vragen collegewerkprogramma 2027-2030
Een raadslid stelde op 17 september 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Woensdrecht (6 vragen).
In het kort
6 vragen en wat het college antwoordt
- 1Hoe gaat het college ervoor zorgen dat de raad deze controlerende en bij sturende taak beter kan uitvoeren in de toekomst? → Later wordt er aangegeven dat ‘Wij streven ernaar onze dorpen sterk te maken en sterk te houden, op een manier die past bij het karakter en de behoeften van iedere kern.’ 1.2Hoe gaat het…
- 1Wat gaat het college deze periode anders doen op het sociaal domein om te zorgen dat echt iedereen mee kan doen? → Om ervoor te zorgen dat iedereen mee kan doen, continueert het college de inzet op preventie, vroegsignalering en een sterke sociale basis.
- 1Hoe komt het dat dit nog niet geborgd is? → 3.2Wanneer is dit wel geborgd?
- 1kan dit verder toegelicht worden? → Hoe gaat het college hiervoor zorgen?
- 1Wanneer kunnen wij dit verwachten? → 5.2Worden alle aanbeveling uit het rekenkamer onderzoek overgenomen?
- 1Zijn er nu al zaken waarvoor wij aan het lobbyen zijn? → 6.2Zijn er zaken waarvan wij nu al weten dat wij daarvoor willen gaan lobbyen?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO 1.In Hoofdstuk 1: goed bestuur en sterke dorpen.
Wordt gezegd: ‘De gemeenteraad moet het college immers kunnen controleren en waar nodig bijsturen. Vanuit respect voor ieders rol en verantwoordelijkheid werken wij samen aan een sterk Woensdrecht.’
Vragen en antwoorden
Vraag 1
1Hoe gaat het college ervoor zorgen dat de raad deze controlerende en bij sturende taak beter kan uitvoeren in de toekomst?
Antwoord van het college
Later wordt er aangegeven dat ‘Wij streven ernaar onze dorpen sterk te maken en sterk te houden, op een manier die past bij het karakter en de behoeften van iedere kern.’ 1.2Hoe gaat het college dit doen?/ wat gaat het college anders doen dan de vorige periode?
1. Net zoals het college dat in de voorgaande periode heeft gedaan, zal het college zich inzetten voor een goede informatiepositie ten behoeve van een goede besluitvorming in de gemeenteraad.
2. Het college geeft invulling aan deze ambitie door kerngericht en opgavegericht te werken. Daarbij sluiten we aan bij de kansen en uitdagingen die spelen in de verschillende dorpen en betrekken we inwoners, dorpsplatforms en andere lokale partners actief bij de uitvoering. Het opstellen van een participatiebeleid draagt eraan bij dat inwoners eerder en beter worden betrokken bij ontwikkelingen in hun leefomgeving. Ten opzichte van de vorige periode ligt de nadruk meer op uitvoering, samenwerking en participatie, zodat goed wordt aangesloten bij de behoeften van iedere kern.
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO 1.3Algemeen de vraag: waarom is ervoor gekozen H1 niet in dezelfde opbouw te doen als de andere hoofdstukken. Dus met een kopje ambities, wat willen we bereiken en wat gaan we doen?
De indeling van dit hoofdstuk wijk af, omdat dit een inleidend hoofdstuk is.
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO 2.Hoofdstuk 2 Er wordt aangegeven dat iedereen mee doet:
Vraag 2
1Wat gaat het college deze periode anders doen op het sociaal domein om te zorgen dat echt iedereen mee kan doen?
Antwoord van het college
Om ervoor te zorgen dat iedereen mee kan doen, continueert het college de inzet op preventie, vroegsignalering en een sterke sociale basis. Daarbij kiest het college ervoor om minder nadruk te leggen op nieuw beleid en meer op het uitvoeren van beleid. Via dorpsteams werken maatschappelijke partners samen aan kortcyclische acties, waardoor signalen sneller worden opgepakt en inwoners eerder passende ondersteuning ontvangen.
