vragen dhr. De Vos (CDA) d.d. 9 november door College van B&W d.d. 10 november 2022.pdf
Een raadslid (CDA) stelde op 10 november 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Woensdrecht (3 vragen).
In het kort
3 vragen en wat het college antwoordt
- 3e kwartaalrapportage / Financiële Commissie a. → Vraag is ingetrokken en wordt behandeld tijdens de behandeling van de 3e kwartaalrapportage 2022. b.
- Aanvullende toelichting risico’s d.d. 8 november a. → Wij gaan er van uit dat u met de extra toelichting de memo van dinsdag 8 november bedoelt.
- 264 6.806 2,1 1,54 1,46 1,63 2,7 1,7 1,6 24.025 23.142 17.021 17.408 20.149 18.130 19.452 21.530 24.633 25.546 793 -188 -345 1.460 1.235 947 1.186 3.069 2.636 1.249 a. → Als u de cijfers heeft ontleend aan eerder door de raad vastgestelde begrotingen en/of jaarrekeningen, dan heeft u correcte cijfers gehanteerd. a.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Beantwoording vragen Dhr. De Vos (CDA) d.d. 9 november 2022 door College van B&W d.d. 10 november 2022
Vragen en antwoorden
Vraag 1
3e kwartaalrapportage / Financiële Commissie a. Volgens de 3e rapportage stand 5 oktober 2022 is de prognose van het begrotingsresultaat 2022 € 614.750,-. Klopt het dat hierbij al rekening is gehouden met de verwachte negatieve correcties van de septembercirculaire (ivm sneller herstel economie - € 282.036) en negatieve correctie in de uitkering na de omissie in de verantwoording (correctie loonkosten - € 415.060)?
Antwoord van het college
Vraag is ingetrokken en wordt behandeld tijdens de behandeling van de 3e kwartaalrapportage 2022. b.
Wat was de toedracht van deze omissie in de uitkering en wat is de status van de gesprekken hierover met het ministerie? Wie voert deze gesprekken?
Is de VNG hierbij betrokken? Wat is de verwachting/kans dat dit resulteert in een positief resultaat voor 2023?
- > De toedracht is reeds toegelicht in de Financiële Commissie.
Korte uitleg:
In onze opgave is het bedrag voor de Loonkostensubsidie onder de onjuiste categeorie ingevuld.
In de Sisa opgave is door ons een bedrag opgevoerd onder ‘Baten’ terwijl dit in de kolom ‘Besteding’ had moeten worden vermeld.
De omissie is aan onze zijde tot stand gekomen.
Echter, na ons heeft de accountant deze omissie niet geconstateerd en heeft gewoon een goedkeurende verklaring afgegeven.
Ook bij het ministerie is deze omissie niet geconstateerd ondanks het feit dat de voorlopige beschikking de bedragen wel op de juiste plaats stonden.
- > Er is – binnen de bezwaartermijn - een officieel bezwaar ingediend bij het ministerie.
Bij het bezwaar is de gecorrigeerde Sisa-aanvraag gevoegd, voorzien van een accountantsverklaring van onze accountant.
- > In de brief handelend over het bezwaar hebben wij aangegeven graag hierover in gesprek te gaan met het ministerie.
Van het ministerie is hierop nog geen reactie ontvangen.
Mocht er een gesprek komen, dan zullen wij - afhankelijk van de aard van het gesprek en de vertegenwoordiging vanuit het ministerie – bezien wat de beste gespreksdelegatie vanuit onze gemeente dient te zijn.
- > De VNG is hier niet bij betrokken. Het betreft immers een specifiek geval voor onze gemeente en niet voor alle gemeenten.
- > Onze accountant heeft een goedkeurende verklaring afgegeven.
Als het ministerie op basis hiervan de beschikking – conform ons bezwaar -herziet, dan resulteert dit in een positief resultaat over 2022.
De casus heeft immers betrekking op het boekjaar 2022.
c.
De verwachte inburgeringskosten vanuit de ISD is begroot op € 60.000. Is dit bedrag al concreet gespecificeerd? Op welke manier is dit bedrag besteedt en wat is het bedrag wat door de overheid via de septembercirculaire werd gecompenseerd?
Vraag is ingetrokken en wordt behandeld tijdens de behandeling van de 3e kwartaalrapportage 2022.
d.
We zien vanuit de kwartaalrapportage dat er minder beroep wordt gedaan op de schuldhulpverlening vanwege afhandeling in het voortraject. Zijn er indicaties dat deze positieve trend zich voortzet in het 4e kwartaal?
Vraag is ingetrokken en wordt behandeld tijdens de behandeling van de 3e kwartaalrapportage 2022.
e.
