18 oktober 2022 · artikel 35-vragen · gemeente Eijsden-Margraten

10 Schriftelijke vragen en antwoorden Erfgoedverordening.docx

Een raadslid stelde op 18 oktober 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Eijsden-Margraten (8 vragen).

In het kort

8 vragen en wat het college antwoordt

  • U geeft aan dat, om voor restauratiesubsidie in aanmerking te komen moeten deze panden zijn aangewezen tot gemeentelijk monument. → De aanwijzing van gemeentelijke monumenten vindt overeenkomstig de erfgoedverordening plaats door B&W.
  • U geeft aan dat, Met de vaststelling is haast geboden omdat anders mogelijk het subsidieplafond bij de Provincie is bereikt. → Voor de subsidieregeling van de provincie geldt een budget plafond.
  • Zijn er buiten de naamsverandering en eventuele provinciale subsidiemogelijkheden, nog andere veranderingen/gevolgen (bijvoorbeeld juridisch) voor eigenaren van… → De bescherming van een beeldbepalend pand in het bestemmingsplan biedt zeker voor wat het exterieur betreft nagenoeg dezelfde bescherming als de aanwijzing tot gemeentelijke monument.
  • Wat waren destijds de argumenten/overwegingen om de mogelijkheid om gemeentelijke monumenten aan te wijzen nadrukkelijk niet op te nemen in de erfgoedverordening 2013? → Voor de herindeling had de gemeente Margraten een groot aantal panden aangewezen tot gemeentelijk monument.
  • In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat er enkel panden tot gemeentelijk monument worden benoemd als ze reeds een beeldbepalend pand zijn op basis van voornoemd… → Het is niet de bedoeling om willekeurig panden aan te gaan wijzen tot gemeentelijk monument.
  • Wordt er een heroverweging gemaakt van de benoemde panden in het voornoemde paraplubestemmingsplan nu deze panden worden benoemd tot gemeentelijk monument? → Zie de passage uit het antwoord op vraag 5: In het verlengde van de nieuwe omgevingswet en het op grond hiervan vast te stellen omgevingsplan, zal echter een nieuwe inventarisatie en…
  • Op pagina 3 van het raadsvoorstel wordt aangegeven dat de erfgoedverordening 2013 komt te vervallen. → Dat klopt.
  • Wordt nu ook gebruik gemaakt van de, in opdracht van de gemeente verrichte, studie naar de nederzettingsstructuren, zoals o.a. die van Eckelrade? → Ook nederzettingsstructuren zullen deel uit maken van de inventarisatie, selectie en waardering van het gehele ruimtelijke erfgoed.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Raadsvergadering 18 oktober 2022 Schriftelijke vragen Raadsvoorstel 10:

Wijziging erfgoedverordening

Vragen en antwoorden

Vraag 1

U geeft aan dat, om voor restauratiesubsidie in aanmerking te komen moeten deze panden zijn aangewezen tot gemeentelijk monument. Wat is de procedure om tot een gemeentelijk monument te komen?

Antwoord van het college

De aanwijzing van gemeentelijke monumenten vindt overeenkomstig de erfgoedverordening plaats door B&W. De procedure start met een brief waarin het voornemen tot aanwijzing aan de eigenaren en overige belanghebbenden wordt kenbaar gemaakt. Aan deze brief wordt een ontwerpbesluit en de zogenaamde redengevende omschrijving toegevoegd. In deze redengevende beschrijving staan de belangrijkste kenmerken van het gemeentelijk monument opgesomd als mede de reden waarom het pand van monumentale waarde wordt geacht.

De eigenaar heeft hierna 6 weken de tijd om eventuele zienswijzen (bezwaren) tegen het aanwijzingsbesluit in te dienen. Komen er geen zienswijzen dan volgt een B&W besluit tot aanwijzing. Indien er wel zienswijze worden ingediend, dan worden de belangen die met de aanwijzing zijn gediend, gewogen ten opzichte van de zienswijze en belangen van de eigenaar.

Afhankelijk van deze afweging vindt wel of geen aanwijzing plaats.

Vraag 2

U geeft aan dat, Met de vaststelling is haast geboden omdat anders mogelijk het subsidieplafond bij de Provincie is bereikt. Hoe wordt het bepalen van de subsidie bij de provincie bepaald? Wie het eerst komt, of afhankelijk van de situatie en belangrijkheid etc. ?

