25 maart 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Katwijk

warmtenetten (1) 3652610 (Geanonimiseerd)

Een raadslid stelde op 25 maart 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Katwijk (3 vragen).

In het kort

3 vragen en wat het college antwoordt

  • Hoeveel geld steekt de gemeente Katwijk c.a.? → Welk deel daarvan komt kosten we uw met daaronder warmtenetten De meeste KiesKatwijk vragen ex art. 41 RvO gesteld inzake vragen. in cursief onze antwoorden. jaarlijks direct en indirect in…
  • Kunt u aangeven en toelichten of u de argumentatie van B&W Amsterdam geheel of gedeeltelijk kunt onderschrijven? → In grote lijnen onderschrijft het college de analyse die B&W van Amsterdam in hun Raadsinformatiebrief van 30 januari 2025 schetsen.
  • a. → Acht het college een wijziging van de Warmtevisie 2022-2026 nodig?

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Katwijk Postbus 589

2220 AN

Katwijk

Gemeenteraad

van

—

Contactpersoon:

Fractie

Katwijk

Medewerker

BFL

KiesKatwijk

(geanonimiseerd)

Afdeling:

Postbus

589

2220 AN

KATWIJK

Fysieke Leefomgeving

Beleid

Te bereiken

op:

071- 406 5000

Ons

kenmerk:

Z3652608D3652610 Bijlage(n):

Verzenddatum:

Uw

kenmerk:

Onderwerp: Beantwoording politieke vragen

Katwijk, 25 Geachte

Op

28-03-2025

3652608

maart

ex

art 41

RvO

2025

(geanonimiseerd) heer.

7 februari 2025

warmtenetten.

Hieronder

heeft

Met deze

herhalen

u namens

de fractie

brief beantwoorden

wij de vragen,

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Hoeveel geld steekt de gemeente Katwijk c.a.?

Antwoord van het college

Welk deel daarvan komt kosten

we

uw

met daaronder

warmtenetten

De meeste

KiesKatwijk vragen

ex

art. 41

RvO gesteld inzake

vragen.

in cursief onze

antwoorden.

jaarlijks direct en indirect in de ontwikkeling van uit de

eigen

middelen

de

van

gemeente?

personele inzet op het warmtedossier worden betaald uit de regeling CDOKE (rijksmiddelen) en niet uit gemeentelijke middelen. De CDOKE-regeling stelt gemeenten in staat om personeel in te zetten ten behoeve van de uitvoering van klimaat- en energietaken. Hieronder valt: en

De

jaarlijkse bijdrage aan Warmte Leidse Regio (zie hieronder) De bijdrage aan de RES Holland Rijnland á € 66.000,- per jaar. ten goede aan beleidsontwikkeling ten behoeve van collectieve

e e

2024

Bijdrage

WLR

Inzet CDOKE

| € 136.016,| € 136.016,-

Jaarlijkse bijdrage

Op

van

Katwijk

budget

komt slechts deels

warmte.

2025

2026

2027

Totaal

€ 231.965,-

€ 231.965,-

€ 33.529,-

€ 633.474,-

€ 231.965,de samenwerking WLR

€ 33.529,-

€ 633.474,-

€ 231.965,aan

Dit

gebied van personele inzet wordt jaarlijks 4 fte ingezet op het warmtedossier. Deze inzet aangewend ten behoeve van beleidsontwikkeling op het gebied van collectieve warmte en ten het

wordt

gemeente Katwijk: Koningin Julianalaan 3, 2224 EW Katwijk, Postbus 589, 2220 AN Katwijk, website: www.katwijk.nl, 406 5000, (F) 071 406 5065, IBAN: NL13BNGH0285120271, BIC: BNGHNL2G, KvK: 27.37.09.56 (T) 071 -

-

Op alle opdrachten zijn, tenzij anders overeengekomen, de algemene inkoopvoorwaarden leveringen toepassing. Deze zijn te raadplegen op www.katwijk.nl en www.overheid.nl

en

diensten

gemeente

Katwijk 2017

van

2/4

Ons kenmerk:

Z3652608D3652610

behoeve van beleidsontwikkeling en -uitvoering met betrekking tot (hybride) warmtepompen.

