25 juni 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Midden-Groningen

018A. Beantwoording schriftelijke vragen PRO MG - (tijdelijke) Huisvesting Brandweermuseum HS

Een raadslid stelde op 25 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen (15 vragen).

In het kort

15 vragen en wat het college antwoordt

  • Wanneer en op welke wijze is het Brandweermuseum officieel geïnformeerd over de uiterste datum waarop het pand moet worden verlaten? → Na het collegebesluit van 14 april hebben wij op 15 april telefonisch contact opgenomen met SHBVV om de opzegging aan te kondigen en een overleg in te plannen voor nadere toelichting.
  • Kan het college bevestigen dat 31 oktober een definitieve datum is? → Zo ja, waarop is deze datum gebaseerd?
  • Deelt het college de opvatting dat het verdwijnen van het Brandweermuseum een verlies zou zijn voor het lokale erfgoed en de cultuurhistorie van Midden-Groningen? → De gemeente Midden-Groningen kent een sterke traditie in het tentoonstellen van rijdend en varend erfgoed.
  • Welke verantwoordelijkheid ziet het college voor zichzelf in het veiligstellen van het voortbestaan van het museum? → Wij hebben geen wettelijke of contractuele verplichting voor de huisvesting van SHBVV.
  • Welke locaties zijn sinds 2022 concreet onderzocht als alternatief (tijdelijk of structureel) onderkomen voor het Brandweermuseum? → Ondanks dat er geen herhuisvestingsplicht bestaat, zijn er wel alternatieve locaties onderzocht.
  • Kan het college per locatie aangeven waarom deze wel of niet geschikt werd geacht? → Agrifirmhallen: de beschikbare ruimten beschikken niet over noodzakelijke basisvoorzieningen (feitelijk gaat het om muren en een dak) en het geschikt maken voor museaal gebruik en veilig…
  • Klopt het dat er “op papier” een mogelijkheid bestaat voor tijdelijke huisvesting in (een deel van) de voormalige Agrifirmhallen? → Zie antwoord 6, de Agrifirmhallen kunnen hooguit dienen voor tijdelijke opslag/stalling van voertuigen, en niet als museumlocatie.
  • Zo ja, waarom is deze optie eerder door het college afgewezen en wat is er sindsdien veranderd? → De optie om (een deel van) de Agrifirmhallen te gebruiken is eerder niet als passende oplossing gezien, omdat de locatie in eerste instantie is bedoeld voor wijkvernieuwing en evenementen.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Raadsbrief

Datum:

21 mei 2026

Verzenddatum:

21 mei 2026

Behandeld door:

Renate Dokter

Mailadres:

[email protected]

Zaak:

1682725

Portefeuillehouder:

Markus Ploeger

Onderwerp:

Schriftelijke vragen herhuisvesting Brandweermuseum

Geachte leden van de raad,

Op 7 mei is de Motie 01. Vreemd aan de orde van de dag – Brandweermuseum vastgesteld.

Hierin verzoekt de gemeenteraad het college om:

• De collectie ergens kortdurend op te slaan

• De duidelijke structuur voor de lange termijn in samenspraak met de vrijwilligers van het brandweermuseum te onderzoeken en terugkoppeling te doen bij de voorjaarsnota

Op 8 mei jl. hebben wij schriftelijke vragen ontvangen van de PRO fractie over de (Tijdelijke) huisvesting Brandweermuseum Hoogezand-Sappemeer.

Pagina:

2 van 8

Zaak:

1682725

Datum:

21 mei 2026

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Wanneer en op welke wijze is het Brandweermuseum officieel geïnformeerd over de uiterste datum waarop het pand moet worden verlaten?

Antwoord van het college

Na het collegebesluit van 14 april hebben wij op 15 april telefonisch contact opgenomen met SHBVV om de opzegging aan te kondigen en een overleg in te plannen voor nadere toelichting.