Antwoord van het college

Voor de subsidieregeling van de provincie geldt een budget plafond. Voor de toekenning van de subsidie geldt wie het eerst komt wil het eerst maalt.

Vraag 3

Zijn er buiten de naamsverandering en eventuele provinciale subsidiemogelijkheden, nog andere veranderingen/gevolgen (bijvoorbeeld juridisch) voor eigenaren van beeldbepalende panden (conform het paraplu bestemmingsplan beeldbepalende panden en objecten Eijsden-Margraten) wanneer deze panden worden benoemd tot gemeentelijk monument?

Antwoord van het college

De bescherming van een beeldbepalend pand in het bestemmingsplan biedt zeker voor wat het exterieur betreft nagenoeg dezelfde bescherming als de aanwijzing tot gemeentelijke monument.

Sloop van een beeldbepalend pand is enkel toegestaan aan de het pand in dermate slechte staat verkeerd dat het niet meer te handhaven is. Dat geldt ook voor een gemeentelijk monument.

Ook voor een beeldbepalend pand geldt dat het verboden is om het pand te gebruiken of laten te gebruiken op een dusdanige wijze dat het ruimtelijk historisch beeld, de ruimtelijke historische belevingswaarde en/of de cultuurhistorische waarden worden ontsierd of in gevaar worden gebracht.

1

Daarnaast is voor wijziging van zowel een beeldbepalend pand als een gemeentelijk monument een vergunning nodig, waarbij de aanvraag voor advisering wordt voorgelegd aan de monumentencommissie Mergelland.

Hoewel er ook gemeenten zijn die ook alleen het exterieur van het gemeentelijke monument beschermen, is bij de meeste gemeentelijke monumenten ook de binnenzijde beschermd.

Voor wat betreft de aan te wijzen gemeentelijke monumenten zullen we ook waardevolle constructie- en interieuronderdelen beschermen. Dit is mede afhankelijk van de cultuurhistorische waarde hiervan en of betreffende onderdelen in aanmerking moeten komen voor provinciale subsidie.

Het interieur van pand Bovenstraat 21 te Noorbeek bevat zowel waardevolle vakwerk als spantconstructies. Daarnaast is in het pand nog een oude stookplaats aanwezig. Aanwijzing van deze onderdelen is wenselijk enerzijds vanwege de cultuurhistorische waarden en anderzijds ter verkrijging van subsidie voor deze onderdelen. Overigens zal de aanwijzing en de omvang van de bescherming in overleg met de eigenaar worden bepaald.

Vraag 4

Wat waren destijds de argumenten/overwegingen om de mogelijkheid om gemeentelijke monumenten aan te wijzen nadrukkelijk niet op te nemen in de erfgoedverordening 2013? Zijn er nog meer redenen, buiten de provinciale subsidiemogelijkheden, om hier nu op terug te komen?

Antwoord van het college

Voor de herindeling had de gemeente Margraten een groot aantal panden aangewezen tot gemeentelijk monument. De voormalige gemeente Eijsden kende geen gemeentelijke monumenten. Waarschijnlijk is de bescherming van waarde volle panden in een bestemmingsplan destijds een politiek compromis geweest.

Vraag 5

In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat er enkel panden tot gemeentelijk monument worden benoemd als ze reeds een beeldbepalend pand zijn op basis van voornoemd paraplubestemmingsplan of als de aanwijzing noodzakelijk is om provinciale subsidie te ontvangen. Op deze manier komen pandeigenaren die zelf een grootschalige restauratie kunnen en willen betalen, maar niet zijn opgenomen in het paraplu-bestemmingsplan niet in aanmerking voor een benoeming tot gemeentelijk monument, terwijl dit wellicht wenselijk is. Waar is deze keuze op gebaseerd?

Antwoord van het college

Het is niet de bedoeling om willekeurig panden aan te gaan wijzen tot gemeentelijk monument.

Om deze reden hebben we hiervoor randvoorwaarden geformuleerd. Er moet sprake zijn van een pand met cultuurhistorische en monumentale waarden. In 2013 heeft selectie en bescherming van de meest monumentale en cultuurhistorisch waardevolle panden plaatsgevonden in het bestemmingsplan dat door de gemeenteraad als zodanig is vastgesteld. Om geen open eind te laten wordt de aanwijzing tot gemeentelijk monument op dit moment alleen opengesteld voor de beeldbepalende panden waarvan de cultuurhistorische en monumentale waarden van zijn vastgesteld en erkend.