Daarnaast wordt deze inzet aangewend om te kunnen voldoen aan wettelijke verplichtingen en ten behoeve van advisering op concrete projecten zoals de warmtevoorziening van Valkenhorst. In 2025 en 2026 wordt de inzet op het warmtedossier tijdelijk verhoogd met 15 fte om zorg te dragen voor het schrijven en vaststellen van het Warmteprogramma. Van de totale personele inzet op het warmtedossier wordt € 135.000- uit gemeentelijke middelen betaald. De rest van de inzet wordt uit CDOKE middelen bekostigd. We zijn hier ook op teruggekomen binnen het traject Meerjarig Financieel Gezond (MFG). ,

,

Vraag 2

Kunt u aangeven en toelichten of u de argumentatie van B&W Amsterdam geheel of gedeeltelijk kunt onderschrijven?

Antwoord van het college

In grote lijnen onderschrijft het college de analyse die B&W van Amsterdam in hun Raadsinformatiebrief van 30 januari 2025 schetsen. Ook ons beeld is dat de lokale warmtetransitie stagneert zo lang het Rijk de randvoorwaarden op het terrein van financiering en wetgeving niet op orde heeft gebracht en zo lang het Rijk de betaalbaarheid van collectieve warmte voor eindgebruikers niet sterk heeft verbeterd. Dit is ook de strekking van met name de inleidende paragraaf van de Raadsinformatiebrief 'Vervolgstappen collectieve warmte 2025’ van 18 maart 2025 die het college aan uw raad heeft verstuurd.

Zoals u ook in de raadsinformatiebrief van 18 maart kunt lezen volgt het college op onderdelen een andere koers dan B&W van Amsterdam: ,

•

Anders dan het college van Amsterdam kiest het college van Katwijk niet voor “een koerswijziging om de warmtetransitie te versnellen”.1 Versnelling is op dit moment geen beleidsprioriteit in Katwijk zolang de randvoorwaarden niet op orde zijn gebracht door het rijk. ,

•

Onderdeel van de Amsterdamse koerswijziging is een grotere nadruk op het verminderen van energiegebruik door het verbeteren van isolatie. In Katwijk is dit reeds langer een topprioriteit die in het coalitieakkoord is verankerd. Er is dus geen sprake van een grotere nadruk omdat de nadruk er al was. ,

•

Amsterdam kiest voor grotere inzet van hybride en all-electric warmtepompen. In Katwijk wil het college alvorens te kiezen voor het bevorderen van grotere inzet van warmtepompen o. a. in gesprekken met netbeheerder Liander een beter beeld krijgen van de consequenties van zo’n beleidskeuze. Grootschalige inzet van warmtepompen leidt immers tot meer elektrificatie van de warmtevoorziening tot toename van de netcongestie en tot een nog veel grotere netverzwaringsopgave dan nu al noodzakelijk is. Te veel en te snelle elektrificatie van de warmtevoorziening door grotere inzet van warmtepompen heeft ook als ongewenst beleidseffect dat de ruimtelijke ontwikkelingsambities van Katwijk op het terrein van woningbouw en uitbreiding van bedrijvigheid hierdoor in gevaar kunnen komen. ,

,

,

,

Vraag 3

a. Tot welke conclusie leidt deze overweging bij uw college m. b. t. de meest gewenste beleidslijn voor de gemeente Katwijk?

Antwoord van het college

Acht het college een wijziging van de Warmtevisie 2022-2026 nodig?

Het college acht een wijziging van de prioriteiten en doelstellingen uit de Warmtevisie 2022-2026 nodig. Ten eerste omdat de nationale regionale en lokale beleidscontext sinds 2021 is veranderd.

Ten tweede omdat de gemeente door middel van (regionale) onderzoeken en gesprekken nu een meer genuanceerd beeld heeft van de mogelijkheden en onmogelijkheden die bestaan m. b. t. het ,

1 Zie pagina

1 van de raadsinformatiebrief van het college van Amsterdam

3/4

Ons kenmerk:

Z3652608D3652610

aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. In de Raadsinformatiebrief van 18 maart 2025 heeft het college drie strategische lijnen geschetst waarlangs de gemeente wil werken c. q. wil toewerken naar de (wettelijk verplichte) vaststelling van een Warmteprogramma uiterlijk 31 december 2026. In deze brief kunt u tevens een uitgebreidere reflectie en toelichting vinden op deze en onderstaande antwoorden. ,

3. b. Volhardt het college in het aanwijzen van warmtekavels?

Het aanwijzen van warmtekavels maakt op dit moment geen onderdeel uit van het beleid van het college. De term ‘warmtekavel’ valt onder het juridische regime van de Wet collectieve warmte (Wcw).

De beoogde inwerkingtreding van de Wcw is 1 januari 2026. Deze datum kan als gevolg van ontwikkelingen in het wetgevingstraject nog veranderen.

