053A. Beantwoording schriftelijke vragen art 34 RvO zonnepark Siepweg GBMG
Een raadslid stelde op 18 december 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen (7 vragen).
In het kort
7 vragen en wat het college antwoordt
- Stand van zaken zonneparken Siepweg en Geerlandweg i.r.t. maatwerktraject provincie en geometrische begrenzing Vragen: • Besluitvorming provinciale geometrische… → o Op welke termijn zal de provincie officieel een besluit nemen en dit publiceren? • Locatie Geerlandweg versus provinciaal beleid: Is de nieuwe geometrische begrenzing voor Geerlandweg…
- Juridisch kader Omgevingswet en zonneparkenbeleid Vragen: • Onder welk regime valt zonnepark Achterdiep (Siepweg)? → Valt dit project onder de nieuwe Omgevingswet of onder de oude regelgeving?
- Draagvlak en participatie Vragen: • Draagvlak als besliscriterium: o Klopt het dat, als de oude regeling van toepassing is, draagvlak een bepalende factor is? → o En betekent dit dat bij onvoldoende draagvlak de raad dit kan laten meewegen bij de besluitvorming (verklaring van wel of geen bedenkingen)? • Wettelijke status draagvlak onder de…
- RES-doelstelling Vragen: • Bijdrage Midden-Groningen aan provinciale doelstellingen: Midden-Groningen heeft volgens GBMG al ruimschoots bijgedragen aan de provinciale… → Pagina: 6 van 9 Datum: 11 november 2025 Zaak: 1623138 Beantwoording: Hoewel Midden-Groningen een aanzienlijke bijdrage levert aan de provinciale doelstelling voor duurzame energie, kan op…
- Rol van de gemeenteraad Vragen: • Afwijking van bestemmingsplan: Voor de locatie Siepweg zou zijn besloten om af te wijken van het bestemmingsplan (buitenplanse… → Beantwoording Zoals eerder aangegeven in raadsbrief 257, beschikt de gemeenteraad in het kader van de Omgevingswet over een bindend adviesrecht bij aanvragen voor zonneparken.
- Nadeelcompensatie en informatievoorziening Vragen: • Verantwoordelijkheid planschade: o Wordt aan initiatiefnemers duidelijk gecommuniceerd dat zij verantwoordelijk zijn… → o En is het college op de hoogte van informatie dat planschade in sommige gevallen kan oplopen tot bedragen boven €100.000 per woning?
- Zonneladder en alternatieven Vragen: • Alternatieven voor zonneparken: Onderzoek van Wageningen University laat zien dat slecht beheer van zonneparken negatieve gevolgen… → • Alternatieve locaties binnen de zonneladder: De provincie hanteert de zonneladder en locatievoorkeur (zonnepanelen eerst op daken en binnen bestaand stedelijk gebied).
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Raadsbrief Datum:
11 november 2025
Verzenddatum:
20 november 2025
Behandeld door:
Dennis van der Haar
Mailadres:
Zaak:
1623138
Portefeuillehouder:
Markus Ploeger
Onderwerp:
Beantwoording schriftelijke vragen art 34 RvO inzake zonnepark Siepweg Sappemeer
Geachte leden van de raad,
Op 21 oktober 2025 heeft de fractie van Gemeentebelangen Midden-Groningen schriftelijke vragen gesteld, met name over de stand van zaken rondom het zonnepark Siepweg te Sappemeer. Met deze brief beantwoorden wij de gestelde vragen en geven wij een update over de recente ontwikkelingen. Daarbij wordt waar relevant verwezen naar eerdere informatievoorziening aan de raad, waar op dat moment is ingegaan op de verhouding tussen draagvlak, de Omgevingswet en het gemeentelijke zonneparkenbeleid. Hieronder zijn de vragen per thema geclusterd. Het gaat daarbij om totaal 7 onderwerpen. De opgesomde vragen worden vervolgens per onderdeel beantwoord:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Stand van zaken zonneparken Siepweg en Geerlandweg i.r.t. maatwerktraject provincie en geometrische begrenzing Vragen: • Besluitvorming provinciale geometrische begrenzing locatie Siepweg: Het valt op dat de locatie Siepweg niet meer voorkomt in de geometrische begrenzingskaart van de provincie. o Mogen we hieruit concluderen dat de provincie deze locatie niet meer wenselijk vindt, of is dat te voorbarig?