Op 16 april hebben wij de beëindiging en de daarbij behorende datum schriftelijk bevestigd per e-mail. Op 21 april heeft vervolgens een toelichtend overleg plaatsgevonden. De formele opzegging is op 24 april zowel per aangetekende brief als per e-mail verzonden.

Vraag 2

Kan het college bevestigen dat 31 oktober een definitieve datum is?

Antwoord van het college

Zo ja, waarop is deze datum gebaseerd?

Ja, 31 oktober 2026 is de beëindigingsdatum van de gebruikersovereenkomst en daarmee de datum waarop het pand uiterlijk leeg en opgeleverd moet zijn. Deze datum volgt uit de opzegtermijn in de gebruikersovereenkomst.

De beëindigingsdatum is gekozen in verband met de planning van project Vosholen II. De gemeente heeft dit pand destijds aangekocht om de locatie te gebruiken voor woningbouw. Het Brandweermuseum mocht het pand tijdelijk gebruiken. Om de voortgang van het

woningbouwproject te borgen, moet het pand na beëindiging van het gebruik beschikbaar zijn voor sloop en verdere voorbereiding van de locatie.

De locatie is nodig voor woningbouwontwikkeling en voor de realisatie van een transformatorgebouw om de nieuwe wijk van stroom te kunnen voorzien. Wij

hebben bovendien voor de locatie afspraken gemaakt met projectontwikkelaar OCV over de oplevering van bouwrijpe kavels. Het is belangrijk dat de planning voor de realisatie van de

Pagina:

3 van 8

Zaak:

1682725

Datum:

21 mei 2026

woningen in Vosholen II haalbaar blijft en dat de gemaakte afspraken kunnen worden nagekomen.

Vraag 3

Deelt het college de opvatting dat het verdwijnen van het Brandweermuseum een verlies zou zijn voor het lokale erfgoed en de cultuurhistorie van Midden-Groningen?

Antwoord van het college

De gemeente Midden-Groningen kent een sterke traditie in het tentoonstellen van rijdend en varend erfgoed. Het Brandweermuseum kan hier goed bij aansluiten, mits het werk maakt van

de verdere ontwikkeling van de museale functie. Het Brandweermuseum heeft nu namelijk geen museale status, het gaat om een verzameling die door vrijwilligers wordt beheerd en beperkt toegankelijk is. De ontwikkeling van de museale status betekent onder meer een verruiming van de openingstijden, uitbreiding van het educatieve aanbod, het verankeren van de geschiedenis van brandbestrijding en -preventie binnen de sociaal-maatschappelijke geschiedenis van

Midden-Groningen en de inrichting van een archief. Een vestiging binnen de gemeentegrenzen van Midden-Groningen is voor SHBVV wenselijk, mede gelet op het huidige vrijwilligersbestand.

Het college onderstreept derhalve de bijdrage van het museum aan de sociale cohesie.

Daartegenover staat dat brandweerzorg een bredere context kent dan enkel de gemeente Midden-Groningen, en dat dit verhaal in principe overal verteld kan worden.

Vraag 4

Welke verantwoordelijkheid ziet het college voor zichzelf in het veiligstellen van het voortbestaan van het museum?

Antwoord van het college

Wij hebben geen wettelijke of contractuele verplichting voor de huisvesting van SHBVV.

Daarnaast bestaat er geen subsidierelatie tussen de gemeente en SHBVV. Tegelijkertijd denken we wel actief mee over alternatieve huisvesting. Het brandweermuseum heeft echter

Pagina:

4 van 8

Zaak:

1682725

Datum:

21 mei 2026

momenteel geen museale status; het gaat om een verzameling die door vrijwilligers wordt beheerd en beperkt toegankelijk is.

Vraag 5

Welke locaties zijn sinds 2022 concreet onderzocht als alternatief (tijdelijk of structureel) onderkomen voor het Brandweermuseum?

Antwoord van het college

Ondanks dat er geen herhuisvestingsplicht bestaat, zijn er wel alternatieve locaties onderzocht.

