028A. Beantwoording schriftelijke vragen CDA - mogelijk maken asielopvangvoorzieningen
Een raadslid stelde op 25 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen (5 vragen).
In het kort
5 vragen en wat het college antwoordt
- Hebben wij het goed begrepen dat de gemeente Midden-Groningen volgens de wet 261 asielzoekers moet opvangen? → De indicatieve verdeling voor de nieuwe cyclus van de Spreidingswet bedraagt voor Midden-Groningen 261 reguliere opvangplekken en 17 opvangplekken voor alleenstaande minderjarige…
- Hebben wij het goed begrepen dat de gemeente Midden-Groningen momenteel nul asielzoekers opvangt? → Voor de opvangplaatsen die meetellen binnen de Spreidingswet heeft MiddenGroningen momenteel geen reguliere COA-opvanglocatie of AMV-COA-opvanglocatie.
- Is de kans op noodopvang kleiner als gemeenten voldoen aan de wet? → Het doel van de Spreidingswet is om voldoende structurele opvangcapaciteit te realiseren en daarmee de inzet van nood- en crisisopvang zoveel mogelijk te beperken.
- Welk afwegingskader wordt gebruikt? → De afstemming over de opvangopgave vindt in Groningen plaats via de Provinciale Regietafel Migratie en Integratie (PRT), waarin gemeenten, provincie, COA en het Rijk samenwerken.
- Klopt het dat er bij tijdig handelen meer ruimte is voor participatie en communicatie? → In het algemeen geldt dat bij reguliere en planbare opvangtrajecten meer tijd beschikbaar is voor communicatie en afstemming met inwoners, ondernemers en andere betrokkenen dan bij nood- of…
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Raadsbrief Datum:
12 juni 2026
Behandeld door:
Zaak:
Karolien Demydczuk 1684954
Verzenddatum:
Mailadres:
24 juni 2026 [email protected]
Onderwerp:
Schriftelijke vragen CDA art 34 RvO, mogelijk maken asielopvangvoorzieningen
Portefeuillehouder: Marieke Bos
Geachte leden van de raad, De fractie van het CDA heeft op 28 mei 2026 op basis van artikel 34 RvO schriftelijke vragen gesteld over het mogelijk maken van asielopvangvoorzieningen in onze gemeente. In deze brief geven wij antwoord op de gestelde vragen.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Hebben wij het goed begrepen dat de gemeente Midden-Groningen volgens de wet 261 asielzoekers moet opvangen?
Antwoord van het college
De indicatieve verdeling voor de nieuwe cyclus van de Spreidingswet bedraagt voor Midden-Groningen 261 reguliere opvangplekken en 17 opvangplekken voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV's). Deze indicatieve verdeling vormt het uitgangspunt voor de gesprekken die gemeenten binnen de provincie voeren, maar is nog geen wettelijke taak.
De Spreidingswet gaat uit van een provinciale opvangopgave die gemeenten gezamenlijk invullen. Op basis van de afspraken die binnen de provincie worden gemaakt, stelt de minister eind 2026 een nieuw verdeelbesluit vast. Pas dan ontstaat eventueel een wettelijke taak voor individuele gemeenten.
Voor de huidige cyclus heeft het ministerie vastgesteld dat Midden-Groningen voldoet aan haar wettelijke opgave op grond van het geldende verdeelbesluit.
Vraag 2
Hebben wij het goed begrepen dat de gemeente Midden-Groningen momenteel nul asielzoekers opvangt?
Antwoord van het college
Voor de opvangplaatsen die meetellen binnen de Spreidingswet heeft MiddenGroningen momenteel geen reguliere COA-opvanglocatie of AMV-COA-opvanglocatie.
Pagina:
Datum:
Zaak:
2 van 3 12 juni 2026 1684954
Wel biedt de gemeente opvang aan 34 AMV's via Nidos. Daarnaast levert MiddenGroningen een bijdrage aan de huisvesting van statushouders en de opvang van Oekraïense ontheemden. In 2025 hebben we totaal 136 statushouders gehuisvest onder de taakstelling. Hiermee hebben we een voorsprong opgebouwd van +55 op de nieuwe taakstelling. 1 En we bieden opvang aan 364 Oekraïense ontheemden; voor deze groep hebben we de afgelopen jaren 80 extra opvangplekken gerealiseerd om bij te dragen aan de landelijke opvangopgave. 2a. Wat is de reden dat de gemeente nog niet voldoet aan de wet?
De veronderstelling in deze vraag is niet juist.
Het ministerie heeft in april 2026 in het kader van het interbestuurlijk toezicht vastgesteld dat Midden-Groningen voldoet aan haar wettelijke opgave op grond van het geldende verdeelbesluit. 2b. Hoeveel asielzoekers worden momenteel opgevangen?
Zie het antwoord op vraag 2.
Vraag 3
Is de kans op noodopvang kleiner als gemeenten voldoen aan de wet?
Antwoord van het college
Het doel van de Spreidingswet is om voldoende structurele opvangcapaciteit te realiseren en daarmee de inzet van nood- en crisisopvang zoveel mogelijk te beperken. Tegelijkertijd kunnen zich situaties voordoen waarin aanvullende maatregelen nodig zijn vanwege ontwikkelingen in de asielinstroom of knelpunten elders in de opvangketen.
Vraag 4
Welk afwegingskader wordt gebruikt?
Antwoord van het college
De afstemming over de opvangopgave vindt in Groningen plaats via de Provinciale Regietafel Migratie en Integratie (PRT), waarin gemeenten, provincie, COA en het Rijk samenwerken.
Daarbij wordt gekeken naar de gezamenlijke invulling van de provinciale opgave en de ontwikkelingen binnen de opvang- en huisvestingsketen. Aspecten als capaciteit, spreiding en urgentie spelen daarbij een rol. Ook wordt gekeken naar de bijdrage die gemeenten gezamenlijk leveren aan de verschillende opgaven binnen de 1De
huisvesting van statushouders betreft een wettelijke gemeentelijke taak binnen de bredere woonopgave voor aandachtsgroepen. Het aantal gehuisveste statushouders komt niet één-op-één overeen met het aantal toegewezen woningen. Dit komt onder meer doordat nareizende gezinsleden worden toegevoegd aan reeds gehuisveste huishoudens. Huisvesting van statushouders draagt daarnaast bij aan het beschikbaar komen van opvangcapaciteit in asielzoekerscentra en daarmee aan een goed functionerende asielopvangketen. De gemeente maakt bij de inzet van de beschikbare woningvoorraad steeds een integrale afweging voor alle woningzoekenden.
Pagina:
Datum:
Zaak:
3 van 3 12 juni 2026 1684954
migratieketen.
Vraag 5
Klopt het dat er bij tijdig handelen meer ruimte is voor participatie en communicatie?
Antwoord van het college
In het algemeen geldt dat bij reguliere en planbare opvangtrajecten meer tijd beschikbaar is voor communicatie en afstemming met inwoners, ondernemers en andere betrokkenen dan bij nood- of crisisopvang, waarbij vaak onder grote tijdsdruk moet worden gehandeld.
Tegelijkertijd biedt extra voorbereidingstijd geen garantie voor draagvlak of het uitblijven van zorgen en weerstand. De maatschappelijke impact van opvanglocaties verschilt per situatie en vraagt steeds om een zorgvuldige afweging en communicatie.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Midden-Groningen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.