Antwoord van het college
o Op welke termijn zal de provincie officieel een besluit nemen en dit publiceren?
• Locatie Geerlandweg versus provinciaal beleid:
Is de nieuwe geometrische begrenzing voor Geerlandweg inmiddels vastgesteld, en staat dit niet haaks op de provinciale uitspraak van maart 2025 dat geen zonneparken meer op landbouwgrond worden toegestaan?
•
•
Pagina:
2 van 9
Datum:
11 november 2025
Zaak:
1623138
Landschappelijke aantasting:
De provincie stelt dat zonneparken het open landschap aantasten.
Is het college het eens dat dit zeker geldt voor de locaties Siepweg en Geerlandweg?
Provinciaal standpunt landbouwgrond:
De provincie heeft in maart 2025 besloten dat zonneparken op landbouwgrond zoveel mogelijk moeten worden voorkomen.
Deelt het college deze mening dat dit ook geldt voor de locaties Siepweg en Geerlandweg?
Beantwoording:
Siepweg Het initiatief voor het zonnepark Siepweg beslaat een oppervlakte van circa 25 hectare. Het project bevindt zich in de afrondende fase van het zogenoemde maatwerktraject. In dit traject wordt het plan door de provincie en de gemeente (ambtelijk) beoordeeld, waarbij aandacht is voor de ruimtelijke inpassing, de ecologische meerwaarde, de technische haalbaarheid en de participatie met de omgeving.
In de afgelopen periode zijn op basis van adviezen van landschapsdeskundigen verschillende verbeteringen doorgevoerd. Vooral na deze zomer zijn belangrijke stappen gezet in de verdere verfijning van het ontwerp, de inpassing in het landschap en de inrichting van de groenstructuren. Er vindt naar verwachting nog één maatwerkgesprek plaats tussen de betrokken partijen om het ontwerp definitief vast te stellen.
Na deze afronding wordt het ontwerpplan opnieuw gedeeld met o.a. het ‘Platform Achterdiep e.o.’ en andere betrokken omwonenden in de directe omgeving. Tijdens deze consultatie worden reacties verzameld die, waar mogelijk, worden meegenomen in het definitieve ontwerp.
Zodra de provincie instemt met de voorgestelde geometrische begrenzing en ambtelijk overeenstemming is bereikt, zal de aanvraag omgevingsvergunning worden ingediend. De verwachting is dat dit in het eerste kwartaal van 2026 zal plaatsvinden. De aanvraag wordt pas in behandeling genomen wanneer de provincie formeel heeft ingestemd.
De vergunning zal vervolgens worden behandeld volgens de uitgebreide voorbereidingsprocedure onder artikel 16.65 van de Omgevingswet. Daarbij geldt een beslistermijn van 26 weken, met een mogelijke verlenging van zes weken. Deze procedure biedt ook ruimte voor het indienen van bezwaar door middel van zienswijzen. Uiteindelijk kan na vergunningverlening ook beroep worden ingesteld.
Geerlandweg Op 1 juli 2025 heeft de provincie Groningen de Provinciale Omgevingsverordening (POV) gewijzigd naar aanleiding van de vastgestelde geometrische begrenzing voor het zonnepark Geerlandweg. Daarmee is het gebied formeel aangewezen voor de realisatie van het zonnepark.
Momenteel worden de laatste aanpassingen in het ontwerp en het landschappelijk inpassingsplan doorgevoerd.