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO 2.2Wat doet het college voor mensen die niet zelfredzaam zijn? En dit ook niet zullen worden?
Het college erkent dat niet iedere inwoner volledig zelfredzaam is of zal worden. Daarom zetten we in op een sterk netwerk van ondersteuning rondom inwoners, waarin informele en professionele hulp elkaar aanvullen.
Zo zorgen we ervoor dat ook inwoners die blijvend ondersteuning nodig hebben kunnen meedoen in de samenleving en zoveel mogelijk regie behouden over hun eigen leven.
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO in hoofdstuk 2 in kopje 2.1.1 staat ook de term inburgering. 2.3 Wat gaat het college doen om mensen beter te laten inburgeren? een van de doelen is: het aantal inwoners dat langdurig afhankelijk is van inkomensondersteuning verminderen, 2.4 hoeveel mensen zijn op dit moment langdurig afhankelijk van inkomensondersteuning? 2.5 met welke daling is het college tevreden?
Het college zet vanaf de start van het inburgeringstraject in op een integrale aanpak van taal, participatie, zelfredzaamheid en begeleiding naar werk. Via een startklas en een passende inburgeringsroute blijven we inzetten op praktijkgericht taalonderwijs, financiële en digitale vaardigheden en deelname aan werk, vrijwilligerswerk, opleiding of andere zinvolle activiteiten. Hiermee wordt de zelfredzaamheid vergroot en wordt, waar mogelijk, toegewerkt naar betaald werk en vermindering van langdurige afhankelijkheid van inkomensondersteuning.
De term inkomensondersteuning is breed en omvat verschillende regelingen. Hierdoor is niet eenduidig vast te stellen op welke voorziening de vraag betrekking heeft. Bovendien kunnen inwoners gebruikmaken van meerdere vormen van ondersteuning, waardoor een totaal aantal niet zonder dubbeltellingen kan worden weergegeven.
Als wordt gedoeld op bijstand, ontvangen volgens de cijfers over het eerste halfjaar van 2026 71 van de 95 inburgeraars een uitkering. Dit betreft 50 klanten en 21 partners van klanten.
Het college streeft naar een daling van het aantal inwoners dat langdurig afhankelijk is van inkomensondersteuning. Er is geen specifiek percentage als doelstelling vastgesteld. Het college is tevreden wanneer de ingezette integrale aanpak aantoonbaar leidt tot meer zelfredzaamheid, participatie en, waar mogelijk, uitstroom naar betaald werk en daarmee tot een afname van langdurige afhankelijkheid van inkomensondersteuning.
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO In het kopje 2.1.2. Wordt aangegeven dat gelijken kansen belangrijk zijn. 2.6Hoe gaat het college zorgen voor meer gelijken kansen?
Gelijke kansen beginnen bij een goede start. Daarom richt het college zich op het verkleinen van kansenongelijkheid in het onderwijs en het versterken van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.
Het uitvoeren van de pilots Preventief ambulant professional (op basisonderwijs) en trajectvoorzieningen ( Zuidwesthoek college) zijn goede voorbeelden die bijdragen aan het doel dat kinderen, jongeren en jongvolwassenen zich optimaal kunnen ontwikkelen en een zo goed mogelijke uitgangspositie hebben voor vervolgonderwijs, werk en maatschappelijke deelname.
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO In kopje 2.1.3 wordt aangegeven dat: ‘er geïnvesteerd gaat worden in gezondheid, preventie, sport, cultuur en een sterke sociale basis verminderen we de druk op individuele voorzieningen en versterken we de leefbaarheid in onze dorpen.’ Echter in de: ‘wat gaan wij doen’ komen de aspecten sport en cultuur niet naar voren 2.7Wat gaat het college doen op het gebied van sport en cultuur?
Op het gebied van sport geven we de buurtsportcoaches in 2027 een gerichte opdracht met de focus op het stimuleren van sport en bewegen voor verschillende doelgroepen en het ondersteunen van sportverenigingen in hun maatschappelijke rol.
