07 Schriftelijke vragen en antwoorden Aanvullende toetsingscriteria voor aanwijzingsprocedure lokale omroep
Een raadslid stelde op 28 mei 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Eijsden-Margraten (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- op de ambitie van de 3 lijn-50 gemeenten om één gezamenlijke omroep voor het hele uitzendgebied aan te wijzen. → De streekomroepvorming is een middel om lokale omroepen te professionaliseren met als doel de realisatie van een Lokaal Toereikend Media-Aanbod (LTMA).
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Raadsvergadering 28 mei 2024 Schriftelijke vragen Raadsvoorstel 7:
Aanvullende toetsingscriteria voor aanwijzingsprocedure lokale omroep
Vraag 1:
Pagina 2. Uiteindelijke doel: aanwijzing van één instelling voor het verzorgen van het publieke mediaaanbod in de gemeenten Gulpen-Wittem, Vaals en Eijsden-Margraten voor een periode van vijf jaar.
Hoeveel partijen waren vijf jaar geleden in de running voor het verzorgen van het media-aanbod?
Antwoord:
In november 2018 hebben twee voormalige omroepen, te weten Stichting Omroep Krijtland en Stichting Omroep Maas en Mergelland, bij het Commissariaat voor de Media als gevolg van een beoogde fusie (per 1 januari 2020) gezamenlijk een aanvraag ingediend. De aanvraag heeft betrekking op aanwijzing als lokale publieke media-instelling in de gemeenten Vaals, Gulpen-Wittem en Eijsden-Margraten. Na toetsing van de aanvraag heeft het Commissariaat voor de Media besloten om deze twee omroepen in gezamenlijkheid onder de naam ‘Stichting Omroep Krijtland’ van 1 januari 2020 tot 1 januari 2025 aan te wijzen als lokale publieke media-instelling voor de verzorging van de publieke mediadiensten in de gemeenten Vaals, Gulpen-Wittem en Eijsden-Margraten. (De naam van de omroep is ná de aanwijzing statutair vastgelegd. De omroep heet nu ‘Omroep 3Heuvelland’).
Vraag 2:
Pagina 2. Uiteindelijke doel: aanwijzing van één instelling voor het verzorgen van het publieke mediaaanbod in de gemeenten Gulpen-Wittem, Vaals en Eijsden-Margraten voor een periode van vijf jaar.
Hoeveel partijen waren vijf jaar geleden in de running voor het verzorgen van het media-aanbod?
Antwoord:
Zie antwoord op vraag 1.
Vraag 3:
Pagina 4. Gevraagde datum door Commissariaat is niet haalbaar Wat is de reden waarom de gevraagde datum van 1 februari niet is gehaald? De brief van het commissariaat was immers al op 1 november 2023 verzonden.
Antwoord:
Zaken zorgvuldig in een raadsprocedure brengen, nemen simpelweg veel tijd in beslag. Méér dan de ruimte die er in dit geval voor beschikbaar was. Zeker gezien de noodzaak om dit proces met drie gemeenten op uniforme wijze te doorlopen. Gezien het dynamische speelveld waarin de wereld van lokale omroepen zich momenteel bevindt is het belangrijk om zaken goed helder te stellen en zorgvuldige voorbereidingen te treffen.…
Vragen en antwoorden
Vraag 1
op de ambitie van de 3 lijn-50 gemeenten om één gezamenlijke omroep voor het hele uitzendgebied aan te wijzen. Vraag 3: Wat zou de streekomroepvorming kunnen betekenen?
Antwoord van het college
De streekomroepvorming is een middel om lokale omroepen te professionaliseren met als doel de realisatie van een Lokaal Toereikend Media-Aanbod (LTMA). De NLPO ondersteunt en coördineert de vorming van streekomroepen, om zo de kwaliteit en professionaliteit van de lokale journalistiek verder te ontwikkelen.