Pagina:
3 van 9
Datum:
11 november 2025
Zaak:
1623138
Zodra deze plannen door zowel de provincie als de gemeente (ambtelijk) zijn goedgekeurd, is de maatwerkmethode volledig doorlopen. Vervolgens kan de formele vergunningprocedure onder de Omgevingswet worden opgestart. De verwachting is dat de initiatiefnemer de aanvraag omgevingsvergunning nog voor het einde van 2025 zal indienen. Parallel daaraan wordt ingezet op verdere participatie met de omgeving, zodat belanghebbenden actief worden geïnformeerd en betrokken bij het plan.
Provinciaal standpunt zonneparken op landbouwgrond Voor de afronding van het maatwerktraject is de provincie Groningen verantwoordelijk voor het vaststellen van de geometrische begrenzing binnen de Provinciale Omgevingsverordening (POV). De procedure voor vaststelling van de begrenzing duurt ongeveer twaalf weken. Pas nadat Gedeputeerde Staten (GS) deze wijziging hebben vastgesteld, kan de gemeente de formele vergunningprocedure opstarten. Zonder deze begrenzing kan de gemeente geen omgevingsvergunning verlenen en wordt deze aanvraag uiteindelijk geweigerd.
Sinds begin 2025 hanteert de provincie het uitgangspunt dat geen nieuwe zonneparken op landbouwgrond worden toegestaan, tenzij deze voortkomen uit de afspraken binnen de Regionale Energiestrategie (RES 1.0). Zonneparken Siepweg en Geerlandweg vallen onder deze categorie en kunnen daarom, mits de kwaliteit van de landschappelijke inpassing voldoende wordt geborgd, doorgang vinden.
De provincie beoordeelt samen met de gemeente (ambtelijk) de kwaliteit van het ontwerp, de landschappelijke vormgeving en de ruimtelijke situering. Het besluit om de locatie Siepweg op te nemen in de volgende wijzigingsronde van de POV wordt momenteel ambtelijk voorbereid.
De formele vaststelling daarvan vindt plaats nadat GS hiermee hebben ingestemd. Voor de locatie Geerlandweg is reeds een geometrische begrenzing vastgesteld. Bij beide parken is de provincie van mening dat deze landschappelijk inpasbaar en ruimtelijk aanvaardbaar zijn. Er is geen sprake van aantasting van het open landschap in deze gebieden.
Vraag 2
Juridisch kader Omgevingswet en zonneparkenbeleid Vragen: • Onder welk regime valt zonnepark Achterdiep (Siepweg)?
Antwoord van het college
Valt dit project onder de nieuwe Omgevingswet of onder de oude regelgeving?
Gelet op de lange doorlooptijd is GBMG van mening dat dit onder de oude regeling zou moeten vallen. Is het college dat met ons eens?
• Toepassing Omgevingswet:
Valt de aanvraag voor de Siepweg onder de nieuwe Omgevingswet?
Beantwoording:
Het initiatief voor het zonnepark Siepweg valt onder de werking van de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Omdat het project al eerder in procedure is gebracht (met principeverzoeken in 2020 en 2022), blijft voor de inhoudelijke beoordeling het beleid ‘Zonneparken in Midden-Groningen’ uit 2019 van toepassing. Dit volgt uit het overgangsrecht zoals vastgelegd in het herziene zonneparkenbeleid van 2023.
Pagina:
4 van 9
Datum:
11 november 2025
Zaak:
1623138
Een eerdere aanvraag omgevingsvergunning die in december 2023 nog onder de oude Wabo is ingediend, is niet in behandeling genomen en zal worden ingetrokken. Zodra het maatwerktraject volledig is afgerond, dient de initiatiefnemer een nieuwe aanvraag in onder de Omgevingswet. De toetsing vindt dan plaats op basis van de geldende wet- en regelgeving, aangevuld met de beleidskaders uit 2019.
De combinatie van deze wettelijke en beleidsmatige kaders betekent dat de gemeente de aanvraag beoordeelt aan de hand van de algemene en aanvullende toetsingscriteria uit het beleid, zoals ruimtelijke kwaliteit, landschappelijke inpassing en participatie, en daarbij de uitgangspunten van de Omgevingswet toepast. Hieronder wordt dit uitgebreider toegelicht.