Voor cultuur sluiten we aan bij de ambities uit paragraaf 4.7.1 van het collegewerkprogramma. We zetten in op het behoud en zichtbaar maken van onze cultuur. Het toegankelijk maken van culturele activiteiten voor alle inwoners en het ondersteunen van verenigingen en culturele organisaties.
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO In de perspectieve nota is wel geld en een korte uitleg over culturele investeringen 2.8. Waarom staat dat hier niet benoemd?
Verder op in het bestand staat ook iets over sport en dan voornamelijk over accommodaties en de fiets/wieler gemeenten 2.9 Hoe houden die verband met het doel de leefbaarheid te versterken in de dorpen? en hoe zit het met alle andere verenigingen en sportfaciliteiten?
Hoewel de term 'cultuur' wel wordt genoemd in paragraaf 2.1.3 gaat deze paragraaf met name over sport, gezondheid, zorg en welzijn in onze dorpen. Wij zien cultuur vooral in relatie tot ons erfgoed zoals aangegeven in paragraaf 4.7.1 van het CWP.
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO In het kopje 2.1.4 wordt er aangegeven dat door o.a. vroegtijdig signaleren er voorkomen kan worden dat problemen verergeren. 2.10Wat gaat het college anders doen om te zorgen dat er beter vroegtijdig gesignaleerd kan worden? 2.11Wat is in deze aanpak anders dan in de voorgaande colleges?
De ambitie om vroegtijdig te signaleren is niet nieuw. Wat anders is, is de nadruk op uitvoering en samenwerking in de praktijk. Het college kiest er deze periode nadrukkelijk voor om minder te sturen vanuit nieuw beleid en meer vanuit concrete acties en resultaten. Met de inzet van dorpsteams brengen we maatschappelijke partners dichter bij elkaar en gaan we in staat zijn signalen sneller om te zetten in actie, waardoor we eerder kunnen ingrijpen op sociale problematiek.
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO In 2.2 openbare ruimte wordt aangegeven dat er een IBOR komt. 2.12Wanneer is de verwachting dat deze IBOR af is? 2.13En wanneer is deze dan in te zetten voor het beheer en onderhoud?
IBOR wordt in 2027 uitgerold en is daarna de systematiek waarmee het beheer en onderhoud van de openbare ruimte wordt vormgegeven.
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO In het kopje 2.3 wordt aangegeven dat wij onze sportaccommodaties gaan verduurzamen. 2.14Is hier geen budget voor nodig? Zo ja waarom is dit niet opgenomen in de perspectieve nota? Of zie ik het over het hoofd?
De kosten zijn al eerder opgenomen in de nota Verduurzamen van gemeentelijk vastgoed, uitvoeringsprogamma loopt van 2022 tot 2030.
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO 3.Hoofdstuk 3 onder het kopje ‘wat gaan we doen’ staat het borgen van de kennis en expertise binnen de eigen organisatie.
Vraag 3
1Hoe komt het dat dit nog niet geborgd is?
Antwoord van het college
3.2Wanneer is dit wel geborgd?
Even later staat dat er tijdig participatiebijeenkomsten komen. 3.3Wat mogen wij verstaan onder tijdig?
1. De organisatie heeft er in de beginfase bewust voor gekozen om externe expertise in te zetten om snel toegang te krijgen tot actuele kennis, ervaringen uit andere gemeenten en specifieke juridische of planologische deskundigheid. Daarnaast was de benodigde capaciteit niet aanwezig (krapte arbeidsmarkt) en vraagt het opbouwen van eigen kennis ook tijd.
2. Als de raad tijdens de behandeling van de programmabegroting 2027 instemt met uitbreiding van de personele capaciteit voor een planjurist, dan zijn alle benodigde expertises vanaf 2027 aanwezig. Niet alle functies staan op de loonlijst van de gemeente. Voor de taken en werkzaamheden van een regelanalist en geospecialist maken we gebruik van collegiale doorlening met de gemeente Bergen op Zoom.