Het restant budget van de ontvangen “Corona” middelen vanuit de algemene uitkering bedraagt momenteel iets meer dan € 450.000. De bestedingen (lasten) vanuit dit budget waren in het 3e kwartaal sterk verminderd naar ca. EUR 50.000,- (uitbreiding formatie buurtsportcoaches en ondersteuning uitvoering WMO). Wat is de verwachting van het college of en op welke manier deze reserve in de toekomst kan worden ingezet in de algemene reserve?
Er is geen sprake van een reserve. De corona-gelden zijn vrij besteedbare middelen.
Bij de Jaarrekening 2022 zal het college met een voorstel komen voor de bestemming van de (resterende) vrijvallende corona-gelden.
Vraag 2
Aanvullende toelichting risico’s d.d. 8 november a. Waarom zijn de concrete negatieve financiële effecten uit de 3e kwartaalsrapportage (zie 1a) niet mee opgenomen in de extra toelichting van de risico’s?
Antwoord van het college
Wij gaan er van uit dat u met de extra toelichting de memo van dinsdag 8 november bedoelt.
Deze memo is een toelichting op paragraaf 3 van de begroting en is géén actualisatie van paragraaf 3.
De 3e kwartaalrapportage gaat over het begrotingsjaar 2022 en is opgesteld ná het opstellen van de programmabegroting.
De negatieve effecten zoals vermeld in de 3e kwartaalrapportage sluiten – voor zover aan de orde - aan bij de ramingen én de benoemde risico’s in 2023.
De aanpassing van de Septembercirculaire betreft een aankondiging die het gevolg is van een rekenfout van het ministerie in de Septembercirculaire.
Pas bij de Decembercirculaire zullen we weten wat het exacte bedrag is. Deze mutatie kan dus pas na het ontvangen van de Decembercirculaire worden verwerkt in onze begroting middels een begrotingswijziging in het eerste kwartaal van 2023.
Bovendien is hier geen sprake van een risico maar van een feit. Alleen de hoogte van het bedrag is nog niet helemaal zeker.
Het bedrag van 415.000 euro betreft een éénmalig bedrag dat betrekking heeft op 2022 en niet op 2023.
b. Kan het college per risico een kanspercentage aangeven en concreet het effect op het programmabegroting 2023, het meerjarenperspectief 2024 t/m 2026 en/of het weerstandsvermogen prognosticeren?
In de begroting 2023 is op pagina 86 de risicomatrix opgenomen inclusief toelichting.
Deze methode van risicomanagement wordt al ruim 5 jaar bij onze begrotingssystematiek gehanteerd.
In de Nota risicomanagement die de gemeenteraad eind 2014 heeft vastgesteld is opgenomen dat wij uitgaan van een standaard kansinschatting van 30%.
De systematiek gaat uit van risicoprofielen met bandbreedtes van risicopercentages. We hanteren daarnaast geen andere percentages.
De effecten zijn dus verwerkt in de programmabegroting van 2023.
In een snel veranderende omgeving kan op basis van actuele (verwachte) risico’s alleen een inschatting worden gemaakt voor het komend begrotingsjaar.
Voor de jaren daarna zijn de onzekerheden doorgaans te groot om een realistische inschatting van de risico’s te kunnen maken.
c. Wat bedoelt het college met subjectieve inschattingen/management beoordeling? Is de Concern Controller betrokken in deze beoordeling?
Op basis van het risico-model wordt onder leiding van de Concern Controller gekeken in hoeverre het percentage uit de bandbreedte kan worden gehanteerd. Het betreft hierbij een subjectieve beoordeling.
d. Voor WMO en jeugd is in de risicoparagraaf 1,2 m€ (van de 4,2 m€) opgenomen, waarbij vermeld werd dat de kans hierop zeer klein is (6-25%). Is te concretiseren wat het effect van deze nieuwe inzichten is op de kans en het bedrag?
Het is ons niet duidelijk wat u bedoelt met ‘nieuwe inzichten’. In de 3e kwartaalrapportage of in de begroting wordt hierover niet gesproken.
De huidige inzichten (trends) zijn verwerkt in de begroting. Bij de Perspectievennota heeft uw raad deze vastgesteld.
Hierin is verwerkt dat we door het vergroten van preventie in het voorliggend veld proberen de omvang en de inzet van ‘dure zorg’ te beperken. U moet het zo zien dat we hiermee proberen de opgaande curve af te vlakken.
In de risico-paragraaf is het (generiek) risico opgenomen dat uitgaat van een grotere stijging mocht er toch een groter beroep op ‘dure zorg’ worden gedaan. In dit geval zet de opgaande curve zich lineair door.
e. De toelichting van de inflatie onder Onderhoud en beheer is gebaseerd op het citaat van het IMF. Het CBS gaat er in de meest recente raming van uit dat de inflatie volgend jaar zal terugvallen tot minder dan 3% in Nederland (zie ook de voetnoot). Hoe wordt dit door het college geïnterpreteerd?
