037. Schriftelijke vragen VVD - Bedrijfseffectentoets
Een raadslid stelde op 27 november 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen (3 vragen).
In het kort
3 vragen en wat het college antwoordt
- Gemeentelijke toepasbaarheid Is het college met ons van mening dat onderdelen van deze toets ook bruikbaar zijn binnen de context van gemeentelijk beleid? → Zo ja, welke elementen acht u het meest relevant?
- Huidige inzet Wordt er op dit moment binnen onze gemeente al gewerkt met instrumenten of methodes om de effecten van gemeentelijk beleid op ondernemers structureel mee… → Zo ja, kunt u een voorbeeld noemen?
- Ondernemers betrekken Hoe zorgt het college er nu voor dat ondernemers tijdig betrokken worden bij beleids- en regelgevingsprocessen die hen raken? → Zijn er verbeteringen mogelijk op dit punt?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Schriftelijke vragen aan het college (artikel 34 RvO) Datum: 30 juli 2025 Onderwerp: Bedrijfseffectentoets De Bedrijfseffectentoets (BET), ontwikkeld binnen het Rijk en opgenomen in het Beleidskompas, is bedoeld om vooraf inzicht te krijgen in de effecten van beleid op bedrijven waaronder regeldruk en uitvoerbaarheid. Hoewel deze toets primair voor rijksbeleid is bedoeld, bevat zij elementen die ook voor gemeentelijke beleidsvorming waardevol zijn. Denk aan het tijdig toetsen van regeldruk, het betrekken van ondernemers in de voorbereiding en het expliciet maken van economische effecten. Voor de VVD-fractie past dit bij een gemeente die niet alleen regels maakt, maar ook oog heeft voor de gevolgen ervan in de praktijk. Zeker in een tijd waarin ondernemers al worden geconfronteerd met meerdere transities en onzekerheden.
Daarom stellen wij het college de volgende vragen:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Gemeentelijke toepasbaarheid Is het college met ons van mening dat onderdelen van deze toets ook bruikbaar zijn binnen de context van gemeentelijk beleid?
Antwoord van het college
Zo ja, welke elementen acht u het meest relevant?
Vraag 2
Huidige inzet Wordt er op dit moment binnen onze gemeente al gewerkt met instrumenten of methodes om de effecten van gemeentelijk beleid op ondernemers structureel mee te nemen (bijvoorbeeld op het gebied van regeldruk of uitvoerbaarheid)?
Antwoord van het college
Zo ja, kunt u een voorbeeld noemen? Zo nee, overweegt het college dit te ontwikkelen of over te nemen vanuit het Rijks instrumentarium?
Toekomstige werkwijze Is het college bereid om te onderzoeken hoe een gemeentelijk toepasbare variant van de Bedrijfseffectentoets kan worden geïntegreerd in onze beleidsvoorbereiding?
Vraag 3
Ondernemers betrekken Hoe zorgt het college er nu voor dat ondernemers tijdig betrokken worden bij beleids- en regelgevingsprocessen die hen raken?
Antwoord van het college
Zijn er verbeteringen mogelijk op dit punt?
Toelichting Voor de VVD-fractie is een goed ondernemersklimaat geen bijzaak, maar randvoorwaarde voor een leefbare en toekomstbestendige gemeente. Juist daarom is het van belang dat we instrumenten gebruiken die helpen om regeldruk te beperken en beleid beter aan te laten sluiten
Namens de fractie van de VVD, Marjolein Vulpes en Hans-Peter Palland
Algemene informatie: Een raadslid kan schriftelijke vragen stellen (artikel 34 RvO) aan het college of de burgemeester. Dit wordt gebruikt om van het college of burgemeester een verduidelijking te verkrijgen. Het gaat om het verkrijgen van feitelijke informatie waarbij een opvatting van het college wordt gevraagd. De gevraagde informatie is in het belang van het functioneren als raadslid.
Informatie over de procedure voor raadsleden: Raadsleden dienen schriftelijke vragen in bij de griffier.
Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat.
1. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn ingediend. Tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. De beantwoording vindt schriftelijk plaats via een niet ondertekende brief. 2.
Het college moet mondelinge vragen uiterlijk beantwoorden in de eerste openbare raadsvergadering, na het verstrijken van de periode van dertig dagen na de datum van indiening van de vragen.
Informatie over de procedure voor de organisatie: De procedure voor de organisatie bij schriftelijke vragen staat in de intranetgroep ‘Jouw wegwijzer naar de raad!’ > Pages > Vragen van de raad.
Bekijk de brief: 037. Schriftelijke vragen VVD - Bedrijfseffectentoets
Bron: raadsinformatie van de gemeente Midden-Groningen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.