De Omgevingswet is van toepassing op alle aanvragen omgevingsvergunning die zijn ingediend na 1 januari 2024. Voor de zonneparkinitiatieven in Midden-Groningen betekent dit dat de planologische procedure onder de nieuwe wet wordt afgehandeld, ook al is het project inhoudelijk nog gebaseerd op het zonneparkenbeleid 2019.
Het onderscheid tussen beleid en wetgeving is hierbij belangrijk. Het beleidskader bepaalt de inhoudelijke toetsingscriteria (zoals landschappelijke inpassing, participatie en lokaal eigendom), terwijl de Omgevingswet het juridische kader biedt voor de vergunningverlening. In het overgangsrecht van het herziene zonneparkenbeleid 2023 is vastgelegd dat projecten waarvan het principeverzoek vóór 2023 is ingediend, worden beoordeeld aan de hand van het oude beleid.
Daarmee blijft het beleid 2019 van toepassing, maar de juridische behandeling verloopt volgens de systematiek van de nieuwe wet.
Daarnaast speelt de vaststelling van de geometrische begrenzing door de provincie Groningen een doorslaggevende rol. Deze begrenzing wordt vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening (POV), die zelf onderdeel is van de regelgeving onder de Omgevingswet. Het is daardoor juridisch onmogelijk om een nieuwe geometrische begrenzing vast te stellen op basis van een oude vergunningaanvraag die nog onder de Wabo valt. De provinciale verordening van vóór 2024 is niet meer van kracht en kan niet worden gewijzigd.
Om die reden is de eerder ingediende aanvraag voor Zonnepark Siepweg, die nog onder de Wabo was ingediend, niet verder in behandeling genomen. De aanvraag moet opnieuw worden ingediend onder de Omgevingswet, nadat de provincie de nieuwe geometrische begrenzing heeft vastgesteld. Pas dan kan de vergunningprocedure formeel starten.
De toepasselijkheid van de Omgevingswet vloeit dus rechtstreeks voort uit twee juridische ijkpunten:
•
•
De datum van indiening van de vergunningaanvraag – aanvragen ná 1 januari 2024 vallen automatisch onder de Omgevingswet;
De vaststelling van de nieuwe geometrische begrenzing – deze kan uitsluitend plaatsvinden binnen de kaders van de Omgevingswet en niet op grond van de oude provinciale verordening.
Pagina:
5 van 9
Datum:
11 november 2025
Zaak:
1623138
Het gevolg is dat de procedure voor Zonnepark Siepweg onlosmakelijk verbonden is met de nieuwe wetgeving, terwijl de inhoudelijke beoordeling – vanwege het overgangsrecht – nog steeds plaatsvindt op basis van het beleid 2019.
Vraag 3
Draagvlak en participatie Vragen: • Draagvlak als besliscriterium: o Klopt het dat, als de oude regeling van toepassing is, draagvlak een bepalende factor is?
Antwoord van het college
o En betekent dit dat bij onvoldoende draagvlak de raad dit kan laten meewegen bij de besluitvorming (verklaring van wel of geen bedenkingen)?
• Wettelijke status draagvlak onder de Omgevingswet:
GBMG is zich bewust dat draagvlak onder de Omgevingswet niet doorslaggevend is, maar moet het criterium draagvlak wel worden meegewogen bij de vergunningverlening? Klopt deze stelling?
Beantwoording:
Zoals eerder uiteengezet in raadsbrief 257, vormt draagvlak onder omwonenden een belangrijk uitgangspunt binnen het gemeentelijke beleid, maar geen formele weigeringsgrond onder de Omgevingswet. De wet schrijft voor dat de initiatiefnemer de omgeving aantoonbaar betrekt bij de planvorming en hierover rapporteert in een participatieplan en -verslag. De gemeente beoordeelt vervolgens of dit proces voldoende zorgvuldig is uitgevoerd.
Bij het zonnepark Siepweg is het participatieproces de afgelopen jaren verder ingevuld door middel van keukentafelgesprekken en informatiebijeenkomsten. Mede naar aanleiding van de inbreng van omwonenden is de locatie van het zonnepark aangepast: in plaats van ten zuiden ligt het plan nu ten noorden van de Siepweg, op circa 700 meter afstand van de woningen aan het Achterdiep Noordzijde.