Sinds 2022 zijn concreet onderzocht: 1) tijdelijke huisvesting in (een deel van) de voormalige Agrifirmhallen aan de Van Neckstraat 3 te Hoogezand en 2) huisvesting samen met het

Nationaal Busmuseum. Daarbij geldt dat de zoektocht naar passende huisvesting in de praktijk een gezamenlijke inspanning vraagt: de stichting verkent zelf mogelijkheden en de gemeente denkt, waar mogelijk, mee over opties, randvoorwaarden en contacten.

Vraag 6

Kan het college per locatie aangeven waarom deze wel of niet geschikt werd geacht?

Antwoord van het college

Agrifirmhallen: de beschikbare ruimten beschikken niet over noodzakelijke basisvoorzieningen (feitelijk gaat het om muren en een dak) en het geschikt maken voor museaal gebruik en veilig werken aan voertuigen vraagt ingrijpende en kostbare aanpassingen (zoals water, elektra, toiletten, keuken, veiligheid/afzuiging en voorzieningen voor veilig sleutelen). De hallen zijn bovendien tijdelijk beschikbaar en worden eind 2027 gesloopt om plaats te maken voor woningbouw. Een investering in deze hallen komt neer op kapitaalvernietiging. De Agrifirmhallen kunnen hooguit dienen voor tijdelijke opslag/stalling van voertuigen, en niet als museumlocatie.

Pagina:

5 van 8

Zaak:

1682725

Datum:

21 mei 2026

Nationaal Busmuseum: deze optie is niet haalbaar gebleken omdat het Busmuseum op de huidige locatie blijft en gezamenlijke huisvesting niet mogelijk/wenselijk is.

Vraag 7

Klopt het dat er “op papier” een mogelijkheid bestaat voor tijdelijke huisvesting in (een deel van) de voormalige Agrifirmhallen?

Antwoord van het college

Zie antwoord 6, de Agrifirmhallen kunnen hooguit dienen voor tijdelijke opslag/stalling van voertuigen, en niet als museumlocatie.

Vraag 8

Zo ja, waarom is deze optie eerder door het college afgewezen en wat is er sindsdien veranderd?

Antwoord van het college

De optie om (een deel van) de Agrifirmhallen te gebruiken is eerder niet als passende oplossing gezien, omdat de locatie in eerste instantie is bedoeld voor wijkvernieuwing en evenementen.

De hallen zijn bovendien niet geschikt voor museaal gebruik. Sindsdien is de optie, gezien de actuele tijdsdruk, opnieuw verkend. Deze herverkenning bevestigt dat hooguit tijdelijke opslag/stalling van voertuigen denkbaar is. Daarmee is de kernafweging niet veranderd: de ruimtelijke en financiële consequenties zijn niet in verhouding tot het tijdelijke karakter van de locatie.

Vraag 9

Is het college bereid deze optie alsnog serieus te benutten als tijdelijke oplossing, gezien de tijdsdruk?

Antwoord van het college

Als tijdelijke oplossing is bij de Agrifirmhallen alleen stalling mogelijk. Alleen stalling betekent in de praktijk dat de ontwikkeling van verzameling naar museum stagneert en dat de afstand tot een volwaardige museumfunctie juist groter wordt. Dat is voor SHBVV een stap terug ten

Pagina:

6 van 8

Zaak:

1682725

Datum:

21 mei 2026

opzichte van de huidige situatie. Er kan niet meer aan de wagens worden geklust waardoor er geen reden meer is voor de vrijwilligers om hier aan het werk te gaan en er kunnen geen

bezoekers langskomen. Voor een professionaliseringsslag—waar het museum op dit moment samen met Coöperatie Sterke Musea en Katalys aan werkt, zoals ruimere openingstijden, publieksfunctie en educatie, samenwerking met andere musea, een sterkere verhaallijn rond brandbestrijding en -preventie en archiefvorming—is een locatie nodig waar ook

publieksontvangst en (veilig) onderhoud aan voertuigen mogelijk is. Wanneer alleen stalling beschikbaar is, schuift het huisvestingsprobleem feitelijk door en ontbreekt perspectief om de museale functie verder uit te bouwen en daarmee een stevigere bedrijfsvoering en hogere

inkomsten te realiseren. Wanneer het Brandweermuseum niet een volwaardig museum wordt, komt het niet in aanmerking voor een cultuursubsidie.

