5 maart 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Midden-Groningen

001. Schriftelijke vragen VVD - schade Oud en Nieuw

Een raadslid stelde op 5 maart 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen (1 vragen).

In het kort

1 vragen en wat het college antwoordt

  • Cameratoezicht op hotspots: is het college bereid om te onderzoeken/overwegen of (tijdelijk/mobiel) cameratoezicht rond de jaarwisseling op de structurele hotspots kan… → Graag met een voorstel dat ingaat op: noodzaak en proportionaliteit, juridische basis/AVG, duur/gebied, beheer/toegang tot beelden, kosten, en hoe dit wordt gecombineerd met handhaving.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Schriftelijke vragen aan het college (art 34 RvO) Datum: 2 januari 2026

Onderwerp: Schade Oud en Nieuw

Toelichting:

De jaarwisseling hoort een moment te zijn waarop inwoners veilig de straat op kunnen, hulpdiensten hun werk kunnen doen en wijken niet veranderen in een slagveld. In MiddenGroningen is dat beeld de afgelopen jaren te vaak anders geweest, met name in delen van Hoogezand en Sappemeer: vernielingen, branden, agressie en situaties waarin de openbare ruimte onveilig wordt.

Voor de VVD is één punt glashelder: het is onacceptabel dat hulpverleners tijdens de jaarwisseling moeten vrezen voor hun veiligheid. Brandweer, politie, ambulancepersoneel, boa’s en andere medewerkers moeten zonder aarzeling en zonder extra risico’s kunnen uitrukken. Als hulpverleners worden bedreigd, bekogeld of bewust worden gehinderd, raakt dat niet alleen hen het raakt direct de veiligheid van bewoners. Want op het moment dat hulpdiensten niet of later durven te komen, zijn het de wijkbewoners die langer in gevaar zitten: bij brand, letsel, escalaties op straat of vernielingen die doorslaan naar woningen en voertuigen.

Daarnaast is er de impact op bewoners die wél normaal de jaarwisseling willen vieren. Mensen die met kinderen thuis zitten, ouderen die wakker schrikken van geweld en branden, bewoners die ’s ochtends door een straat lopen die eruitziet alsof er een storm doorheen is gegaan. Dat geeft een gevoel van machteloosheid en onveiligheid, en dat tast het vertrouwen aan dat de openbare ruimte van ons allemaal is niet van degenen die het hardst slopen.

Tegelijk ziet de VVD dat de gemeente ook investeert in preventie en voorbereiding. Maar als bepaalde plekken jaar op jaar terugkomen, dan moeten we eerlijk zijn: dan is er meer nodig dan alleen “extra inzet”. We willen daarom scherp zicht op de feiten (schade en ontwikkeling over vijf jaar), op hotspots, op de mogelijkheden om schade te verhalen op daders, en op maatregelen die aantoonbaar bijdragen aan veiligheid inclusief de vraag of cameratoezicht op structurele hotspots rond de jaarwisseling noodzakelijk en proportioneel kan zijn.

Het college/ de burgemeester wordt verzocht de volgende vraag/vragen schriftelijk te beantwoorden:

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Cameratoezicht op hotspots: is het college bereid om te onderzoeken/overwegen of (tijdelijk/mobiel) cameratoezicht rond de jaarwisseling op de structurele hotspots kan worden ingezet?

Antwoord van het college

Graag met een voorstel dat ingaat op: noodzaak en proportionaliteit, juridische basis/AVG, duur/gebied, beheer/toegang tot beelden, kosten, en hoe dit wordt gecombineerd met handhaving.

Namens de fractie van de VVD, Marjolein Vulpes

Algemene informatie: Een raadslid kan schriftelijke vragen stellen (artikel 34 RvO) aan het college of de burgemeester.

Dit wordt gebruikt om van het college of burgemeester een verduidelijking te verkrijgen. Het gaat om het verkrijgen van

feitelijke informatie waarbij een opvatting van het college wordt gevraagd. De gevraagde informatie is in het belang van het functioneren als raadslid.

Informatie over de procedure voor raadsleden: Raadsleden dienen schriftelijke vragen in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat.

1. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn ingediend. Tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. De beantwoording vindt schriftelijk plaats via een niet ondertekende brief. 2.

Het college moet mondelinge vragen uiterlijk beantwoorden in de eerste openbare raadsvergadering, na het verstrijken van de periode van dertig dagen na de datum van indiening van de vragen.

Informatie over de procedure voor de organisatie: De procedure voor de organisatie bij schriftelijke vragen staat in de intranetgroep ‘Jouw wegwijzer naar de raad!’ > Pages > Vragen van de raad.

Bekijk de brief: 001. Schriftelijke vragen VVD - schade Oud en Nieuw

Bron: raadsinformatie van de gemeente Midden-Groningen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Midden-Groningen

Alle artikel 35-vragen in Midden-Groningen