangrijke wijziging van het beleid. We zijn toen overgestapt van het op aanvraag plaatsen van laadpalen naar planmatig plaatsen. De komende jaren blijven we planmatig plaatsen met dien verstande dat we pas tot daadwerkelijke plaatsing overgaan als uit de verbruiksdata blijkt dat de bestaande laadpunten in de omgeving intensief worden gebruikt.
Deze datagestuurde werkwijze past dus binnen het vastgestelde beleidskader en geeft tegelijkertijd gehoor aan geluiden die wij vanuit onze inwoners hebben ontvangen. De opmerkingen die we tijdens de participatie over de passende parkeernormen hebben gekregen hebben we zo goed kunnen beantwoorden. ,
b)
Een commerciële aanbieder heeft belang bij zo hoog mogelijke gebruikscijfers en daarmee ruimte voor meer laadpalen. Hoe waarborgt u een onafhankelijke en juiste meting van de
gebruikerscijfers?
In onze samenwerkingsovereenkomst met de verschillende exploitanten is vastgelegd dat de gemeente mede-eigenaar is van alle gebruiksdata van de laadpalen. In samenwerking met de eerder beschreven NAL-partners is het afgelopen jaar gewerkt aan een overheidsportaal waar de data uit de laadpalen geautomatiseerd wordt opgeslagen. Dit portaal is ondergebracht bij het Nationaal Dataportaal Wegverkeer (NDW) waarmee de data in overheidshanden blijft. De uitwisselingsprotocollen zorgen ervoor dat de data continu wordt uitgewisseld. Met deze werkwijze hebben wij op een betrouwbare manier continu inzicht in de data van de laadpalen. ,
4/4
Ons
kenmerk:
Z3751697D3751699
c)
Blijft het beleid bestaan dan ook alleen
en
In de huidige aanpak wordt met
aangewezen
laadplek oplaadt?
dat je op een
wanneer deze
behulp
dan wordt ook de tweede worden
gebruikt tijdens
één
van
de door de
d)
Op
welke
raad
bij de plaatsing
van
een
mag parkeren met
laadpaal
van
een
nieuwe
verkeersbord.
Als
blijkt dat de
plek aangewezen.
het
alleen
opladen.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Katwijk (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.