003A. Beantwoording schriftelijke vragen VVD - Ondernemers verdienen ruimte om te ondernemen
Een raadslid stelde op 5 maart 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen (5 vragen).
In het kort
5 vragen en wat het college antwoordt
- Is het college bekend met signalen van meerdere ondernemers aan de buitenzijde van winkelcentrum De Hooge Meeren dat zij steeds minder invloed hebben op openingstijden… → Het college is niet bekend met signalen van meerdere ondernemers dat zij steeds minder invloed ervaren op openingstijden, sluitingsdagen of vakantieplanning.
- Deelt het college de opvatting dat ondernemers, ook binnen afspraken van een VvE, redelijkerwijs zeggenschap moeten houden over hun bedrijfsvoering, inclusief het kunnen… → Het college vindt het belangrijk dat ondernemers ruimte houden om hun bedrijf op een gezonde manier te voeren.
- Herkent het college dat het gelijkstellen van (avond)horeca aan winkelopeningstijden in de praktijk onwerkbaar kan zijn en kan leiden tot verplichte openstelling in… → Het college kan zich voorstellen dat de bedrijfsvoering van (avond)horeca op onderdelen anders is dan die van detailhandel.
- Welke risico’s ziet het college voor het ondernemersklimaat, voorzieningenaanbod en leegstand in het centrum als ondernemers hierdoor besluiten te stoppen of niet (meer)… → De gemeente heeft belang bij een aantrekkelijk en goed functionerend winkelcentrum in het hart van Hoogezand.
- Is het college bereid om, zonder te treden in private overeenkomsten, het gesprek met betrokken partijen (VvE en ondernemers) te faciliteren en het signaal af te geven… → Omdat het om private afspraken gaat heeft de gemeente in deze situatie geen rol.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Raadsbrief
Datum:
17 februari 2026
Verzenddatum:
Behandeld door:
Linda Hoekstra
Mailadres:
Zaak:
1648657
Portefeuillehouder:
Annemiek Hoesen-Spithorst
Onderwerp:
Schriftelijke vragen art 34 RvO Ondernemers verdienen ruimte om te ondernemen
Geachte leden van de raad, Met deze brief beantwoorden wij de vragen die op 30 januari 2026 zijn gesteld door de fractie van de VVD. De antwoorden treft u puntsgewijs per vraag aan.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Is het college bekend met signalen van meerdere ondernemers aan de buitenzijde van winkelcentrum De Hooge Meeren dat zij steeds minder invloed hebben op openingstijden, sluitingsdagen en vakantieplanning, en daarmee op hun verdienmodel?
Antwoord van het college
Het college is niet bekend met signalen van meerdere ondernemers dat zij steeds minder invloed ervaren op openingstijden, sluitingsdagen of vakantieplanning.
De gemeente spreekt meerdere keren per jaar met vertegenwoordigers van de winkeliersvereniging en de Vereniging van Eigenaren (VvE) van De Hooge Meeren, tijdens verschillende overleggen en contactmomenten. In deze gesprekken zijn dergelijke signalen niet naar voren gebracht.
Vraag 2
Deelt het college de opvatting dat ondernemers, ook binnen afspraken van een VvE, redelijkerwijs zeggenschap moeten houden over hun bedrijfsvoering, inclusief het kunnen opnemen van vakantie en rustperiodes?
Antwoord van het college
Het college vindt het belangrijk dat ondernemers ruimte houden om hun bedrijf op een gezonde manier te voeren. Daar hoort ook bij dat zij keuzes kunnen maken over rustperiodes en vakantie.
Tegelijkertijd geldt dat ondernemers die een pand huren of bezitten binnen winkelcentrum De Hooge Meeren te maken hebben met afspraken die onderling zijn vastgelegd met de VvE en de
Pagina:
2 van 3
Datum:
17 februari 2026
Zaak:
1648657
winkeliersvereniging. Deze afspraken zijn privaatrechtelijk van aard en vallen buiten de directe bevoegdheid van de gemeente.
Vraag 3
Herkent het college dat het gelijkstellen van (avond)horeca aan winkelopeningstijden in de praktijk onwerkbaar kan zijn en kan leiden tot verplichte openstelling in economisch niet-logische periodes?
Antwoord van het college
Het college kan zich voorstellen dat de bedrijfsvoering van (avond)horeca op onderdelen anders is dan die van detailhandel. Opening op economisch minder logische momenten kan in de praktijk als knellend worden ervaren.
De precieze afspraken hierover zijn echter onderdeel van private afspraken en besluiten binnen de VvE en de winkeliersvereniging. De gemeente heeft hierin geen (juridische) rol.
Vraag 4
Welke risico’s ziet het college voor het ondernemersklimaat, voorzieningenaanbod en leegstand in het centrum als ondernemers hierdoor besluiten te stoppen of niet (meer) te investeren?
Antwoord van het college
De gemeente heeft belang bij een aantrekkelijk en goed functionerend winkelcentrum in het hart van Hoogezand. Een sterk voorzieningenaanbod draagt bij aan leefbaarheid, werkgelegenheid en een levendig centrum.
Wanneer ondernemers het gevoel krijgen onvoldoende ruimte te hebben om hun bedrijf rendabel te exploiteren, kan dat op termijn invloed hebben op investeringsbereidheid en het risico op leegstand vergroten. Daarom vinden wij het belangrijk dat betrokken partijen hierover met elkaar in goed overleg gaan danwel blijven.
Vraag 5
Is het college bereid om, zonder te treden in private overeenkomsten, het gesprek met betrokken partijen (VvE en ondernemers) te faciliteren en het signaal af te geven dat redelijkheid en maatwerk noodzakelijk zijn om voorzieningen en werkgelegenheid te behouden?
Antwoord van het college
Omdat het om private afspraken gaat heeft de gemeente in deze situatie geen rol. Het contact met zowel de VvE als de winkeliersvereniging van De Hooge Meeren is goed. Wij hebben er vertrouwen in dat betrokken partijen dergelijke kwesties in onderling overleg kunnen bespreken en oplossen. Mocht vanuit de VvE of de winkeliersvereniging blijken dat er behoefte is aan een faciliterende rol van de gemeente, dan staan wij vanzelfsprekend open om dit te horen.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Midden-Groningen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.