De schaalvergroting heeft belangrijke voordelen: door samen te werken kunnen lokale omroepen voor meerdere gemeenten het media-aanbod verzorgen. Daarmee wordt het afzetgebied vergroot, de journalistieke kwaliteit versterkt en de financiële armslag verbeterd. Door zich te richten op de streek in plaats van een enkele gemeente kunnen omroepen meer continuïteit en professionaliteit bieden dan de huidige 230 versnipperde (kleinschalige) initiatieven. Zo kan meer geld vrijgemaakt worden voor het maken van lokale content. (Zie website NLPO: Streekomroepvorming - NLPO )
3
Vraag 4:
Hoe zit de rest van de planning er nu uit nu er uitstel is verleend?
Antwoord:
1. Er is ‘slechts’ uitstel verleend door het Commissariaat voor wat betreft de datum waarop de vastgestelde aanvullende toetsingscriteria kenbaar moeten zijn gemaakt bij het Commissariaat.
Aan de rest van de procedure verandert niks.
a. Stel er is méér dan één aanvraag binnengekomen voor dit uitzendgebied, en de aanvullende toetsingscriteria waren toen nog niet bekend, dan krijgt deze aanvrager alsnog de mogelijkheid om schriftelijk dan wel mondeling een nadere toelichting te verschaffen op basis van de aanvullende toetsingscriteria.
2. Zodra de deadline om een aanvraag in te dienen verstreken is, informeert het Commissariaat de gemeente per brief over de vervolgprocedure.
Vraag 1:
- Een aanvullend toetsingscriterium zou kunnen zijn: Wordt de media gemaakt
- voor en door inwoners van de deelnemende gemeenten?
- Een aanvullend criterium zou kunnen zijn: Wat is de minimale tijd (percentage
- van de uitzenduren) van media aandacht voor lokale (uitzendgebied) zaken?
- Een aanvullend criterium zou kunnen zijn: Het is wenselijk dat er binnen het
- uitzendgebied een (of meerdere) studio’s aanwezig zijn om live uitzendingen
- met burgers te kunnen realiseren. Is dit het geval?
- Een aanvullend criterium zou kunnen zijn: Is de omroep ervaren in het live
- uitzenden van evenementen waarbij de organisatie in handen is van derden?
- (bijv. Memorial Day uitzending)
- Een aanvullend criterium zou kunnen zijn: Kan de aanvragende omroep een
- track record overleggen of aantonen met spraakmakende uitzendingen of
- media berichten?
Antwoord:
Wij kunnen geen concrete vraag uit uw inbreng halen. We kunnen wel een toelichting geven over de totstandkoming van de (aanvullende) criteria:
De aanvraag wordt sowieso getoetst, net als bij alle gemeenten die een omroep moeten aanwijzen, op basis van de 3 wettelijk vastgestelde criteria zoals ook benoemd in het voorstel. We hebben de aanvullende toetsingscriteria die andere gemeenten (waarbinnen ook meerdere partijen in hetzelfde uitzendgebied actief zijn) door hun raad hebben laten vaststellen ook in ogenschouw genomen.
Daarbij hebben we zaken meegenomen in de formulering van de criteria die de drie gemeenten (omdat de praktijk dat uitwijst) als belangrijk beschouwen.
Vraag 2:
Verwachten jullie meerdere gegadigden voor de lokale omroep of is 3heuvelland de enige omroep die hier aanspraak op maakt?
4
Antwoord:
Het is vrijwel niet in te schatten of er meerdere gegadigden zullen zijn. Iedereen kan namelijk een aanvraag indienen. Zowel de partij die op dit moment in onze gemeente de zendmachtiging heeft, als partijen (ver) daarbuiten. Dus ook partijen die voor ons nog onbekend zijn.
Vraag 1:
Wat betekent de nieuwe mediawet welke waarschijnlijk in 2027 ingaat, voor de toewijzing zoals nu voorgesteld?
Antwoord:
De ingangsdatum en inhoud van de nieuwe Mediawet is nog niet 100% zeker. Zo ver nu bekend blijven gemeenten een advies geven aan het Commissariaat voor de Media over de aanwijzing van een lokale omroep voor een periode van 5 jaar. (Vragen en antwoorden | VNG ) Omdat op dit moment nog geen duidelijkheid bestaat over het overgangsrecht, is nog niet bekend wat er na 1 januari 2026/2027 gebeurt met de dan geldende lokale aanwijzingen.