In het verlengde van de nieuwe omgevingswet en het op grond hiervan vast te stellen omgevingsplan, zal echter een nieuwe inventarisatie en selectie van het gehele ruimtelijke erfgoed noodzakelijk zijn. Mogelijk zullen op basis hiervan meer panden de status “cultuurhistorische en monumentaal waardevol” krijgen, waardoor deze in toekomst in bepaalde gevallen ook in aanmerking kunnen komen voor betreffende subsidie.

Daarnaast komen voor aanwijzing alleen beeldbepalende panden in aanmerking die zonder de provinciale subsidie niet in stand kunnen worden gehouden. Er moet dus een noodzaak zijn om.

2

Vraag 6

Wordt er een heroverweging gemaakt van de benoemde panden in het voornoemde paraplubestemmingsplan nu deze panden worden benoemd tot gemeentelijk monument? Nu is het moment om eventueel panden toe te voegen of te schrappen van de lijst van beeldbepalende panden en objecten.

Antwoord van het college

Zie de passage uit het antwoord op vraag 5:

In het verlengde van de nieuwe omgevingswet en het op grond hiervan vast te stellen omgevingsplan, zal echter een nieuwe inventarisatie en selectie van het gehele ruimtelijke erfgoed noodzakelijk zijn. Mogelijk zullen op basis hiervan meer panden de status “cultuurhistorische en monumentaal waardevol” krijgen. De heroverweging zal dus worden gemaakt bij het opstellen van het omgevingsplan.

Vraag 7

Op pagina 3 van het raadsvoorstel wordt aangegeven dat de erfgoedverordening 2013 komt te vervallen. In het raadsbesluit wordt deze verordening echter niet ingetrokken. Klopt dit?

Antwoord van het college

Dat klopt. De intrekking is geregeld in de overgangsbepalingen van de nieuwe Erfgoedverordening, waarin is bepaald dat bij inwerkingtreding van de nieuwe verordening de oude verordening komt te vervallen.

Vraag 1.

Wat zijn de gevolgen voor de restauratie van de genoemde panden in Noorbeek en Rijckholt als de provinciale subsidiepot leeg zou zijn of er nog slechts een klein bedrag beschikbaar is?

Antwoord:

Het gevolg daarvan is dat de betreffende panden geen subsidie kunnen krijgen. Dat is met name een probleem voor het pand Bovenstraat 21 waar een zeer urgente restauratieopgave is.

Het is wellicht mogelijk dat het pand dan in een volgende subsidietranche voor subsidie in aanmerking kan komen, echter verder uitstel van de restauratie kan mogelijk tot gevolg hebben dat delen van het pand zullen instorten, waardoor Vraag 2.

Wat zijn de kosten van de geplande grootschalige restauraties van beide panden?

Antwoord:

Bovenstraat 21: € 1.150.000,--. Het betreft algehele restauratie van het pand.

Kerk Rijckholt: € 150.000,--. Het betreft restauratie van het dak, voegwerk en de kerkhofmuur.

3

Artikel 3, 4, 5, 12 :.

Vraag 1 Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve besluiten …….

Het college besluit over wijzigingen in het gemeentelijk erfgoed, waarom niet de Raad?

Antwoord:

Bij het opstellen van de verordening heeft het model van de VNG als leidraad gediend. Ook in dit model is de aanwijsbevoegdheid als zodanig opgenomen. Een en ander volgt uit het duale stelsel dat in 2002 werd ingevoerd en de gemeenteraad vooral kader stellende en controlerende taken heef , het college van B&W bestuurlijke en uitvoerende taken. De aanwijzingen betreffen uitvoering van hetgeen in de erfgoedverordening en het raadsvoorstel als kader wordt vastgesteld.

Vraag 2:

Toelichting, tekstueel 1-1 naar 1-1-2023.

Antwoord:

Deze vraag is niet duidelijk.

Vraag 3:

Welke roerende cultuurgoederen bestaan er in de gemeente Eijsden Margraten?