Vraag 10

Het college gaf eerder aan te streven naar een definitieve oplossing. Acht het college dit, gezien de korte termijn tot 31 oktober, realistisch?

Antwoord van het college

Het college ziet graag een definitieve oplossing, maar kan niet vooruitlopen op de haalbaarheid daarvan binnen de termijn tot 31 oktober. In de komende periode blijven wij met SHBVV in gesprek en verkennen wij binnen de gemeentelijke kaders welke mogelijkheden er zijn.

Vraag 11

Is het college bereid tijdelijk onderdak mogelijk te maken om sluiting of ontmanteling van het museum te voorkomen?

Antwoord van het college

Het ontbreekt het museum aan de middelen, de inkomsten zijn te laag om de huur te betalen van een pand van minstens 1200m2. Een bijdrage aan de huur in de vorm van een subsidie kan alleen onder bepaalde randvoorwaarden zoals het uitwerken van de museale functie. Het

Pagina:

7 van 8

Zaak:

1682725

Datum:

21 mei 2026

subsidiëren van het museum om eventueel een pand te huren geeft een precedentwerking, er zijn meerdere musea, zoals het Noordelijk Busmuseum, de Historische Scheepswerf Wolthuis en het Noordelijke Trein en Trammuseum in de gemeente die op dit moment niet worden

gesubsidieerd en dan zeker aan de bel zullen trekken. Wij blijven bereid om, samen met SHBVV, mee te denken over oplossingen.

Vraag 12

Is het college op de hoogte van het feit dat het museum bij gebrek aan huisvesting genoodzaakt kan zijn de collectie te verkopen en bruiklenen terug te geven?

Antwoord van het college

Ja

Vraag 13

Wat is het oordeel van het college over deze mogelijke uitkomst?

Antwoord van het college

Het college begrijpt dat het voor SHBVV en betrokkenen ingrijpend kan zijn als de collectie moet worden afgestoten of bruiklenen moeten worden teruggegeven door huisvestingsproblemen.

Tegelijkertijd moet de gemeente binnen haar rol en middelen blijven handelen. Wij blijven in gesprek met SHBVV en kijken waar binnen de gemeentelijke kaders en onder voorwaarden ruimte is om tot een haalbare oplossing te komen.

13. In hoeverre is de planning van de sloop en woningbouw zodanig flexibel dat deze kan

worden aangepast indien er vóór 31 oktober nog geen passende huisvesting voor het museum is gevonden?

Zoals onder 2) aangegeven is het voor de voortgang van het project Vosholen II van groot belang dat de bruikleen per 31 oktober 2026 wordt opgezegd. Uitstel van deze einddatum geeft

Pagina:

8 van 8

Zaak:

1682725

Datum:

21 mei 2026

een aanzienlijk risico dat de woningbouwplannen vertraagd worden en wij onze afspraken met projectontwikkelaar niet kunnen nakomen.

Vraag 14

Welke concrete acties onderneemt het college op korte termijn om samen met het museum tot een oplossing te komen?

Antwoord van het college

Er worden maandelijks overleggen ingepland met SHBVV, Coöperatie Sterke Musea, Katalys en de gemeente. Daarnaast onderzoeken wij oplossingen voor korte en lange termijn.

Vraag 15

Is het college bereid de raad actief te informeren over de voortgang?

Antwoord van het college

Ja

Bekijk de brief: 018A. Beantwoording schriftelijke vragen PRO MG - (tijdelijke) Huisvesting Brandweermuseum HS

Bron: raadsinformatie van de gemeente Midden-Groningen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Midden-Groningen

Alle artikel 35-vragen in Midden-Groningen