woningbouw bij geitenstallen.
Een raadslid stelde op 30 mei 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Aan: de gemeenteraad
Onderwerp
: Schriftelijke vragen D66 over woningbouw bij geitenstallen
Datum
: 3 oktober 2023
Zaaknummer
: 840518
Geachte raadsleden, Op 31 augustus 2023 heeft uw lid de heer Van Engelen - op grond van het Reglement van orde voor de raad - aan ons college schriftelijke vragen gesteld over woningbouw bij geitenstallen in relatie tot mogelijke gezondheidsrisico’s. De antwoorden treft u hieronder aan.
De vragen zijn als volgt toegelicht:
D66 Maasdriel heeft kennisgenomen van de antwoorden van Minister Kuipers (VWS) op vragen over het bericht dat gemeenten nog altijd vergunningen afgeven voor de bouw van nieuwe woningen in de buurt van geitenbedrijven ondanks de waarschuwingen van de GGD voor de gezondheidsrisico's. De vragen waren gesteld door Kamerlid Van Esch van de Partij voor de Dieren.
Vraag 1 Kan het College schetsen hoe onze gemeente omgaat (is omgegaan) met GGD advies aangaande het bouwen van woningen en scholen in de nabijheid van geitenbedrijven, waarvan algemeen bekend is dat dit gepaard gaat met verhoogde kans op longontstekingen?
Antwoord vraag 1 De landelijke richtlijn van de GGD is om het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen, zoals woningen, scholen, en ziekenhuizen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Het college is bekend met deze algemene GGDrichtlijn. Daarnaast houden wij ontwikkelingen in het onderzoek Veehouderij Gezondheid Omwonenden (VGO) en jurisprudentie met betrekking tot dit onderwerp nauwlettend in de gaten.
Dit advies en deze ontwikkelingen nemen wij uiteraard altijd mee als onderdeel van de afwegingen die we maken bij het vaststellen van een bestemmingsplan voor bijvoorbeeld een woningbouwontwikkeling. De gemeente heeft daarbij vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening namelijk een zorgvuldige en integrale belangenafweging te maken. Het aspect volksgezondheid, zoals de mogelijke verspreiding van ziekteverwekkers door agrarische bedrijven, nemen we dan ook altijd mee in die afweging.
De GGD-richtlijn voorziet ons van input voor het aspect volksgezondheid. Naast het belang van de volksgezondheid, horen bij een zorgvuldige afweging ook andere aspecten, zoals het
zwaarwegende maatschappelijke belang van woningbouwontwikkeling in en rondom een kleine kern om de leefbaarheid te behouden1.
Vragen 2 en 3 Kan het College toelichten hoe de GGD is betrokken bij de bouwplannen Rubens in Rossum, met welk advies de GGD is gekomen, en hoe de gemeente hiermee is omgegaan?
Dit met het oog op de in de omgeving aanwezige geitenhouderij.
Is het College van plan de GGD om advies te vragen bij de geplande ontwikkelingen op het gebied van woningbouw in Hurwenen (voetbalvelden) en dit advies als bindend te beschouwen? Dit met het oog op de in de omgeving aanwezige geitenhouderij.
Antwoord vragen 2 en 3 In de Wet Publieke Gezondheid (Artikel 16) staat dat het college van burgemeester en wethouders advies moet vragen aan de gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD) voordat besluiten worden genomen die belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de publieke gezondheidszorg. Met andere woorden: wij zijn wettelijk verplicht om advies te vragen aan de GGD. In het verleden hebben wij de GGD al verschillende keren om advies gevraagd over bestemmingen nabij veehouderijen. We zullen dat ook bij toekomstige ontwikkelingen (blijven) doen. Het advies van de GGD was steeds conform de landelijke richtlijnen om 2 km afstand te houden tot geitenhouderijen en 250 meter afstand te houden tot andere veehouderijbedrijven.
Het advies van de GGD moet worden overwogen, maar is niet bindend. Het advies zal door lokale bestuurders gewogen worden ten opzichte van andere factoren, die bepalen of een bestemmingsplan in die lokale omgeving en situatie de juiste voorwaarden voor de (leef)omgeving schept. Dat de planning van nieuwe woonwijken in landelijk gebied leidt tot lastige dilemma’s behoeft geen nadere toelichting. Het advies van de GGD is zeker niet vrijblijvend. De gezondheid is een belangrijke factor in de afwegingen, maar het is niet altijd de beslissende factor.
Uw raad is bevoegd tot het vaststellen van bestemmingsplannen en daarmee ook verantwoordelijk voor het maken van een integrale en zorgvuldige belangenafweging uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Welke ‘zwaarte’ in deze afweging uiteindelijk wordt toegekend aan de verschillende aspecten, waaronder volksgezondheid, is aan uw raad. U dient daarbij volgens jurisprudentie steeds naar de specifieke omstandigheden van het geval/de locatie te kijken. Het college treft alle voorbereidingen om tot een bestemmingsplan te komen. Daarbij hoort ook dat bestemmingsplannen voor de woningbouwontwikkelingen in Rossum en Hurwenen alle informatie bevatten die noodzakelijk is voor uw raad om deze belangenafweging bij de vaststelling te kunnen maken. Dat geldt gelet op het voorgaande dus ook voor het aspect volksgezondheid.
Het college van Maasdriel,
de secretaris, P.U.L.M. Coesmans
1
ECLI:NL:RVS:2020:2391
de burgemeester (wnd) J.L. Geurts
2
Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen 2023-15 over woningbouw bij geitenstallen.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Maasdriel (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.