Antwoord:

Bij cultuurgoederen moet worden gedacht aan beelden, schilderijen en ander kunstschatten in kerken, musea of ander locatie, die niet aard en nagelvast zijn. Er is nog geen inventarisatie van cultuurgoederen in de gemeente Eijsden-Margraten. Aanwijzing hiervan is ook voorlopig niet aan de orde. Desondanks vinden wij het belangrijk om de nieuwe Erfgoedverordening zoveel mogelijk in lijn te laten lopen met de nationale regelgeving en alvast een juridische basis te bieden voor toekomstig beleid. Zolang door uw raad nog geen beleid hierover is vastgesteld zal geen aanwijzing van gemeentelijk cultuurgoed plaatsvinden.

4. Begrijpen we goed dat nu weer de categorie Gemeentelijk monument wordt ingevoerd, waarmee een fout uit 2011 wordt hersteld?

Antwoord:

Het beschermen van cultuurhistorisch waardevolle en monumentale panden via het bestemmingsplan is een keuze van de raad geweest. Voor de meeste panden blijft de bescherming via gewoon gehandhaafd. De aanwijzing van gemeentelijke panden is alleen bedoeld om panden bij grootschalige restauraties die zonder aanvullende subsidie niet in stand kunnen worden gehouden, in aanmerking te laten komen voor provinciale subsidie. Er is dus geen voornemen om alle cultuurhistorische waardevolle en monumentale panden aan te gaan wijzen tot gemeentelijk monument.

4

5. Wat wordt bedoeld met een vergelijkbare werking van gemeentelijk monument met de werking van paraplu bescherming? Immers, individuele pand etc. bescherming gaat toch veel verder dan de vage contour bescherming van de paraplu?

Antwoord:

De bescherming van een beeldbepalend pand in het bestemmingsplan biedt zeker voor wat het exterieur betreft nagenoeg dezelfde bescherming als de aanwijzing tot gemeentelijke monument.

Sloop van een beeldbepalend pand is enkel toegestaan aan de het pand in dermate slechte staat verkeerd dat het niet meer te handhaven is. Dat geldt ook voor een gemeentelijk monument.

Ook voor een beeldbepalend pand geldt dat het verboden is om het pand te gebruiken of laten te gebruiken op een dusdanige wijze dat het ruimtelijk historisch beeld, de ruimtelijke historische belevingswaarde en/of de cultuurhistorische waarden worden ontsierd of in gevaar worden gebracht.

Daarnaast is voor wijziging van zowel een beeldbepalend pand als een gemeentelijk monument een vergunning nodig, waarbij de aanvraag voor advisering wordt voorgelegd aan de monumentencommissie Mergelland.

Hoewel er ook gemeenten zijn die ook alleen het exterieur van het gemeentelijke monument beschermen, is bij de meeste gemeentelijke monumenten ook de binnenzijde beschermd.

Voor wat betreft de aan te wijzen gemeentelijke monumenten zullen we ook waardevolle constructieen interieuronderdelen beschermen. Dit is mede afhankelijk van de cultuurhistorische waarde hiervan en of betreffende onderdelen in aanmerking moeten komen voor provinciale subsidie.

Het interieur van pand Bovenstraat 21 te Noorbeek bevat zowel waardevolle vakwerk als spantconstructies. Daarnaast is in het pand nog een oude stookplaats aanwezig. Aanwijzing van deze onderdelen is wenselijk enerzijds vanwege de cultuurhistorische waarden en anderzijds ter verkrijging van subsidie voor deze onderdelen. Overigens zal de aanwijzing en de omvang van de bescherming in overleg met de eigenaar worden bepaald.

6. Wordt voor de herinvoering van het gemeentelijk monument teruggegrepen op de inventarisatie van deze monumenten in voormalig Margraten? Krijgt Eijsden dan ook zijn lijst?

Antwoord:

Er vindt geen structurele herinvoering van gemeentelijk monumenten plaats.

In het verlengde van de nieuwe omgevingswet en het op grond hiervan vast te stellen omgevingsplan, zal echter een nieuwe inventarisatie en selectie van het gehele ruimtelijke erfgoed noodzakelijk zijn.

Mogelijk zullen op basis hiervan meer panden de status “cultuurhistorische en monumentaal waardevol” krijgen. Het is aan de raad om mede in het kader van het nieuwe op te stellen erfgoedbeleid aan te geven welke bescherming is gewenst.

