24 april 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Eijsden-Margraten

04 Schriftelijke vragen en antwoorden Wmo beleidsplan.docx

Een raadslid stelde op 24 april 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Eijsden-Margraten (1 vragen).

In het kort

1 vragen en wat het college antwoordt

  • 7. → Onze samenwerking met Maastricht en de andere regiogemeenten wordt steeds gebaseerd op het uitgangspunt “regionaal wat moet, lokaal wat kan”.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Raadsvergadering 24 april 2023 Schriftelijke vragen Raadsvoorstel 4:

Vaststelling regionaal beleidsplan Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2023-2026 Maastricht Heuvelland.

Vraag 1:

In de tabel op bladzijde 3 van het document 20230424 07a RV WMO beleidsplan.docx staan twee negatieve bedragen (WMO dagbesteding en Welzijnswerk). Betekent dat dat deze activiteiten geld opleveren en geen geld kosten? En zo ja, op welke manier dan?

Antwoord:

De genoemde negatieve bedragen zijn de inkomsten uit eigen bijdragen die onze burgers conform de WMO dienen te betalen. Deze dienen wij in onze administratie apart te rubriceren vanwege de indelingsvoorschriften uit het informatiesysteem derden (IV3) van de Rijksoverheid. Van belang is het totale budget waarbinnen wij de WMO verwachten te kunnen uitvoeren (€ 5.319.217).

Wij attenderen u er wel op dat de WMO een open einderegeling betreft. Dit wil zeggen dat de benodigde zorg voor de inwoners van Eijsden-Margraten altijd toegekend en geleverd zal worden, ook al is het initieel begrote budget hiervoor ontoereikend. Indien dit het geval blijkt zullen wij dit bij de bestuursrapportages altijd vermelden en de raad verzoeken de middelen voor het betreffende onderdeel bij te ramen.

Vraag 2:

De bedragen in deze tabel zijn begroot voor de jaren 2023-2026. Hoe wordt de ontwikkeling van deze posten in de tijd gevolgd?

Antwoord:

Maandelijks wordt er een dashboard WMO opgesteld dat wordt besproken in de driehoek BeleidBedrijfsvoering-Uitvoering en daarnaast met het afdelingshoofd en de portefeuillehouder. Verder is er een driemaandelijks overleg waarin ook de portefeuillehouder Financiën wordt bijgepraat. De directie ontvangt het dashboard eveneens maandelijks. Uw raad ontvangt 2 keer per jaar bestuursrapportages met een overzicht van de actuele stand van zaken.

Vraag 3:

Hoe is in het verleden de zorg in beeld gebracht, is er een toename van aanvragen of een afname?

We zijn al langere tijd bezig met de zelfredzaamheid van burgers, het inzetten van mantelzorgers.

Soms heb je de limiet bereikt en kan het niet meer. Dan moet er hulp ingeschakeld worden vanuit de gemeente.…

Vragen en antwoorden

Vraag 1

7. Zorg op maat met focus op kostenbeheersing. In dat licht wordt ingezet op en geïnvesteerd in algemeen toegankelijke welzijns- en zorgvoorzieningen, het ‘’voorliggende veld’’ en de inzet van de consulent Welzijn WMO en de consulent Welzijn Jeugd. Het doel is (en blijft) om alleen maatwerk voorzieningen aan te bieden indien dealgemene voorzieningen geen of onvoldoende oplossing bieden.” Vraag 11: Zijn wij, uitvoerend orgaan en raad, tevreden over de samenwerking met Maastricht? Wordt de focus van het Beleidsplan hierdoor niet te veel geënt op de Maastrichtse situatie en mogelijkheden?

Antwoord van het college

Onze samenwerking met Maastricht en de andere regiogemeenten wordt steeds gebaseerd op het uitgangspunt “regionaal wat moet, lokaal wat kan”. Het bundelen van krachten, bijvoorbeeld bij inkoopeen aanbesteding, levens ons voordelen op en zien wij samenwerking met Maastricht als positief en noodzakelijk. Daarbij verliezen wij belangen van onze inwoners en onze lokale (on)mogelijkheden nimmer uit het oog.