3. Maandagavond 7 september heeft de participatiebijeenkomst plaats gevonden voor de 1e thematische wijziging van het Omgevingsplan.
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO In kopje 3.2 wordt aangegeven dat waar nodig actief grondbeleid in wordt gezet. 3.4 Wordt hier ook geld voor vrijgemaakt? Ik kan het niet terug vinden in de perspectieve nota (buiten 300.000 incidenteel geld) Ook wordt er gezegd: ‘Afhankelijk van de behoefte stellen we voor dele van onze dorpen een stedenbouwkundige- of gebiedsvisie op. 3.5 Zijn er nu al dorpen die zo’n stedenbouwkundige of gebiedsvisie krijgen? Zo ja, wanneer kunnen wij die verwachten? Zo nee, staan er gebieden op de planning?
1. De aankoop van gronden vallen onder het budgetrecht van de gemeenteraad. Per aankoop wordt hiervoor een separaat voorstel aan de gemeenteraad aangeboden.
2. Ja. Op dit moment wordt gestart met een scenariostudie voor het gebied rondom de kerk in Hoogerheide en de hoek Scheldeweg/Onderstal. Dit betreft één samenhangend gebied. Op basis van de uitkomsten van de scenariostudie wordt vervolgens een gebiedsvisie opgesteld. Dit gebied komt daarmee als eerste in beeld binnen deze aanpak.
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO In het kopje 3.3 wordt aangegeven bij ‘wat is onze ambitie’: ‘We geven deze transitie proactief vorm.’ Het college weet dat er op het gebied landbouw en natura 2000 gebieden zaken gaan veranderen. Ondanks dat de landelijke plannen nog niet definitief zijn. Er wordt wel aangegeven bij: ‘wat gaan we doen’ dat er actief geïnvesteerd wordt in ondersteuning van betrokkenen in samenwerking met de provincie, maar: 3.6 Hoe zorgt het college ervoor dat zij nu al proactief zorgen voor een goede oplossing/begeleiding bij de sector? Hoe gaat het college ervoor zorgen dat de boosheid en onduidelijkheid verminderd? 3.7 Heeft de gemeente in beeld om hoeveel (mogelijke) bedrijven die gaan stoppen of hun bedrijfsvoering aanpassen het gaat?
1. Het voornaamste is zicht krijgen op gevolgen, op dat vlak ontwikkelt het dossier zich steeds waarbij Woensdrecht sterk te maken kan krijgen met gestapelde effecten. Dit maakt dat het complex is om op basis van exacte gevolgen maatregelen in te zetten. Ondernemers zijn gebaat bij zekerheid over deze gevolgen om op basis daarvan hun toekomstperspectief af te wegen. We delen daarin dat wij als gemeente zelf evenzeer baat hebben bij die duidelijkheid omwille van het bredere toekomstperspectief. De manier waarop de gemeente zich inzet op dit gebied kunt u terug lezen in het collegewerkprogramma.
2. Zoals u heeft kunnen lezen in de raadsinformatienota over de kamerbrief 'Weer Ruimte voor Boer, Natuur en Bouw' zijn veel beleidsvoornemens die van impact zijn op de transitie van het landelijk gebied nog onvoldoende uitgekristaliseerd om de exacte gevolgen in te kunnen schatten. Of bedrijven mogelijk moeten stoppen of hun bedrijfsvoering moeten aanpassen is aan een veelvoud van factoren afhankelijk.
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO 4.Hoofdstuk 4. In 4.1.1 staat dat We gaan de bestaande woningvoorraad beter benutten. Dit doen we onder andere via transformatie, woningsplitsing en wonen op kavels.
Vraag 4
1kan dit verder toegelicht worden?
Antwoord van het college
Hoe gaat het college hiervoor zorgen? Zover ik weet bepalen mensen zelf of zij hun woning willen splitsen en woont iedereen op een kavel. Ik zou graag snappen hoe wij de woningvoorraad beter gaan benutten?