Bij Prinsjesdag gaf het CPB aan dat de inflatie volgend jaar mogelijk zou terugvallen naar 3%.
Dit beeld is inmiddels sterk achterhaald door onder andere de verwachting van het IMF dat uitgaat van een ‘hardnekkig hoge inflatie’.
De Nederlandse Bank (DNB) heeft deze verwachting overgenomen.
Op 8 november meldde het CBS dat de actuele inflatie 14,3% bedraagt. Dit is ronduit hoog.
Gaan we uit van het verwachtingspatroon van zowel het IMF als de DNB dan kunnen we stellen dat de in de begroting toegepaste inflatiecorrectie van 8,55% reëel - en zelfs laag - te noemen is.
Natuurlijk hopen wij met u dat de verwachtingen van het IMF en de DNB over een hardnekkig hoge inflatie uiteindelijk gunstiger uitvallen.
f.
De bijgevoegde tabel in de toelichting is de inflatie conform de HICP, de Europese geharmoniseerde consumentenprijs index. Klopt het dat Gemeente Woensdrecht niet de HICP index hanteert, maar de de CPI-index (CBS)?
Dat is correct.
De geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP) is een Europese prijsindex die is ontwikkeld om de inflatiecijfers van de lidstaten van de Europese Unie met elkaar te vergelijken. Het verloop van de HICP is vergelijkbaar met CPI en is het in het memo gebruikt om de sterke stijging van de inflatie te illustreren.
g. De portefeuillehouder geeft met reden aan dat mogelijke inflatie-effecten en de stijging in het beheer pas officieel in 2024-2025 kunnen worden verwerkt.
Kan de portefeuillehouder wel aangeven wat op basis van de huidige inzichten het effect op de begroting in 2024-2025 zou zijn?
Nee, dat kunnen we niet.
De financiële omvang van de beheerplannen wordt bepaald door een aantal factoren: > het areaal (bijvoorbeeld het aantal m2 asfalt dat moet worden onderhouden); > de door de raad vast te stellen kwaliteitsniveaus (een hoge kwaliteit is duurder in onderhoud dan een lage kwaliteit); > de prijzen in de markt Bij het actualiseren van de beheerplannen in 2023 zal per thema een nieuwe doorrekening worden gemaakt.
h. In de veronderstelling dat de 14,3% inflatie zich zou doorzetten naar 2023 mogen we er dan vanuit gaan dat ook de jaarlijkse dotatie met ca. € 140.000 toeneemt (14,3% x € 1.003.000)? Graag uw toelichting waarom wel/niet?
Nee, dat mogen we niet.
Bij de opstelling van de beheerplannen wordt voor de looptijd een vaste dotatie berekend.
Deze dotaties worden niet geïndexeerd omdat dotaties aan voorzieningen een gelijkmatig verloop dienen te hebben. i.
In de 2e kwartaalsrapportage is aangegeven dat het risico op hogere energielasten is geraamd op € 152.000.
i. Welk effect heeft deze trend op de doelstelling om onze gemeentelijke accommodaties en gemeentelijk vastgoed sneller energieneutraal te maken? Welke kosteneffect heeft dit op de (meerjaren) begroting 2023-2026?
In de eerste kwartaalrapportage van 2022 is de € 152.000 voor 2022 toegevoegd aan de diverse programma’s en producten om de stijgende energiekosten te kunnen betalen. Ditzelfde bedrag is in de Perspectievennota structureel meerjarig opgenomen voor 2023 en verder.
Deze € 152.000 is dus al onderdeel van het in de Programmabegroting opgenomen meerjarenperspectief.
De doelstelling om gemeentelijk vastgoed te verduurzamen - veelal in combinatie met groot onderhoud – is reeds opgenomen in het Meer Jaren Onderhouds Programma Gebouwbeheer dat in december 2021 door de raad is vastgesteld.
Dit is dus niet ingegeven door de hogere energielasten, want daarvan was op het moment van vaststelling geen sprake.
Het sterkt ons uiteraard wel in ons voornemen om deze verduurzaming op te pakken.
In de cyclus van december 2022 of februari 2023 ontvangt u een raadsvoorstel voor de eerste fase van de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed. ii. Volgens de VNG heeft 60% van de gemeenten nog een lopend energiecontract. Kunt u meer inzicht geven in het energiecontract van Gemeente Woensdrecht en wanneer loopt dit contract af?
Zoals bekend nemen de prijzen voor de levering van gas en elektriciteit aanzienlijk toe.
De energiecontracten zijn in 2021 opnieuw aanbesteed via een gezamenlijk inkooptraject met West-Brabantse gemeenten.
Het nieuwe contract kent een looptijd van 3 jaar.