De gemeente blijft benadrukken dat participatie geen resultaatsverplichting maar wel een inspanningsverplichting is. Draagvlak wordt betrokken in de integrale belangenafweging, maar kan niet als enige reden dienen om een vergunning te weigeren. Een zorgvuldig proces en transparante communicatie met de omgeving blijven daarom essentieel.
Vraag 4
RES-doelstelling Vragen: • Bijdrage Midden-Groningen aan provinciale doelstellingen: Midden-Groningen heeft volgens GBMG al ruimschoots bijgedragen aan de provinciale doelstelling voor duurzame energie in 2030. Deelt het college deze mening?
Antwoord van het college
Pagina:
6 van 9
Datum:
11 november 2025
Zaak:
1623138
Beantwoording:
Hoewel Midden-Groningen een aanzienlijke bijdrage levert aan de provinciale doelstelling voor duurzame energie, kan op dit moment niet worden gesteld dat de gemeentelijke bijdrage al ruimschoots is gerealiseerd. Op basis van de meest recente cijfers binnen de Regionale Energiestrategie (RES) wordt naar verwachting circa 0,78 TWh van het totale gemeentelijke RESbod voor wind- en zonne-energie van 0,95 TWh gerealiseerd. Deze verwachting is afhankelijk van het daadwerkelijk doorgaan van de lopende projecten - waaronder de initiatieven in de fases ‘voortraject’ en ‘RO-procedure’ - in hun huidige vorm, omvang en locatie. Een belangrijke kanttekening daarbij is dat zonnepark Noordbroek bijvoorbeeld nog meegenomen is in de raming ondanks dat de provincie voornemens is geen medewerking te verlenen aan dit zonnepark.
Bovendien zijn de waarden per project indicatief en deze kunnen wijzigen als gevolg van aanpassingen in ontwerp, de toepassing van de maatwerkmethode met de provincie of technologische ontwikkelingen. Wanneer één of meerdere projecten niet doorgaan, neemt de resterende opgave navenant toe. Op dit moment bedraagt de resterende opgave naar schatting circa 0,17 TWh (+ eventueel alternatief Noordbroek), waarvoor nog geen concrete initiatieven in beeld zijn.
De gemeentelijke doelstelling maakt onderdeel uit van het regionale bod dat destijds in RESverband is vastgesteld en vervolgens is doorvertaald in het gemeentelijke zonneparkenbeleid.
Daarmee draagt Midden-Groningen een verantwoordelijkheid voor een bijdrage aan de regionale opgave.
Wij delen daarom niet de mening dat de gemeente haar bijdrage al ruimschoots heeft geleverd.
Wel is duidelijk dat Midden-Groningen, mede door de reeds vergunde en in procedure zijnde zonneparken, een buitenproportionele bijdrage levert aan de realisatie van de regionale en provinciale duurzaamheidsdoelstellingen.
Vraag 5
Rol van de gemeenteraad Vragen: • Afwijking van bestemmingsplan: Voor de locatie Siepweg zou zijn besloten om af te wijken van het bestemmingsplan (buitenplanse afwijking), zonder dat de raad daarin is meegenomen. Klopt dat, en waarom is de raad daar niet bij betrokken?
Antwoord van het college
Beantwoording Zoals eerder aangegeven in raadsbrief 257, beschikt de gemeenteraad in het kader van de Omgevingswet over een bindend adviesrecht bij aanvragen voor zonneparken. Nadat het maatwerktraject is afgerond en de vergunningaanvraag is ingediend, wordt de raad gevraagd advies uit te brengen over de verlening van de omgevingsvergunning. Dit is dus onderdeel van het formele vergunningentraject en niet van de eerdere planfasen.