De focus van het beleidsplan wordt bepaald door maatschappelijke ontwikkelingen en uitdagingen in het Sociaal Domein. Wij delen de missie van en de visie op de Wmo en net als Maastricht moeten een antwoord geven op de uitdagingen. Het is wel zo, dat elke gemeente eigen manier het beleid gaat uitvoeren, dat zal afhankelijk zijn van de situatie, beschikbare budgetten en (on)mogelijkheden binnen de individuele gemeente. Ook de beleidsresultaten zullen daarvan afhankelijk zijn.

Vraag 12:

11

De adviesraad verwijst ook naar het Beleidsplan 2015 en het uitvoeringsplan 2015-2022. Is dit voor Eijsden-Margraten geëvalueerd? Bij de buurgemeente Maastricht heeft dit tot grote tekorten geleid. Is daar hier ook sprake van geweest? Heeft dit tot aanpassingen geleid?

Antwoord:

Er was geen beleidsplan 2015 en evenmin een uitvoeringsplan 2015-2022. Het huidige Wmo-beleid is vastgelegd in de ‘Toekomstagenda Sociaal Domein Maastricht Heuvelland 2022. Deze agenda is gericht op het gehele sociale domein van de regio, waarbij de deelterreinen met elkaar verbonden zijn.

Het is niet mogelijk om de Toekomstagenda enkel op het Wmo-onderdeel ervan en enkel voor onze gemeente te evalueren. Hoewel de agenda niet is geëvalueerd, hechten wij vanzelfsprekend waarde aan monitoring en evaluatie van ons Wmo-beleid en -uitvoering. We wijzen in dit verband op het jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek, de kwalitatieve voortgangsgesprekken met zorgaanbieders en maatschappelijke partners, evaluaties van deelprojecten, interne en externe audits.

De afgelopen jaren zijn reeds stappen gezet om inwoners veerkrachtiger te maken en de samenwerking met inwoners, maatschappelijke partners, welzijnsinstellingen en zorgaanbieders te versterken. Die lijn zetten wij in de nieuwe beleidsperiode door. Wij houden ons vast aan de missie, visie en doelen die wij eerder hebben vastgesteld in de Toekomstagenda Sociaal Domein. Daarbij focussen wij ons in het beleidsplan op de Wmo en op de twee beleidsopgaven voor de komende beleidsperiode. Dat is van belang om de maatwerkvoorzieningen in de toekomst betaalbaar en toegankelijk te houden voor mensen die deze ondersteuning nodig hebben. Dat geldt voor EijsdenMargraten net zo goed als voor Maastricht.

Het is niet vast te stellen, dat het beleid in de Toekomstagenda geleid heeft tot grote tekorten in Maastricht. Daarvoor zijn meerdere oorzaken genoemd in diverse rapporten, gebaseerd op onafhankelijke onderzoeken die Maastricht heeft laten uitvoeren.

Vraag 13:

De adviesraad heeft haar licht laten schijnen op dit document. En zich ingespannen om hierop te reflecteren. Met de ingebrachte opmerkingen is niet overal rekening gehouden. Wel zijn toezeggingen gedaan mee te nemen in het uitvoeringsplan. Wordt dit uitvoeringsplan lokaal opgesteld of moeten we aansluiten bij de visie van Maastricht? Wanneer kunnen we dit uitvoeringsplan verwachten?

Antwoord:

Het uitvoeringsplan zal uit twee onderdelen bestaan, een lokaal deel en een regionaal deel. Het lokale deel zal lokale activiteiten bevatten, in te vullen in samenwerking met onze adviesraad. Het regionale deel zal bestaan uit activiteiten die wij (sub)regionaal oppakken, denk bijvoorbeeld aan inkoop- en aanbesteding, het plan Beschermd Thuis en collectief vervoer.

Wij denken het uitvoeringsplan in het vierde kwartaal van 2023 gereed te hebben.