Met het beter benutten van de bestaande woningvoorraad doelen we op het toevoegen van woningen binnen de bestaande bebouwde omgeving. Het college stimuleert dit door kansrijke initiatieven voor woningsplitsing, transformatie van leegstaand vastgoed en extra woonmogelijkheden op bestaande erven en percelen waar mogelijk te faciliteren.
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO In het onderdeel ‘wat gaan we doen?’ Staat: We willen het gebied rondom de Volksabdij toeristisch-recreatief nieuw leven inblazen. 4.2Zijn hier concrete plannen voor? 4.3Is het nu wel mogelijk hier weer een horecagelegenheid te creëren? 4.4Is hier geen geld voor nodig?
Met het oog op de zorgvuldigheid en volledigheid van beantwoording, houden we deze vragen aan tot de commissie van 24 september als onderdeel van de raadsconferentie. We beantwoorden deze vragen dan graag inhoudelijk en uitgebreid.
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO In het kopje 4.3 staat dat er een vertaling komt naar dorpsgerichte plannen. 4.5Wanneer kunnen wij deze plannen verwachten? 4.6Gaan gevaarlijke/drukke punten voor fietsers/wandelaars zoals de raadhuisstraat aangepakt worden?
Het opstellen van deze plannen staat gepland voor 2027. Voor de Raadhuisstraat wordt momenteel een apart onderzoek verricht. De resultaten daarvan verwachten wij in de eerste helft van 2027.
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO In 4.4 afval wordt aangegeven: ’Conform de VANG-instellingen verbeteren we de kwaliteit van onze afvalscheiding met als doel dat 60% van het huishoudelijk afval in 2030 wordt gerecycled. Het verminderen van afval blijft hierbij een belangrijk streven. 4.7 Wat gaat het college anders doen om deze doelstelling te behalen? 4.8Is bekend wat de reden is dat mensen niet scheiden/recyclen? 4.7 We werken continu aan deze doelstelling. Zo kijken we naar de inzamelvoorzieningen en zetten we in op gerichte communicatie en voorlichting aan inwoners om afval beter te scheiden. Daarnaast blijft er aandacht voor afvalpreventie en hergebruik.
Ook gaan we komend jaar een afval- en grondstoffenbeleid opstellen, dat we aan uw raad ter vaststellling zullen voorleggen, waarin we dieper in zullen gaan op een integrale aanpak om deze doelen te realiseren. 4.8 Afvalscheidingsgedrag wordt door meerdere factoren beïnvloed, zoals onduidelijkheid over waar afval thuishoort, gemak en gewoonte, beperkte ruimte in huis, beschikbare tijd en motivatie, het gedrag van anderen en twijfel over wat er met gescheiden afval gebeurt.
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO In het kopje 4.6.2. Zijn er veel ambities en zaken die het college wil bereiken. 4.9Kan het college uitleggen hoe zij denken dit alles te gaan bereiken?
Er staat nu alleen meer bewustzijn creëren en het versterken van de bestuurlijke weerbaarheid (dit laatste zonder uitleg hoe) Wij zien niet hoe dit alle ambities gaat verwezenlijken.
Dit collegewerkprogramma geeft aan wat we gaan doen, maar niet hoe we dat gaan doen. Daarom is nu nog niet in beeld hoe we alle ambities gaan realiseren.
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO Onder het kopje 4.7.3 staat dat er een actualisatie van het fietsbeleid komt, 4.10Wanneer kunnen wij dit verwachten?
Het is niet correct dat er een nieuw fietsbeleid komt. In het collegewerkprogramma staat: "Daarnaast willen wij de resultaten van het fietsbeleid beter zichtbaar en aantoonbaar maken".
Collegewerkprogramma 2026-2030 PROBij 4.7.4 staat: We verbinden wandelroutes, breiden deze uit en vullen ontbrekende schakels in het netwerk in 4.11Zijn deze ontbrekende schakels al in beeld? Zo ja wanneer gaan deze dichtgelegd worden? Zo nee, wanneer wordt verwacht dit in beeld te hebben?