Wanneer de Wcw in werking treedt kan het college gebieden waar een collectief warmtenet de beoogde oplossing is de juridische status van een warmtekavel geven. Het college zal dit alleen doen nadat in een haalbaarheidsonderzoek is vastgesteld dat collectieve warmte in de betreffende gebieden technisch uitvoerbaar financieel haalbaar en maatschappelijk aanvaardbaar is. ,

,

Wanneer het college de status van een warmtekavel toekent aan een gebied moet er vervolgens een (publiek) warmtebedrijf of warmtegemeenschap aangewezen worden die het exclusief recht krijgt om warmte te transporteren en te leveren in dit kavel. Voordat dit toegestaan is moet een warmtebedrijf aan strenge eisen voldoen. Zo moet deze in een kavelplan kunnen aantonen dat het alle bewoners en gebouweigenaren binnen een kavel een haalbaar en betaalbaar aanbod kan doen. Dit betekent niet dat inwoners verplicht worden om aan te sluiten op het warmtenet: er is geen aansluitplicht maar een aansluitrecht. Daarnaast mag het college ontheffingen verlenen aan kleine warmtesystemen (kleiner dan 1500 woningequivalenten). In alle andere gevallen wordt het door derden transporteren en leveren van warmte verboden onder de Wcw. ,

,

3. c. Blijft het college voorstander van een regionaal warmtebedrijf?

De Wcw stelt enkele eisen aan warmtebedrijven. Één van deze eisen is dat deze een publiek meerderheidsbelang hebben. Publiek meerderheidsbelang betekent dat één of meerdere publieke partijen gezamenlijk meer dan de helft van de aandelen of het zeggenschap in het warmtebedrijf hebben. Hiermee wordt warmte op dezelfde manier benaderd als elektriciteit gas en water. ,

In Katwijk en omliggende gemeenten (Leiden Voorschoten Oegstgeest Leiderdorp en Zoeterwoude) is er nog geen warmtebedrijf dat aan de eisen van de Wcw voldoet. Mede daarom zijn deze gemeenten binnen het programma WLR een verkenning gestart naar de oprichting van een Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf (RPIW). Katwijk neemt deel aan deze verkenning maar heeft nog geen besluit genomen om te committeren aan de oprichting van en de deelname aan een RPIW. Dit besluit (het tekenen van een samenwerkingsovereenkomst) wordt pas genomen nadat onderstaand proces is doorlopen. ,

,

,

,

De eerste bevindingen van de verkenning zijn beschreven in een verkenningsrapportage 2 die in oktober 2024 met de raad is gedeeld. In februari 2025 hebben de WLR-gemeenten een intentieovereenkomst gesloten waarin er werkafspraken zijn gemaakt over de op te leveren producten die in de te sluiten samenwerkingsovereenkomst moeten landen en de besluitvorming hierover. In april 2025 sluiten de gemeenten een aparte intentieovereenkomst met de andere publieke partijen die geïnteresseerd zijn in deelname aan het RPIW: te weten EBN en Alliander. Voor de zomer wil het ,

2 Programma

WLR

-

Verkenning regionaal Warmtebedrijf

4/4

Ons

kenmerk:

Z3652608D3652610

college kaders en uitgangspunten bij uw raad ophalen met betrekking tot de te sluiten samenwerkingsovereenkomst. Naar verwachting kan uw raad eind 2025 wensen en bedenkingen formuleren met betrekking tot deze samenwerkingsovereenkomst, waarna het college een besluit kan nemen over het al dan niet tekenen van de samenwerkingsovereenkomst. 3.d. Wanneer

is voor het college het moment

gekomen

Het

om

de koers te

wijzigen?

college zal uiterlijk in december 2026 een Warmteprogramma vaststellen. Dit is de opvolger van Het opstellen van een Warmteprogramma is een wettelijke verplichting uit de Wgiw.

In het Warmteprogramma zal de gemeente de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving beschrijven. Het Warmteprogramma is het moment en de plek om de lokale koers voor de komende vijf jaar uit te stippelen. Dit Warmteprogramma dient namelijk elke vijf jaar geactualiseerd te worden. Op dit moment is de Wgiw overigens nog niet (geheel) van kracht. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2026. Deze datum kan als gevolg van ontwikkelingen in het wetgevingstraject nog veranderen. de Warmtevisie.

Bekijk de brief: Antwoordbrief schriftelijke vragen ex artikel 41 RvO inzake warmtenetten (1) 3652610 (Geanonimiseerd)

Bron: raadsinformatie van de gemeente Katwijk (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Katwijk

Alle artikel 35-vragen in Katwijk