4 juni 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Midden-Groningen

017A. Beantwoording schriftelijke vragen CU - Opnieuw minder minderjarige verdachten

Een raadslid stelde op 4 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen (4 vragen).

In het kort

4 vragen en wat het college antwoordt

  • Had u deze uitkomsten verwacht en op basis van welke lokale gegevens wordt dit in onze gemeente gemonitord? → Het college herkent de signalen dat er zorgen zijn over jeugdcriminaliteit, zowel landelijk als regionaal.
  • Hoe verklaart u de relatief hoge cijfers voor de gemeente Midden-Groningen? → De relatief hoge cijfers hangen samen met een stapeling van risicofactoren die in onze gemeente bovengemiddeld aanwezig zijn.
  • Welke acties worden er concreet genomen om deze cijfers naar beneden te brengen? → Het college zet in op een integrale en preventieve aanpak, waarbij samenwerking met partners centraal staat.
  • Is er in beeld om welke jongeren of jongerengroepen het gaat? → Ja, het college heeft in algemene zin zicht op de groepen jongeren waar het om gaat, met name via signalen van partners binnen het netwerk.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Beantwoording schriftelijke vragen minderjarige verdachten Midden-Groningen

Datum:

23 april 202

Verzenddatum:

23 april 2026

Behandeld door: Simon Brust

Mailadres:

[email protected]

Zaak:

1670329

Portefeuillehouder: Erica van Lente

Onderwerp:

Schriftelijke vragen art 34 RVO, Opnieuw minder minderjarige verdachten

Geachte leden van de raad, De fractie van de ChristenUnie Midden-Groningen heeft op 9 april 2026 schriftelijke vragen gesteld over door het CBS gepubliceerde cijfers, gebaseerd op politiegegevens, met betrekking tot minderjarige verdachten in 2025.

Op 27 maart heeft het CBS nieuwe cijfers gepubliceerd over minderjarige verdachten. Hieruit blijkt dat de gemeente Midden-Groningen tot de top 15 van gemeenten in Nederland behoort rondom minderjarige verdachten, met 213 verdachten per 10.000 jongeren. Naar aanleiding hiervan zijn schriftelijke vragen gesteld, die hieronder worden beantwoord.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Had u deze uitkomsten verwacht en op basis van welke lokale gegevens wordt dit in onze gemeente gemonitord?

Antwoord van het college

Het college herkent de signalen dat er zorgen zijn over jeugdcriminaliteit, zowel landelijk als regionaal. De recente cijfers van het CBS sluiten aan bij het beeld dat wij via onze partners ontvangen. Jeugdcriminaliteit is nadrukkelijk een punt van zorg in het Noorden, hetgeen ook recent door het Openbaar Ministerie is benadrukt (OM luidt noodklok over toename jeugdcriminaliteit: 'De oplossing ligt thuis en op school' - RTV Noord).

Binnen Midden-Groningen wordt deze problematiek gemonitord op basis van verschillende bronnen. Zo maken wij gebruik van politiegegevens over geregistreerde verdachten, signalen vanuit onderwijs, jongerenwerk, leerplicht, Boa’s en zorgpartners, en cijfers over onderliggende

Pagina:

2 van 3

Datum:

23 april 2026

Zaak:

1670329

risicofactoren zoals schooluitval, schuldenproblematiek en gezinsomstandigheden. In 2024 was bijvoorbeeld 1,72% van de jongeren in de leeftijd van 12 tot 23 jaar geregistreerd als verdachte van een misdrijf, wat hoger ligt dan het landelijk gemiddelde van 1,47%. Deze combinatie kwantitatieve data en signalen uit de praktijk vormt de basis voor onze monitoring.

Vraag 2

Hoe verklaart u de relatief hoge cijfers voor de gemeente Midden-Groningen?

Antwoord van het college

De relatief hoge cijfers hangen samen met een stapeling van risicofactoren die in onze gemeente bovengemiddeld aanwezig zijn. Onderzoek laat zien dat jeugdcriminaliteit vaak niet op zichzelf staat, maar samenhangt met factoren zoals schooluitval, schuldenproblematiek, opgroeien in een kwetsbare thuissituatie en het ontbreken van perspectief.