Nee, het collegewerkprogramma geeft aan wat we gaan doen en niet hoe we dat gaan doen. De uitwerking volgt in de uitvoeringsfase.
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO 5.Hoofdstuk 5. In 5.1 staat dat er een integraal participatiebeleid komt,
Vraag 5
1Wanneer kunnen wij dit verwachten?
Antwoord van het college
5.2Worden alle aanbeveling uit het rekenkamer onderzoek overgenomen?
Het nieuwe participatiebeleid komt in de eerste helft van 2027. De uitkomsten van het rekenkameronderzoek van 2026 zijn nog niet bekend en volgen eind dit jaar.
Collegewerkprogramma 2026-2030 PRO 6.In hoofdstuk 6 wordt vaak gesproken over lobbyen en het belang hiervan.
Vraag 6
1Zijn er nu al zaken waarvoor wij aan het lobbyen zijn?
Antwoord van het college
6.2Zijn er zaken waarvan wij nu al weten dat wij daarvoor willen gaan lobbyen?
Ja, een aantal voorbeelden zijn onze lobby op het gebied van stikstof, waterstof de verlichting van provinciale fietspaden. Deze lobby's worden de komende bestuursperiode voortgezet. Als uitgangspunt hanteren wij dat lobby's moeten bijdragen aan bestuurlijke doelstellingen en springen wij in op ontstane kansen. Daarom kan onze lobbyinzet aan wijzigingen onderheving zijn. Bij de uitwerking van het collegewerkprogramma maken wij een keuze omtrent de onderwerpen die vragen om een lobbytraject.
Collegewerkprogramma 2026-2030 AKT 1)Waarom zijn de huisvesting van arbeidsmigranten en de toekomst van de recreatieparken niet als afzonderlijke opgaven in het Collegewerkprogramma opgenomen?
Beschouwt het college deze dossiers als bestaand beleid, en zo ja: in welke beleidsstukken en met welke doelstellingen worden deze de komende vier jaar voortgezet?
Ja. Dit wordt voortgezet met de huidige doelstellingen zoals opgenomen in de door de raad vastgestelde stukken.
Collegewerkprogramma 2026-2030 AKT 2)De Perspectievennota verlaagt het sociaal-domeinbudget structureel met € 500.000 per jaar omdat de afgelopen jaren steeds geld overbleef. Tegelijkertijd bevat het CWP forse ambities voor preventie, jeugd, zorg, welzijn en vroegsignalering. Waarop is de structurele afname van € 500.000 binnen het sociaal domein gebaseerd en welke zekerheid heeft het college dat deze verlaging de ambities op het gebied van preventie, jeugd, WMO en zorg dichtbij niet beperkt?
De structurele verlaging van € 500.000 betreft een besparing op het uitvoeringsbudget binnen het sociaal domein en is gebaseerd op het beeld dat in de afgelopen jaren sprake was van een structureel onderschrijdingspatroon op onderdelen van de uitvoering. Op basis van deze meerjarige realisatiecijfers is beoordeeld dat een neerwaartse bijstelling van het uitvoeringsbudget verantwoord is, zonder dat dit direct gevolgen heeft voor de dienstverlening aan inwoners.
De ambities zoals opgenomen in het Collegewerkprogramma op het gebied van preventie, jeugd, zorg, welzijn en vroegsignalering hebben primair betrekking op het beleidsniveau. Voor de uitvoering van deze beleidsambities zijn afzonderlijke middelen en budgetten beschikbaar. De verlaging van het uitvoeringsbudget is daarom niet bedoeld als een inhoudelijke bezuiniging op deze beleidsdoelen.
Collegewerkprogramma 2026-2030 AKT 3)Het College wil HIVE uitbouwen tot een toonaangevend aerospacecluster en streeft naar erkenning als campus van nationaal belang. Welke concrete randvoorwaarden stelt het college aan de verdere groei van HIVE en Defensie om te voorkomen dat deze ontwikkeling ten koste gaat van woningbouw, leefbaarheid, veiligheid en ontwikkelingsmogelijkheden van de dorpen?