Vraag 2:
De vraag van het Commissariaat Media is rond 1 november 2023 ontvangen. Kunt u aangeven waardoor deze vertraging is opgelopen?
Antwoord:
Zaken zorgvuldig in een raadsprocedure brengen, nemen simpelweg veel tijd in beslag. Méér dan de ruimte die er in dit geval voor beschikbaar was. Zeker gezien de noodzaak om dit proces met drie gemeenten op uniforme wijze te doorlopen. Gezien het dynamische speelveld waarin de wereld van lokale omroepen zich momenteel bevindt is het belangrijk om zaken goed helder te stellen en zorgvuldige voorbereidingen te treffen. In dit geval hebben we ons (de Lijn-50 gemeenten) eerst uitvoerig laten bijpraten door het Commissariaat over het proces rond de zendmachtiging en zijn we in gesprek gegaan met de Stichting Nederlands Lokale Publiek Omroepen (NLPO) over de aankomende veranderingen in het kader van de streekvorming. Om een gedegen advies voor te kunnen leggen aan uw raad is het van belang dat we de context waarbinnen dit raadsvoorstel en -besluit zich bevindt, scherp hebben. (We hebben het Commissariaat voor de Media laten weten dat de deadline - voor wat betreft het laten vaststellen van aanvullende toetsingscriteria - door de gemeenten als te krap is ervaren).
Vraag 3:
Zijn wij verplicht om samen met Gulpen-Wittem en Vaals één lokale omroep aan te wijzen?
Antwoord:
De gemeenteraden geven ieder een advies aan het Commissariaat. Het Commissariaat voor de Media wijst vervolgens voor de regio één lokale omroep aan. De Mediawet bepaalt dat maar één lokale omroep per uitzendgebied in aanmerking kan komen voor een zendmachtiging. De omroep die de zendmachtiging krijgt, verzorgt 5 jaar lang het lokale media-aanbod voor Gulpen-Wittem, Vaals en Eijsden-Margraten.
5
Vraag 4:
Is met Gulpen-Wittem en Vaals duidelijk afgestemd dat zij gelijke criteria vaststellen?
Antwoord:
Ja, in Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem en Vaals is hetzelfde raadsvoorstel ingediend, met dezelfde toetsingscriteria en bijbehorende puntenscore.
Vraag 5:
Hoe moeten wij het schema puntenscore interpreteren? Wordt een score per criterium of per (sub)vraag in de diverse criteria toegekend?
Antwoord:
Er wordt per (sub)vraag een punt gegeven.
Vraag 6:
Zijn er bepalingen opgesteld betreffende de toe te kennen scores? Wint de aanbieder met de hoogste score, ongeacht het aantal 0-scores?
Antwoord:
Er zijn geen bepalingen opgesteld. De aanvraag met de hoogste totaalscore (alle punten bij elkaar opgeteld) wordt als voorkeur aangedragen in het voorstel. Zodra de toetsing heeft plaatsgevonden wordt er een raadsvoorstel voorbereid. Dat voorstel zal in elke Lijn-50 gemeente identiek zijn. De raad bepaalt vervolgens welk advies aan het Commissariaat van de Media gegeven wordt, over de meest geschikte partij (indien er meerdere aanvragen zijn).
Vraag 7:
Wat is een evenwichtige verdeling tussen inkomsten uit publieke en private middelen (criterium 4). Is dit 40-60%, etc.? Waar wordt dit op gebaseerd?
Antwoord:
Voor het antwoord op deze vraag hebben we de NLPO organisatie om een reactie gevraagd. Hun antwoord is als volgt: “De sectororganisatie NLPO heeft een modelbegroting gemaakt ten behoeve van de discussie over de toekomstige vorming van streekomroepen. Het ministerie van OC&W werkt op dit moment aan een wijziging van de Mediawet die moet leiden tot de vorming van streekomroepen per 2027. In deze modelbegroting wordt inderdaad uitgegaan van een verhouding 40-60%.
