Woonruimteverordening
Een raadslid stelde op 28 mei 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Beantwoording technische vragen ChristenUnie | nieuwe verordening woonruimtebemiddeling | mei 2025
Vraag 1 Het college stelt voor om 'betaalbare' nieuwe koopwoningen onder het vergunningenstelsel te laten vallen. Dat zou dan om 105 potentiële koopwoningen gaan (met name DCV veld 4). Hoe zou dat in de praktijk werken?
En hoe zou dat vanuit het perspectief van woningzoekenden voordelig zijn ten opzichte van de huidige situatie? En zitten er ook nadelen aan verbonden?
Antwoord vraag 1 Het verlenen van de huisvestingsvergunningen zal door B&W plaatsvinden. Ander gemeenten ‘worstelen’ met het aantal benodigde fte en de benodigde budgetten hiervoor. Omdat het bij ons redelijk overzichtelijk is, schatten wij in dat wij dit binnen de bestaande formatie en budgetten kunnen oplossen. Afgewacht moet worden of dit in de praktijk daadwerkelijk op die manier haalbaar is.
Als we de betaalbare koopwoningen nieuwbouw niet onder de vergunningverlening laten vallen, dan gaan ook die woningen (net als de duurdere koopwoningen nieuwbouw) gewoon verkocht worden door de door de verkoper ingeschakelde makelaar en hebben wij daar geen invloed op. Door het onder de vergunningplicht te laten vallen, moet de verkoper van de woningen die eerst aanbieden aan belangstellenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan onze gemeente. Pas daarna komen andere belangstellenden aan bod. Dit moet duidelijk met de verkopende partij worden gecommuniceerd en er dient ook handhaving plaats te vinden: doet de verkopende partij het zoals het in de verordening is bepaald?
Vraag 2 Wegen de mogelijke kosten voor communicatie en handhaving/toezicht op tegen het aantal woningen? Zeker omdat ca. 70% van de woningen die onder deze regeling zouden vallen binnen het project DCV-veld 4 liggen en daar nog best een hoop afhankelijkheden in zitten. Als dat onverhoopt niet zou doorgaan dan heb je het nog maar over ca. 30 woningen waar we dan wel apart beleid voor handhaving voor zouden moeten organiseren.
Antwoord vraag 2 Zie de beantwoording van vraag 1.
1 van 2
Vraag 3 Gaat het college ook in Krimpen een voorstel doen voor voorrang voor vitale beroepen? En zo ja, ziet het college het risico dat het lijstje vitale beroepen dan gaandeweg zo wordt uitgebreid dat praktisch ieder beroep er uiteindelijk onder gaat vallen? En is het college het eens dat het toewijzen van woonruimte aan vitale beroepen de schaarste aan vitale beroepen niet oplost?
Antwoord vraag 3 Het voorstel om bij de verhuur van sociale huurwoningen voorrang te kunnen verlenen aan vitale beroepsgroepen zit al in de verordening. Binnen de 50% procent van de woonruimten waarbij voorrang kan worden gegeven aan belangstellende die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente, kan voorrang worden gegeven aan woningzoekenden die, blijkens een schriftelijke arbeidsovereenkomst met een omvang van tenminste 24 te werken uren per week, behoren tot tenminste één van de in de verordening aangewezen vitale beroepsgroepen. Zie artikel 2.2.8. van de verordening. Een uitbreiding van de in de verordening genoemde beroepsgroepen vindt niet plaats. En inderdaad: het toewijzen van woonruimte aan vitale beroepen lost de bestaande schaarste aan vitale beroepen niet op. Maar ze krijgen op deze manier wel een grotere kans op een sociale huurwoning in Krimpen aan den IJssel.
2 van 2
Bekijk de brief: 2025-05-15 Beantwoording vragen CU over Woonruimteverordening
Bron: raadsinformatie van de gemeente Krimpen aan den IJssel (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.