In Midden-Groningen zien we bijvoorbeeld meer voortijdig schoolverlaten, een hoger aandeel huishoudens met problematische schulden en relatief meer kinderen die opgroeien in een uitkeringssituatie. Ook sociale factoren, zoals het hebben van criminele vrienden of het opgroeien in een omgeving waar criminaliteit zichtbaarder is, spelen een rol.

Daarnaast zien we dat jongeren al op jonge leeftijd in aanraking kunnen komen met verleidingen vanuit de criminaliteit, bijvoorbeeld door signalen uit de praktijk van het ronselen van basisschoolkinderen. Wat begint met ogenschijnlijk kleine vergrijpen, kan zich ontwikkelen tot ernstigere problematiek. Deze combinatie van omstandigheden draagt bij aan het hogere aantal geregistreerde verdachten.

Vraag 3

Welke acties worden er concreet genomen om deze cijfers naar beneden te brengen?

Antwoord van het college

Het college zet in op een integrale en preventieve aanpak, waarbij samenwerking met partners centraal staat. Concreet gebeurt dit onder andere via de Breed Jeugd Overleggen (BJO) 12- en 12+, waarin onder andere gemeente, scholen, politie, jongerenwerk, leerplicht, Halt en Kwartier Zorg en Welzijn gezamenlijk signalen bespreken en interventies afstemmen.

Daarnaast wordt geïnvesteerd in het versterken van het jongerenwerk (+), zodat professionals zichtbaar aanwezig zijn in wijken en vroegtijdig signalen kunnen oppakken. Ook loopt er een pilot gericht op risicojongeren vanuit Kwartier Zorg en Welzijn, waarbij een multidisciplinair team zich specifiek richt op jongeren die kwetsbaar zijn voor afglijden richting criminaliteit.

Verder ligt de nadruk op:

- Vroegsignalering en preventie;

- Het versterken van de samenwerking tussen onderwijs, zorg en veiligheid;

- Het bieden van perspectief aan jongeren, bijvoorbeeld via begeleiding en ondersteuning.

Tegelijkertijd wordt, waar nodig, ook handhavend opgetreden. De inzet van de jeugdagent en de jeugdboa draagt bij aan zichtbaarheid in de wijken, het opbouwen van relaties met jongeren en het voorkomen van escalatie.

Pagina:

3 van 3

Datum:

23 april 2026

Zaak:

1670329

Vraag 4

Is er in beeld om welke jongeren of jongerengroepen het gaat?

Antwoord van het college

Ja, het college heeft in algemene zin zicht op de groepen jongeren waar het om gaat, met name via signalen van partners binnen het netwerk. Het betreft echter geen homogene groep. Er is sprake van verschillende categorieën jongeren, variërend van jongeren die lichte overlast veroorzaken tot jongeren die (dreigen te) worden betrokken bij zwaardere, ondermijnende criminaliteit.

Wat opvalt is dat problematiek vaak al op jonge leeftijd begint en zich kan ontwikkelen. Het gaat regelmatig om jongeren die te maken hebben met een combinatie van risicofactoren, zoals problemen thuis, schooluitval, schulden in het gezin of negatieve sociale invloeden.

Binnen de twee eerder genoemde Breed Jeugd Overleggen (BJO) wordt per casus gekeken wat er speelt en welke ondersteuning nodig is. Tegelijk blijft het belangrijk om te benadrukken dat het om een relatief beperkte groep jongeren gaat en dat het overgrote deel van de jongeren in Midden-Groningen positief bijdraagt aan de samenleving.

Bekijk de brief: 017A. Beantwoording schriftelijke vragen CU - Opnieuw minder minderjarige verdachten

Bron: raadsinformatie van de gemeente Midden-Groningen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Midden-Groningen

Alle artikel 35-vragen in Midden-Groningen