De stelselwijziging voor lokale omroepen is niet bedoeld om de overheidsbijdrage te verlagen - in tegendeel zelfs: het Rijk investeert aanzienlijk in de versterking van de publieke lokale omroepen.
Eerst met tijdelijk geld, vanaf 2027 structureel. Deze investering is gekoppeld aan de plannen om door de vorming van streekomroepen te komen tot meer schaalgrootte en verdere professionalisering van de lokale journalistiek bij deze omroepen. De versterking van de publieke lokale omroepen is mede gericht op het borgen van een basisvoorziening, in het licht van de verschraling van het regionale medialandschap.
De berekening van de NLPO is gebaseerd op de aanname dat een professionelere en journalistiek sterkere lokale omroep een groter bereik heeft en daardoor ook interessanter wordt voor adverteerders en sponsoren.
6
De huidige lokale omroep in Eijsden-Margraten haalde de afgelopen jaren zo’n 25% à 33% van de begroting uit eigen inkomsten. De omroep werkt intensief samen met de omroepen in de streek Maastricht-Heuvelland aan de voorbereidingen voor de vorming van een streekomroep. De gezamenlijke omroepen in dit samenwerkingsverband ontvangen een aanvullende subsidie ter versterking van de journalistieke capaciteit. Ter vergelijking: zowel de landelijke publieke omroep als de regionale publieke omroepen zoals L1 behalen aanzienlijk kleinere percentages van hun begroting uit eigen inkomsten.
Criteria Het criterium ‘evenwichtige verdeling tussen inkomsten uit publieke en private middelen (criterium 4)’ is opgenomen om te kunnen beoordelen of de kandidaat-omroepen een realistische begroting hebben opgesteld. Uitgangspunt is niet dat een omroep die hogere eigen inkomsten belooft, hoger scoort. Het gaat erom dat de aanvrager kan onderbouwen welke eigen inkomsten realistisch zijn, zodat de gemeente niet in een later stadium geconfronteerd wordt met een hulpvraag door financiële tekorten.
Het is ook goed om op te merken dat de publieke omroep geacht wordt een publiek karakter te hebben. Daarbij is het wenselijk dat de publieke omroep een significant deel van de inwoners bereikt met het oog op de doelmatigheid van de overheidsbijdrage; daar staat tegenover dat een te grote focus op eigen inkomsten zou kunnen leiden tot een programmering waar geen ruimte is voor maatschappelijk relevante programma’s. Een lang interview of afwijkende muziek zou immers kunnen leiden tot lagere kijk- en luistercijfers, terwijl het wenselijk is dat hiervoor wel enige ruimte is bij een publieke omroep. Een té commerciële publieke omroep zou daarnaast kunnen leiden tot oneerlijke concurrentie tegenover mediabedrijven die geen geld van de overheid ontvangen.”
Vraag 1:
Wie vult de antwoorden op die toetsingscriteria in? Het zijn nu vragen die eerder met Ja en Nee beantwoord moeten worden dan met een kwaliteitsnormering.
Antwoord:
• De gemeenten toetsen gezamenlijk de aanvraag/ aanvragen aan de hand van de wettelijke én aanvullende toetsingscriteria die door de raden middels dit voorstel zijn vastgesteld. (Toetsen aan de hand van aanvullende criteria is alleen aan de orde op het moment dat er meer dan 1 aanvraag bij het Commissariaat is ingediend).
• Er worden per criterium 0, 1 of 2 punten gegeven.
• Het toetsen van de aanvragen gebeurt ambtelijk (onder begeleiding van de communicatieadviseurs) in samenwerking met medewerkers die de meeste affiniteit hebben met het onderwerp en/of dit dossier en in overleg met de portefeuillehouder(s) van elke gemeente.
• Nadat de toetsing heeft plaatsgevonden volgt er een raadsvoorstel waarbij de drie raden één gezamenlijk advies uitbrengen aan het Commissariaat. Voor de drie gemeenten wordt er uiteindelijk één partij die een aanvraag heeft ingediend aangewezen.