1

Toegang tot zorg

Vraag 1:

Kunt u vertellen hoe geregeld is dat mensen weten waar ze moeten zijn om zorg te krijgen?

12

Antwoord:

Het Sociaal Team en MEE als onafhankelijke cliëntenondersteuner zijn twee plekken waar mensen met vragen rondom zorg en ondersteuning terecht kunnen. Beide zijn laagdrempelig te bereiken: fysiek, via de telefoon of via de website, door de cliënt zelf, door zijn sociaal netwerk of door derden.

Ook is het werk van onze participatiecoach daarop gericht. De participatiecoach werkt bovendien outreachend, Vraag 2:

Is dat ook goed geregeld voor mensen die alleen zijn, niet zo mondig of niet digitaal vaardig? Kunnen zij zelfstandig toegang tot hulp vinden?

Antwoord:

Ja. Met hulp van cliëntenondersteuner van MEE is dat goed mogelijk. Maar wij kunnen niet uitsluiten dat voor een enkeling het Sociaal Team en/of MEE onvindbaar zal zijn. Het outreachend werk van de participatiecoach is erop gericht om dit te voorkomen. 2 Zelfstandig wonen of intramuraal?

Sinds 2015 is het streven dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen.

Vraag 3:

Hoe houdt u de vinger aan de pols of dit voor de mensen die zelfstandig wonen nog steeds de juiste plek is?

Antwoord:

Dat is voornamelijk de taak van de zorgprofessionals, zoals de wijkverpleegkundige, de huisarts, verpleging en verzorging van thuiszorg. Wel kan een Wmo-consulent, een consulent van MEE of een andere betrokken professional een signaal afgeven en/of helpen met de nodige informatie en ondersteuning. Dat kan aanleiding zijn voor de cliënt zelf en zijn omgeving om de situatie te (her)overwegen.

Vraag 4:

Wanneer beslist wie dat iemand beter af is in een meer georganiseerde gemeenschappelijke woonsituatie?

Antwoord:

Gemeenschappelijke woonsituaties zijn niet in de Wmo in de Wet Langdurige Zorg geregeld.

Besluitvorming over al dan niet toelating tot een dergelijke woonvorm is opgedragen aan het Centrum Indicatie Zorg (CIZ). In voorkomende situaties leiden het Sociaal Team, MEE of een andere betrokken professional cliënten naar het CIZ toe. 3 De extramurale zorg Wanneer meer mensen langer zelfstandig blijven wonen is moet de extramurale zorg uitstekend geregeld zijn. De adviesraad heeft het over het gevaar dat niet de zorg die iemand nodig heeft, maar het financiële plaatje dat daarbij hoort leidend is om te bepalen welke zorg iemand krijgt.

Vraag 5:

Hoe voorkomt u dat dit gebeurt?

13

Antwoord:

De gemeente is niet verantwoordelijk voor de extramurale zorg, wel voor de noodzakelijke maatschappelijke ondersteuning in het kader van de Wmo. In de Wmo gaat wij uit dat mensen niet meer en ook niet minder ondersteuning moeten krijgen, dan noodzakelijk. De Wmo blijft een open einde regeling en dus wordt noodzakelijk ondersteuning waar nodig ingezet. Een financieel plaatje is niet ledend, noodzaak van ondersteuning is leidend. Meet het streven naar kostenbeheersing is ook van belang om maatschappelijke ondersteuning beschikbaar en betaalbaar te kunnen houden. Uw raad heeft ons ertoe een opdracht gegeven: “Programma 1. 1.7. Zorg op maat met focus op kostenbeheersing.

In dat licht wordt ingezet op en geïnvesteerd in algemeen toegankelijke welzijns- en zorgvoorzieningen, het ‘’voorliggende veld’’ en de inzet van de consulent Welzijn WMO en consulent Welzijn Jeugd. Het doel is (en blijft) om alleen maatwerk voorzieningen aan te bieden indien de algemene voorzieningen geen of onvoldoende oplossing bieden.” 4 Maatwerkvoorziening of oplossing?