7. Voor de update en uitbreiding van de lijst is budget nodig. Waar is de dekking en hoe wordt dit begroot?

Antwoord:

Op dit moment worden de eerste voorbereiding getroffen voor een nieuw erfgoedbeleid Het is de bedoeling om de gemeenteraad interactief bij het tot stand komen van het nieuwe erfgoedbeleid te gaan betrekken. Onderdeel van het erfgoedbeleid wordt de inventarisatie, selectie en waardering van het gehele ruimtelijke erfgoed. Daar zijn uiteraard kosten mee gemoeid. Met de vaststelling van de erfgoednota zal de raad worden gevraagd om hiervoor de benodigde budgetten beschikbaar te stellen. Dit staat echter los van de voorliggende vaststelling van de erfgoedverordening, die de juridische basis moet vormen voor incidentele aanwijzing van gemeentelijke monumenten, ter verkrijging van provinciale restauratiesubsidie.

5

Vraag 8

Wordt nu ook gebruik gemaakt van de, in opdracht van de gemeente verrichte, studie naar de nederzettingsstructuren, zoals o.a. die van Eckelrade?

Antwoord van het college

Ook nederzettingsstructuren zullen deel uit maken van de inventarisatie, selectie en waardering van het gehele ruimtelijke erfgoed. Er zullen keuze moeten worden gemaakt inzake de mate van bescherming van nederzettingsstructuren. Het waardenstellend onderzoek naar de kern Eckelrade kan een voorbeeld en discussiestuk zijn voor de mate van bescherming in het toekomstig omgevingsplan. Dit staat echter los van de voorliggende vaststelling van de erfgoedverordening, die de juridische basis moet vormen voor incidentele aanwijzing van gemeentelijke monumenten, ter verkrijging van provinciale restauratiesubsidie.

Geen vragen

1. P3 Het mandaat wordt niet bij de raad gelegd. Hoe wordt dat onderbouwd?

Antwoord:

Bij het opstellen van de verordening heeft het model van de VNG als leidraad gediend. Ook in dit model is de aanwijsbevoegdheid als zodanig opgenomen. Een en ander volgt uit het duale stelsel dat in 2002 werd ingevoerd en de gemeenteraad vooral kade stellende en controlerende taken heef , het college van B&W bestuurlijke en uitvoerende taken. De aanwijzingen betreffen uitvoering van hetgeen in de erfgoedverordening en het raadsvoorstel als kader wordt vastgesteld.

2. Graag uitleggen: In materiële zin is deze bestemming gelijk aan de bescherming van gemeentelijke monumenten.

Antwoord:

De bescherming van een beeldbepalend pand in het bestemmingsplan biedt zeker voor wat het exterieur betreft nagenoeg dezelfde bescherming als de aanwijzing tot gemeentelijke monument.

Sloop van een beeldbepalend pand is enkel toegestaan aan de het pand in dermate slechte staat verkeerd dat het niet meer te handhaven is. Dat geldt ook voor een gemeentelijk monument.

Ook voor een beeldbepalend pand geldt dat het verboden is om het pand te gebruiken of laten te gebruiken op een dusdanige wijze dat het ruimtelijk historisch beeld, de ruimtelijke historische belevingswaarde en/of de cultuurhistorische waarden worden ontsierd of in gevaar worden gebracht.

6

Daarnaast is voor wijziging van zowel een beeldbepalend pand als een gemeentelijk monument een vergunning nodig, waarbij de aanvraag voor advisering wordt voorgelegd aan de monumentencommissie Mergelland.

Hoewel er ook gemeenten zijn die ook alleen het exterieur van het gemeentelijke monument beschermen, is bij de meeste gemeentelijke monumenten ook de binnenzijde beschermd.

Voor wat betreft de aan te wijzen gemeentelijke monumenten zullen we ook waardevolle constructie- en interieuronderdelen beschermen. Dit is mede afhankelijk van de cultuurhistorische waarde hiervan en of betreffende onderdelen in aanmerking moeten komen voor provinciale subsidie.

Het interieur van pand Bovenstraat 21 te Noorbeek bevat zowel waardevolle vakwerk als spantconstructies. Daarnaast is in het pand nog een oude stookplaats aanwezig. Aanwijzing van deze onderdelen is wenselijk enerzijds vanwege de cultuurhistorische waarden en anderzijds ter verkrijging van subsidie voor deze onderdelen. Overigens zal de aanwijzing en de omvang van de bescherming in overleg met de eigenaar worden bepaald.