Jaarlijks na november worden de prijzen voor het volgende jaar vast geclickt op een gemiddelde van het aantal handelsdagen in de periode maart tot en met november van het kopende jaar.
iii. Het VNG geeft aan in gesprek te zijn met het Ministerie Economische Zaken vanwege het feit dat bij stijgende rijksuitgaven ook het gemeentefonds evenredig meegroeit (zoals ook in 2022 het geval was). Is het college hierbij betrokken? Met welk kanspercentage moet de stijging van de energielasten dan in de risicoparagraaf worden opgenomen?
De VNG onderhandelt namens alle Nederlandse gemeenten. Ons college is hier niet direct bij betrokken. Indirect worden gemeenten wel betrokken, bijvoorbeeld door tussentijdse ledenraadpleging over bepaalde kwesties.
In de eerste kwartaalrapportage is een kostenstijging van € 152.000 verwerkt (dit is een kostenstijging van 60%).
Deze stijging is in de begroting 2023 verwerkt met een structurele doorwerking in het meerjarenperspectief.
De stijging van de energielasten is derhalve niet opgenomen in de risico-paragraaf. j.
Kan de portefeuillehouder op basis van de huidige contracten met (onder)aannemers concreter aangeven wat de inflatie op de kosten van rioolbeheer zouden inhouden voor de programmabegroting 2023-2026?
Nee.
Riolering wordt in 70 jaar afgeschreven. Dit betekent ook dat de hogere kosten over 70 jaar worden gespreid.
Het moge duidelijk zijn dat de huidige kostenstijgingen daar effect op hebben.
Daar staat tegenover dat binnen de afschrijftermijn van 70 jaar er echter ook periodes zijn dat de kosten lager zijn dan geraamd.
Het doorrekenen met een lange afschrijvingsperiode zorgt er voor dat eventuele prijsfluctaties worden geëgaliseerd.
Dit zorgt ervoor dat de rioolheffing niet als een jo-jo meebeweegt met de prijzen van aanbestedingen.
De complete financiële doorrekening van het rioolfonds is een complex vraagstuk.
Volgend jaar wordt een nieuw GRP opgesteld.
Voor de looptijd van het nieuwe GRP dient ook een nieuw kostendekkingsplan te worden opgesteld. Dit is verplicht.
We zullen dan een beeld hebben van de effecten voor de begroting voor de jaren daarna.
k. Kan de portefeuillehouder op basis van de huidige contracten met (onder)aannemers concreter aangeven wat de inflatie op de kosten IKC Woensdrecht inhouden voor de programmabegroting 2023-2026?
Nee!
Er zijn nog geen prijsafspraken gemaakt over de toekomstig door ons te betalen huursom.
3. Programmabegroting 2023-2026 In bijlage de evolutie van de gerealiseerde en te verwachten financiële componenten. (*€ 1.000)
Algemene reserve Bestemmingsreserve Voorzieningen Omvang risico’s Weerstandsvermogen Weerstandsratio Eigen Vermogen Begrotingsresultaat
12/2017 12/2018 12/2019 12/2020 12/2021 12/2022 12/2023 12/2024 12/2025 12/2026 7.712 7.593 6.525 5.195 5.439 6.351 7.218 8.201 10.636 14.094 15.520 15.737 12.720 10.807 10.804 10.832 11.251 10.893 10.540 10.106 12.471 13.195 16.438 16.035 16.070 13.212 13.175 12.732 11.997 11.764 2.830 2.717 2.898
Vraag 3
264 6.806 2,1 1,54 1,46 1,63 2,7 1,7 1,6 24.025 23.142 17.021 17.408 20.149 18.130 19.452 21.530 24.633 25.546 793 -188 -345 1.460 1.235 947 1.186 3.069 2.636 1.249 a. Kunt u de cijfers in de tabel bevestigen cq corrigeren?
Antwoord van het college
Als u de cijfers heeft ontleend aan eerder door de raad vastgestelde begrotingen en/of jaarrekeningen, dan heeft u correcte cijfers gehanteerd.
a. Wat zijn de hoofdredenen dat de algemene reserve en het EV van 2022 tot 2026 zo sterk stijgt (meer dan verdubbeling?)
De stijging is met name het gevolg van de jaarlijkse toevoeging van het (geprognotiseerde) rekeningresultaat.
Dit heeft effect op de Algemene Reserve die weer onderdeel uitmaakt van het Eigen Vermogen.
b. Is het – op basis van o.a. de toelichting op de risico paragraaf – mogelijk om een inschatting te maken van de omvang van de risico’s, het weerstandsvermogen en daarmee de weerstandsratio voor 2024-2026?
Nee.
Bij vraag 2b heb ik het antwoord op deze vraag al gegeven.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Woensdrecht (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.