8 juli 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Krimpen aan den IJssel

2025-11-14 Beantwoording vragen raadsvoorstel 3e begrotingswijziging 2025 en 1e begrotingswijziging 2026 VRR

Een raadslid stelde op 8 juli 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Beantwoording vragen raadsvoorstel SGP | raadsvoorstel 3e begrotingswijziging 2025 en 1e begrotingswijziging 2026 VRR | 14 november 2025 Sinds de ambulancepost bij Berkenwoude op 28 augustus 2023 is verplaatst naar Bergambacht, vragen wij ons af of deze wijziging invloed heeft gehad op de aanrijtijden in Krimpen aan den IJssel.

Wij hebben de vragen 1 tot en met 6 aan de ARR voorgelegd. Vraag 7 tot en met 9 zijn beantwoord met de inzichten vanuit de werkgroep Prio 1 van het project renovatie Algerabrug.

De ARR geeft eerst een stukje context bij aanrijtijden en de streefnorm van 15 minuten:

In de eerste plaats wordt gerefereerd aan de streefnorm van 15 minuten in 95% van de gevallen.

De streefnorm (geen wettelijke norm) van 15 minuten in 95% van de gevallen is een afgeleide van berekeningssystematiek die door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) wordt gehanteerd om de totale benodigde ambulancecapaciteit in Nederland te bepalen en deze vervolgens toe te delen aan de 25 Regionale Ambulancevoorzieningen. Deze streefnorm heeft een historische oorsprong en kent geen medisch-wetenschappelijke onderbouwing.

Bij deze streefnorm is nog een aantal andere kanttekeningen te maken. In de eerste plaats geldt deze onder ‘normale omstandigheden’. Hiervan is lang niet altijd sprake. Denk bijvoorbeeld aan onvoorziene verkeersomstandigheden, slechte weersomstandigheden, een piek ik 112meldingen, etc. In de tweede plaats geldt deze ‘streefnorm’ als gemiddelde voor de gehele regio en gedurende een heel jaar. Er kunnen dus per dag of uur of per gebied verschillen optreden.

Het is aan de Regionale Ambulancevoorzieningen, zoals ARR, om op basis van de beschikbare ambulancecapaciteit voor alle gebieden in een regio zo kort mogelijke responstijden te realiseren, die in overeenstemming zijn met de mate de te verwachten zorgvraag en de benodigde spoed. Een ambulance hoeft niet altijd binnen 15 minuten ter plaatse te zijn om toch goede zorg te bieden. Omgekeerd kunnen 15 minuten in sommige spoedeisende situaties nog te lang zijn.

Bij de verdeling van de (per definitie) schaarse ambulancecapaciteit over de regio wordt door de ambulancedienst in samenspraak met de zorgverzekeraars een risico-inschatting gemaakt en wordt gekozen voor een spreiding waarbij de kans het grootst is dat er een vraag naar spoedeisende ambulancezorg komt, terwijl zij anderzijds nog steeds rekening houden met de minimale spreiding van ambulances ten behoeve van algehele gebiedsdekking.

Binnen de ambulancesector leefde al langere tijd onvrede over de beeldvorming dat goede ambulancezorg alleen afgemeten wordt aan de aanrijtijden. Dit heeft ertoe geleid dat een veel breder kwaliteitskader is ontwikkeld voor het beoordelen van de kwaliteit van de ambulancezorg. De responstijd is hierbinnen één van de indicatoren.

Inmiddels is een nieuwe urgentie-indeling binnen de ambulancezorg geïntroduceerd. Hierin wordt onder andere een scherper onderscheid gemaakt naar de spoedeisendheid van een ambulance-inzet in relatie tot de medische noodzaak om snel bij een patiënt te zijn.

Naast de bestaande A1-urgentie ‘directe inzet met spoed’ is er nu de A0-urgentie ‘directe inzet met grootst mogelijk spoed’. Bij deze A0-urgentie geldt dat tijd een cruciale factor kan zijn om 1 van 7

verdere gezondheidsschade voor de patiënt te voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan patiënten met een hart- of ademstilstand. De praktijk leert dat rond de 5% van de vroegere A1-spoedritten in de nieuwe A0-urgentie valt. Door een uitgebreidere triage op de meldkamer ambulancezorg en omdat A0-ritten gaan voor andere spoedritten kan de gemiddelde responstijd voor de resterende A1-ritten enigszins toenemen. Dit hoeft echter niet te betekenen dat er bij deze patiënten meer gezondheidsschade ontstaat. Per saldo wordt de kwaliteit van de ambulancezorg hierdoor verbeterd.

Dit alles wil niet zeggen dat de ambulancezorg geen uitdagingen kent. De schaarste aan zorgpersoneel doet zich ook binnen de ambulancesector gelden. Hierdoor kan niet altijd de ambulancecapaciteit worden geleverd die volgend het eerdergenoemde capaciteitsmodel ingezet zou moeten worden. Ook wordt er door burgers steeds vaker een beroep gedaan op ambulancezorg, terwijl dit niet de aangewezen zorg is. Om te voorkomen dat hierdoor veel ‘onnodige’ ambulanceritten worden gereden, die een beslag leggen op de schaarse capaciteit voor ‘echte’ spoedritten, zijn initiatieven in gang gezet om 112-bellers vanuit de meldkamer ambulancezorg direct door te verwijzen naar de juiste zorgverlener. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit een doorverwijzing naar de huisarts of huisartsenpost of een zelfzorgadvies.