3. In de bijlage spreekt u van een acute situatie waarin aanwijzing mogelijk moet zijn. Graag uitleg.

Antwoord:

De vraag is niet geheel duidelijk.

4. Als 1 januari 2023 de omgevingswet van start gaat, hoe past het erfgoedbeleid daarin? Wat wordt dan structureel geregeld? Kunnen we dan nog in een acute situatie terecht komen?

Antwoord:

Bij de inwerkingtreding van de omgevingswet gaat een deel van de huidige regelgeving, zoals bestemmingsplan en de erfgoedverordening over in het tijdelijke omgevingsplan. De gemeente heeft 6 jaar de tijd om een definitief omgevingsplan vast te stellen, waarin bredere bescherming van het ruimtelijke erfgoed zal moeten plaatsvinden.

Op dit moment worden de eerste voorbereiding getroffen voor een nieuw erfgoedbeleid Het is de bedoeling om de gemeenteraad interactief bij het tot stand komen van het nieuwe erfgoedbeleid te gaan betrekken. Onderdeel van het erfgoedbeleid wordt de inventarisatie, selectie en waardering van het gehele ruimtelijke erfgoed. Alhoewel we bij het opstellen van nieuw beleid zoveel mogelijk vooruit proberen te kijken kunnen we niet alles voorzien. Ook in toekomst zullen er zich nog omstandigheden voordoen waarbij we moeten reageren op nieuwe feiten en omstandigheden.

Dit staat echter los van de voorliggende vaststelling van de erfgoedverordening, die de juridische basis moet vormen voor incidentele aanwijzing van gemeentelijke monumenten, ter verkrijging van provinciale restauratiesubsidie.

5. Was het niet mogelijk om eerder structureel te regelen dat acute situaties als deze voorkomen worden? Hoe zit dat?

Antwoord:

Er zullen zich altijd situatie en omstandigheden blijven voordoen waarbij we moeten reageren op nieuwe feiten en omstandigheden.

7

6. Bijlage Artikel 1 J. Wie heeft zitting in deze commissie? Hoe zou u de commissie idealiter samenstellen?

Antwoord:

De wettelijke advies taken op het gebied van monumenten- en erfgoedzorg zijn op dit moment opgedragen aan de “Monumentencommissie Mergelland” Het betreft een commissie van onafhankelijke deskundigen die de gemeente Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Vaals en Valkenburg adviseert. In de commissie hebben restauratiearchitecten, bouwhistorici en monumentendeskundigen zitting. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt er een nieuwe (bredere) commissie waarin als naar behoefte en afhankelijke van ingediende plannen, ook andere deskundigen (zoals landschapsdeskundige, archeologen etc.) zullen zitting nemen. Deze commissie zal dus breder gaan adviseren. Belangrijk is naar mijn mening dat de commissie deskundig is en op onafhankelijke wijze haar advies kan formuleren.

7. Art 1 spreekt van publicatie op de gebruikelijke wijze, artikel 2 zegt tevens schriftelijk. Op grond waarvan wordt dit onderscheid gemaakt?

Antwoord:

Waarschijnlijk wordt hier artikel 6 lid 1 en lid 2 van de nieuwe erfgoedverordening bedoeld.

Een voornemen tot aanwijzing wordt altijd openbaar bekend gemaakt, via de plaatselijke media en informatiekanalen. Voor een de aanwijzing van een groter gebied (bijvoorbeeld de aanwijzing van een dorpsgezicht) is het niet mogelijk om alle gerechtigden te achterhalen en volstaat de openbare bekendmaking in plaatselijke media.

Gaat het om een kleiner gebied of individueel waarvan de eigenaren en overige gerechtigden wel makkelijk kunnen worden achterhaalt, dan worden deze middels een brief in kennis gesteld van het voornemen tot aanwijzing. tevens schriftelijk bekendgemaakt aan de eigenaren en overige gerechtigden. Dit laatste is in lid 2 geregeld.

8

Bekijk de brief: 10 Schriftelijke vragen en antwoorden Erfgoedverordening.docx

Bron: raadsinformatie van de gemeente Eijsden-Margraten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Eijsden-Margraten

Alle artikel 35-vragen in Eijsden-Margraten