Ook wij vragen ons af wat we moeten denken van de opmerking dat de overheid verantwoordelijk is voor een maatwerkvoorziening, niet voor het bieden van een oplossing.

Vraag 6:

Kunt u dat uitleggen?

Antwoord:

Als gemeente (of de overheid) kunnen wij niet alles oplossen. Daarvoor hebben wij de inzet van de hele samenleving nodig: onze maatschappelijke partners, de sociale netwerken, vrijwilligers, mantelzorgers. Wij zorgen ervoor, dat Wmo-voorzieningen (maatwerkvoorzieningen) beschikbaar en betaalbaar blijven voor de meest kwetsbaren, maar dat is maar een deel van de oplossing. 5 Ondersteuning informele zorg U lijkt nogal veel te verwachten van de informele zorg.

Vraag 7:

Wat zijn uw mogelijkheden om dit informele zorgnetwerk te ondersteunen en te verstevigen?

Antwoord:

Onze belangrijke taak is om vrijwillige inzet zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Dat doen wij door het: bieden van professionele ondersteuning aan vrijwilligers; bieden van zinvolle en duidelijke taak, die aansluit op draagkracht en niet meer dan dat; zorgen voor goede faciliteiten; zo min mogelijk creëren van bureaucratie; geven van een blijk van waardering.

Vraag 8:

Heeft u zicht op het aantal mensen dat belast is met informele zorg?

Antwoord:

Nee; een exact aantal valt niet te registeren.

Onder de Stichting Vrijwillige Hulpdienst vallen ongeveer 80 vrijwilligers, die op een of andere manier regelmatig betrokken zijn bij informele zorg. Denk aan huiskamers, ziekenbezoek, begeleiden bij bezoek aan een arts, helpen met het regelen van maaltijdvoorziening etc. In onze gemeente zijn circa 360 mantelzorgers, die bekend zijn, dat zijn mensen die intensief belast zijn met informele zorg. Maar er zijn nog veel mensen die informele zorg leveren en die niet onder dit soort registraties vallen. Als wij 14

een groep qua aantal in beeld hebben, dan nemen wij die mensen niet mee in onze getallen. Denk aan mensen uit de sociale omgeving, mantelzorgers die zich niet als mantelzorger maar gewoon als partner zien, familieleden, buren.

Vraag 9:

Waar kunnen zij terecht als ze hulp nodig hebben?

Antwoord:

Wij bieden ondersteuning aan mantelzorgers en vrijwilligers. Als mensen ondersteuning nodig hebben, kunnen zij terecht bij het Sociaal Team. Ook onze participatiecoach die outreachend werkt is alert op vragen van mantelzorgers en vrijwilligers.

Vraag 10:

Hoeveel invloed heeft het hebben van informele zorg op de te verkrijgen officiële zorg? Met andere woorden, kan het hebben van informele zorg de weg afsluiten naar gewenste professionele zorg?

Antwoord:

Niet meer maar ook niet minder ondersteuning dan noodzakelijk, daar gaat het ons om. Informele zorg (waaronder ook mantelzorg) is niet verplicht en is ook niet af te dwingen. Als die er niet is, moeten de zorgprofessionals en/of maatschappelijke ondersteuning dat overnemen. De gewenste professionele zorg of maatschappelijke ondersteuning is niet altijd de maatstaf; de noodzaak van professionele zorg en professionele maatschappelijke ondersteuning is leidend. Maar dat staat niet per definitie gelijk aan gewenste professionele zorg.

Belangrijk is te vermelden, dat de gemeente geen professionele zorg of informele zorg levert. Wel levert de gemeente maatschappelijke ondersteuning naast professionele zorg en ondersteunt de gemeente informele zorg.

15

Bekijk de brief: 04 Schriftelijke vragen en antwoorden Wmo beleidsplan.docx

Bron: raadsinformatie van de gemeente Eijsden-Margraten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Eijsden-Margraten

Alle artikel 35-vragen in Eijsden-Margraten