017. Schriftelijke vragen ChristenUnie - opnieuw minder minderjarige verdachten
Een raadslid stelde op 4 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- Is er in beeld om welke jongeren of jongerengroepen het gaat? → Hoogezand, 9 april 2026 Namens de fractie van de ChristenUnie Niels Joostens Algemene informatie: Een raadslid kan schriftelijke vragen stellen (artikel 34 RvO) aan het college of de…
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Schriftelijke vragen aan het college (art 34 RvO) Datum: 9 april 2026
Onderwerp: opnieuw minder minderjarige verdachten
Toelichting:
Op 27 maart heeft het CBS nieuwe cijfers gepubliceerd over minderjarige verdachten. In een tussenkop bij het bericht Opnieuw minder minderjarige verdachten | CBS staat ook ‘Relatief meeste minderjarige verdachten in Fryslân en Groningen.’ De gemeente Midden-Groningen staat in de top 15 van gemeenten in Nederland met 213 verdachten per 10.000 jongeren. Voor de ChristenUnie vormen deze cijfers aanleiding om vragen te stellen.
Het college/ de burgemeester wordt verzocht de volgende vraag/vragen schriftelijk te beantwoorden:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Is er in beeld om welke jongeren of jongerengroepen het gaat?
Antwoord van het college
Hoogezand, 9 april 2026
Namens de fractie van de ChristenUnie Niels Joostens
Algemene informatie: Een raadslid kan schriftelijke vragen stellen (artikel 34 RvO) aan het college of de burgemeester.
Dit wordt gebruikt om van het college of burgemeester een verduidelijking te verkrijgen. Het gaat om het verkrijgen van
feitelijke informatie waarbij een opvatting van het college wordt gevraagd. De gevraagde informatie is in het belang van het functioneren als raadslid.
Informatie over de procedure voor raadsleden: Raadsleden dienen schriftelijke vragen in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat.
1. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn ingediend. Tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. De beantwoording vindt schriftelijk plaats via een niet ondertekende brief. 2.
Het college moet mondelinge vragen uiterlijk beantwoorden in de eerste openbare raadsvergadering, na het verstrijken van de periode van dertig dagen na de datum van indiening van de vragen.
Informatie over de procedure voor de organisatie: De procedure voor de organisatie bij schriftelijke vragen staat in de intranetgroep ‘Jouw wegwijzer naar de raad!’ > Pages > Vragen van de raad.
Bekijk de brief: 017. Schriftelijke vragen ChristenUnie - opnieuw minder minderjarige verdachten
Bron: raadsinformatie van de gemeente Midden-Groningen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.