Vraag 2:
Als het criteriaformulier voor de beoordelende ambtenaren is bedoeld, uit welke informatie putten zij dan? Hoe onderzoeken ze of en in welke mate de aanvrager aan de criteria voldoet?
7
Antwoord:
De aanvraag wordt sowieso getoetst, net als bij alle gemeenten die een omroep moeten aanwijzen, op basis van de 3 wettelijk vastgestelde criteria zoals ook benoemd in het voorstel. We hebben de aanvullende toetsingscriteria die andere gemeenten (waarbinnen ook meerdere partijen in hetzelfde uitzendgebied actief zijn) door hun raad hebben laten vaststellen ook in ogenschouw genomen.
Daarbij hebben we zaken meegenomen in de formulering van de criteria die de drie gemeenten (omdat de praktijk dat uitwijst) als belangrijk beschouwen.
Zodra de termijn om een aanvraag in te dienen is verstreken, informeert het Commissariaat de gemeenten over de vervolgprocedure. De gemeenten ontvangen de ingediende aanvragen via het Commissariaat. Op basis van de aangeleverde stukken wordt onderzocht of/ in welke mate aan de criteria wordt voldaan. Het toetsen van de aanvragen gebeurt ambtelijk (onder begeleiding van de communicatieadviseurs) in samenwerking met medewerkers die de meeste affiniteit hebben met het onderwerp en/of dit dossier en in overleg met de portefeuillehouder(s) van elke gemeente.
Vraag 3:
We zien geen criterium dat de kwaliteit van het geboden programma-aanbod peilt. Zien wij die over het hoofd of toetst u dat op een andere manier? Hoe dan?
Antwoord:
Eén van de wettelijke toetsingscriteria van het Commissariaat van de Media is: Heeft de aanvrager een programmabeleidsbepalend orgaan (pbo) dat representatief is voor de belangrijkste maatschappelijke, culturele, geestelijke en godsdienstige stromingen die voorkomen in de gemeente?
Het pbo bepaalt het beleid voor het media-aanbod van de lokale omroep en ziet toe op de uitvoering daarvan. Het pbo heeft de belangrijke functie om ervoor te zorgen dat het media-aanbod van de lokale omroep zo goed mogelijk aansluit bij de behoeften aan media-aanbod van alle inwoners van de gemeente(n). De samenstelling van het pbo moet representatief zijn voor de verscheidenheid binnen de lokale gemeenschap. Dit betekent dat het pbo moet bestaan uit meerdere leden, die elk een belangrijke in de gemeente(n) aanwezige maatschappelijke, culturele of levensbeschouwelijke stromingen vertegenwoordigt. De gemeente heeft hier geen rol in. (Zie website Commissariaat:
Wettelijke voorwaarden lokale omroep - Commissariaat voor de Media (cvdm.nl) ) Vraag 4:
Hoe onderzoekt deze gemeente hoe groot de behoefte aan een lokale omroep bij de inwoners is en wat zij van een dergelijke omroep verwachten?
Gaat u een dergelijk onderzoek instellen in aanloop naar de nieuwe aanwijzing?
Antwoord:
Het Commissariaat van de Media bepaalt dat elke regio een lokale omroep heeft/moet hebben. Zij wijst vervolgens ook een lokale omroep aan voor de gemeenten Gulpen-Wittem, Vaals en EijsdenMargraten. De gemeente speelt hierbij geen rol en de behoefte van inwoners ook niet. Daarom doet onze gemeente in deze geen onderzoek naar de behoefte- en verwachtingen van inwoners.
Dit laat onverlet dat de mening van inwoners belangrijk is, maar niet doorslaggevend. Simpelweg het Commissariaat van de Media de zendmachtiging afgeeft en gemeenten in het huidige stelsel alleen een zogenaamde doorgeefsubsidie verstrekken en advies uitbrengt.
8
Bron: raadsinformatie van de gemeente Eijsden-Margraten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.