Tenslotte heeft de ambulancezorg te maken met factoren die buiten haar directe invloedssfeer liggen. Hierbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan de drukte op de SEH’s van ziekenhuizen, waardoor de overdracht van patiënten extra tijd kost. Verder speelt onder andere de toegenomen drukte op de weg en in het stedelijk gebied een rol.

Vraag 1 Wat was de gemiddelde aanrijtijd voor A1-ritten (spoedritten met signalen) in Krimpen aan den IJssel vóór de verhuizing van de ambulancepost, en wat is deze gemiddelde aanrijtijd na de verhuizing (over 2023 en 2024, indien mogelijk ook over 2025 tot op heden)?

Antwoord vraag 1 Voor de verhuizing: 09:25 minuten Na de verhuizing: 09:09 minuten

Vraag 2 Welk percentage van de A1-ritten in Krimpen aan den IJssel werd vóór en na de verhuizing binnen de wettelijke norm van 15 minuten gehaald?

Antwoord vraag 2 Voor de verhuizing: 84,22% Na de verhuizing: 83,10%

Vraag 3 Hoe verhouden deze cijfers zich tot de gemiddelde aanrijtijden en percentages binnen 15 minuten voor de hele regio Rotterdam-Rijnmond in dezelfde periodes?

2 van 7

Antwoord vraag 3 Regio Rotterdam Rijnmond periode voor de verhuizing: 07:41 minuten, 89,77% Regio Rotterdam Rijnmond periode na de verhuizing: 07:28 minuten, 88,93% Vraag 4 Ziet u een aantoonbaar verschil in de prestaties sinds de verplaatsing van de ambulancepost?

Antwoord vraag 4 Nee, de verschillen zijn zeer klein.

Vraag 5 Zijn er plannen of maatregelen genomen om eventuele veranderingen in aanrijtijden binnen Krimpen aan den IJssel te verbeteren of te monitoren?

Antwoord vraag 5 Bij de verdeling van de (per definitie) schaarse ambulancecapaciteit over de regio wordt door de ambulancedienst in samenspraak met de zorgverzekeraars een risico-inschatting gemaakt en wordt gekozen voor een spreiding waarbij de kans het grootst is dat er een vraag naar spoedeisende ambulancezorg komt, terwijl zij anderzijds nog steeds rekening houden met de minimale spreiding van ambulances ten behoeve van algehele gebiedsdekking.

Dit geldt niet alleen voor Krimpen aan den IJssel maar voor de hele regio. Om goed overzicht te behouden houdt de ARR statistieken bij. Uw raad ontvangt daar 2 maal per jaar een rapportage van.

Vraag 6 Zijn er binnen de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond plannen om de spreiding en dekking van ambulanceposten in het verzorgingsgebied Krimpen en Capelle aan den IJssel te herzien of te optimaliseren, naar aanleiding van de verplaatsing van de post Berkenwoude-Bergambacht?

Antwoord vraag 6 Ja, vanwege het toekomstig wegvallen van een locatie is de ARR op zoek naar een nieuwe locatie. Dit is niet naar aanleiding van de verplaatsing van de post Berkenwoude.

Zoals bij vraag 5 is benoemd streeft de ARR naar een goede spreiding. In de zoektocht naar die nieuwe locatie zit daar het afwegingskader.

In verband met de geplande tijdelijke afsluiting van de Algerabrug in de zomer van 2026, vragen wij ons af welke impact deze afsluiting kan hebben op de bereikbaarheid en aanrijtijden van ambulances en andere hulpdiensten in Krimpen aan den IJssel.

Vraag 7 Is er binnen de VRR een operationeel plan opgesteld om de bereikbaarheid van Krimpen aan den IJssel te waarborgen tijdens deze periode?

Antwoord vraag 7 In het project renovatie Algerabrug is een werkgroep Prio 1. Daar wordt voor alle hulpdiensten bekeken wat de werkzaamheden voor consequenties hebben voor de bereikbaarheid en inzet.

3 van 7

Per hulpverleningsdienst worden, indien nodig maatregelen getroffen. Eind 2025 worden de maatregelen vastgesteld.

Ambulances hebben een gewicht van 4100 kilo. Dit gewicht ligt hoger dan de belastbaarheid van de wisselstrook bij reguliere verkeersstromen.…

Bekijk de brief: 2025-11-14 Beantwoording vragen raadsvoorstel 3e begrotingswijziging 2025 en 1e begrotingswijziging 2026 VRR

Bron: raadsinformatie van de gemeente Krimpen aan den IJssel (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Krimpen aan den IJssel

Alle artikel 35-vragen in Krimpen aan den IJssel