Het college ziet HIVE als een belangrijke economische en maatschappelijke aanjager voor Woensdrecht. Als aandeelhouder van Aviolanda zet de gemeente daarbij in op het creëren van maatschappelijk rendement, zoals werkgelegenheid, innovatie en onderwijs. Voor de groei van de vliegbasis geldt dat het college in het kader van het programma Ruimte voor Defensie via zienswijzen nadrukkelijk aandacht vraagt voor de belangen van Woensdrecht. Uitgangspunt is dat negatieve effecten niet worden afgewenteld op de gemeente. Belangrijke randvoorwaarden zijn het behoud van voldoende (milieu)ruimte voor woningbouw en andere ruimtelijke ontwikkelingen en het voorkomen van onevenredige hinder.
Collegewerkprogramma 2026-2030 AKT 4)Kan het college voor de drie PM-posten MJOP, Lucasplein en IBOR ten minste een financiële bandbreedte of risico-inschatting geven, zodat de raad kan beoordelen hoeveel van het gepresenteerde positieve meerjarensaldo daadwerkelijk vrij beschikbaar is?
We hebben aangegeven dat we de onderwerpen waarvoor PM-posten zijn opgenomen bij voorkeur ten laste van de algemene reserve brengen. In dat geval is er namelijk geen sprake van een effect op het meerjarensalde van de exploitatiebegroting.
Collegewerkprogramma 2026-2030 AKT 5)Op basis van welke takenanalyse is geconcludeerd dat 0,5 fte structurele capaciteit voldoende is om de ambities voor monumenten, erfgoedbeleid, het omgevingsplan, militair erfgoed, historische gebouwen, educatie en ondersteuning daadwerkelijk uit te voeren?
Welke werkzaamheden moeten met deze 0,5 fte worden uitgevoerd en welke werkzaamheden blijven bij andere medewerkers of externe partijen liggen? En op basis van welke criteria wordt eind 2028 bepaald of de tijdelijke 0,5 fte cultuur structureel wordt?
De geschatte omvang is gebaseerd op de ervaringen van de afgelopen 2 jaar waarin wij met tijdelijk budget invulling hebben gegeven aan de taken op het gebied van erfgoed via een halve formatieplaats. Ook in 2027 zullen prioriteiten worden gesteld bij de werkzaamheden op het vlak van erfgoed.
Collegewerkprogramma 2026-2030 VVD We kunnen lezen in het collegewerkprogramma dat het de ambitie is dat de gemeente overschakelt van een beheerorganisatie naar een ontwikkelorganisatie waarin er meer ruimte is voor initiatieven van inwoners , ondernemers en maatschappelijke organisaties en samenwerkingspartners.
Dit zijn initiatieven die we als VVD erg waarderen en die in de lijn liggen van onze filosofie zeker als die gepaard gaan met een kleinere overheid.
Hoe wordt het ambtelijk bestel voorbereid op deze transitie?
Met het oog op continuïteit, hoe wil de gemeente deze borgen gezien deze organisaties vaak op enkele vrijwilligers of medewerkers draaien?
Als het gaat om het groeien naar meer een ontwikkelorganisatie (waarbij de beheerorganisatie intakt blijft) zit de essentie vooral in het meer opgavegericht werken. Bij deze wijze van werken is sprake van hybride teams die niet worden aangestuurd vanuit de organieke teams. Deze opgaveteams werken op basis van zelforganisatie en worden hierin begeleid.
Naar onze mening worden hier twee zaken door elkaar gehaald. Het ene gaat over de gemeentelijke organisatie, het andere over de wijze waarop wij met onze partners in de samenleving willen samenwerken.
Collegewerkprogramma 2026-2030 VVDBij de thema-avond over de energietransitie van het RES werd aan gemeenten opgeroepen om werk te maken van een Integrale Energievisie zodat duidelijke is hoe de gemeente wil omgaan met de verschillende energiebronnen voor de toekomst maar ook hoe bv batterijenparken, transformatorhuisjes enz.. ingepast kunnen worden in de openbare ruimte.
Hierin lezen we niets in dit collegewerkprogramma.
De in 2025 vastgestelde Duurzaamheidsvisie heeft enige raakvlakken met dit thema maar is hierin erg summier.
Is het college van plan om een Energievisie te ontwikkelen en vast te laten stellen door de raad?
Naast de duurzaamheidsvisie 2025, heeft uw raad in 2025 ook het Regionaal Plan Energiesysteem (RPE) vastgesteld, dat door de Energieregio is opgesteld. Daarnaast stelt het college in 2027 het warmteprogramma vast (collegebevoegdheid), waarvoor we van plan zijn in 2027 input op te halen bij uw raad in een themaraad. Daarnaast zijn er nog allerlei landelijke, provinciale en regionale beleids- en afwegingskaders en hebben we onze eigen omgevingsisie en omgevingsplan. Ook zijn we bezig om samen met Enexis afspraken te maken over de kaders voor de aanpak van de netverzwaring en -uitbreiding.
De uitdagingen en ontwikkelingen op het gebied van energie gaan zeer snel, terwijl we te maken hebben met een overbelast elektriciteitsnet en stijgende prijzen van energie.
Wat ons betreft hebben we voldoende kaders (al dan niet in ontwikkeling) en is het zaak om nu richting uitvoering te gaan.
Collegewerkprogramma 2026-2030 VVD Het collegewerkprogramma zou een neerslag moeten zijn van de ambities van de coalitiepartijen die tot uiting kwamen tijdens de verkiezingen.
Zeker omdat de verkiezingsprogramma’s van de verschillende partijen sterk overeen kwamen.
Onderwerpen als werk maken van de inrichting van de Raadhuisstraat, er bij de provincie op aandringen om verlichting aan te leggen langs de Putseweg en het gevaarlijk kruispunt op de N289 thv het Puts Meuleke veiliger te maken door er een rotonde te voorzien komen niet terug in het collegewerkplan.
Waarom werden deze, belangrijke verkiezingsbeloften niet opgenomen in het Collegewerkprogramma?
Het collegewerkprogramma is een bestuurlijke vertaling van de ambities uit het coalitieakkoord. Het is daarmee geen uitvoeringsdocument op projectniveau.
Collegewerkprogramma 2026-2030 VVDEr wordt in het collegewerkprogramma vastgesteld dat er steeds meer overlast is en hogere kosten zijn van het bijplaatsen en zwerfvuil.
Wat hieraan gedaan gaan worden, wordt niet benoemd?
Heeft de portefeuillehouder plannen om deze overlast terug te dingen?
Bijplaatsingen en zwerfafval is een probleem van alle tijden en heeft onze aandacht, mede omdat de raad hier nadrukkelijk aandacht voor vraagt. We zetten in op het zo snel mogelijk opruimen ervan en onderzoeken momenteel welke aanvullende maatregelen mogelijk zijn om de overlast terug te dringen. Dit nemen we ook mee in het op te stellen afval- en grondstoffenbeleid.
Collegewerkprogramma 2026-2030 VVD Transitie landelijk gebied.
Wat wordt er bedoeld met deze brede transitie?
Wil men minder boer en meer natuur?
Met deze term wordt een totaalpakket bedoeld van opgaven die ons landelijke gebied in meer of mindere mate zullen raken. Denk hierbij aan opgaven rondom natuur, water en landbouw. Doordat dit een stapeling van opgaven betreft met een significante impact op niet alleen ons buitengebied maar het algehele ontwikkelperspectief van de gemeente spreken we hier over een transitie.
Bekijk de brief: Beantwoording vragen collegewerkprogramma 2027-2030
Bron: raadsinformatie van de gemeente Woensdrecht (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.