Pagina:
7 van 9
Datum:
11 november 2025
Zaak:
1623138
Ons college betrekt bij de uiteindelijke besluitvorming de resultaten van dit raadsadvies, de bevindingen uit het participatieproces en de toetsing aan de ruimtelijke en milieutechnische criteria. De formele bevoegdheid voor vergunningverlening ligt bij het college van burgemeester en wethouders, maar het advies van de raad vormt een belangrijk onderdeel van de integrale belangenafweging.
Vraag 6
Nadeelcompensatie en informatievoorziening Vragen: • Verantwoordelijkheid planschade: o Wordt aan initiatiefnemers duidelijk gecommuniceerd dat zij verantwoordelijk zijn voor eventuele planschade aanwonenden?
Antwoord van het college
o En is het college op de hoogte van informatie dat planschade in sommige gevallen kan oplopen tot bedragen boven €100.000 per woning?
Beantwoording:
De gemeente wijst initiatiefnemers er nadrukkelijk op dat eventuele nadeelcompensatie (voorheen: planschade) als gevolg van de realisatie van een zonnepark volledig voor rekening van de initiatiefnemer komt. Daarom worden er bij alle zonneparkprojecten nadeelcompensatieverhaalsovereenkomsten afgesloten. De gemeente keert geen planschadevergoedingen uit. De omvang van mogelijke schade is afhankelijk van de individuele situatie, maar de risico’s worden vooraf helder gecommuniceerd.
Wij achten het echter onwaarschijnlijk dat de hoogte van eventuele planschadevergoeding of nadeelcompensatie als gevolg van de aanleg van zonneparken zal oplopen tot bedragen in de orde van €100.000 per woning, zoals hierboven gesuggereerd. Zulke hoge vergoedingen komen alleen voor bij uitzonderlijke situaties waarin sprake is van een directe, substantiële en aantoonbare waardedaling. Vaak is er sprake van een genuanceerder beeld en is de invloed op de woningwaarde doorgaans beperkt door de afstand tot bebouwing en de landschappelijke inpassing. De wet kent bovendien een forfaitair eigen risico van 2% en vergoedt alleen schade die niet tot het normale maatschappelijke risico behoort en niet tot op zekere hoogte voorzienbaar was. Daarnaast zijn de planologische effecten volgens vaste jurisprudentie slechts zelden voldoende zwaarwegend om te leiden tot hoge schadevergoedingen. De kans op dergelijke vergoedingen wordt daarom als zeer gering beschouwd.
Wij wijzen erop dat de uiteindelijke financiële verantwoordelijkheid voor eventuele schadevergoedingen volledig ligt bij de initiatiefnemer van het zonnepark, zoals ook is vastgelegd in de overeenkomst die de gemeente voorafgaand aan de vergunningverlening sluit.
Daarmee wordt voorkomen dat de gemeente financieel risico loopt.
Wat betreft directe compensatie van omwonenden (dit geldbedrag is dikwijls hoger dan een uitgekeerd planschadebedrag) geldt dat eventuele financiële afspraken tussen de initiatiefnemer c.q. exploitant en andere partijen dan de gemeente (inwoners) een privaatrechtelijke kwestie is en juridisch losstaat van de gemeente. Deze afspraken vallen buiten de gebiedsfondsregeling en wettelijke nadeelcompensatieregeling. De gemeente heeft
Pagina:
8 van 9
Datum:
11 november 2025
Zaak:
1623138
beperkte invloed op deze onderlinge - meestal in minnelijke sfeer overeengekomen - afspraken, maar streeft er wel naar dat eventuele financiële participatie op een eerlijke en gelijkwaardige manier plaatsvindt, zodat alle betrokken omwonenden naar verhouding kunnen profiteren en onenigheid of verdeeldheid wordt voorkomen.
Vraag 7
Zonneladder en alternatieven Vragen: • Alternatieven voor zonneparken: Onderzoek van Wageningen University laat zien dat slecht beheer van zonneparken negatieve gevolgen heeft voor biodiversiteit. Bekijkt Midden-Groningen ook alternatieven voor zonneparken, zoals zonnepanelen op daken, infrastructuur of agri-PV?
Antwoord van het college
• Alternatieve locaties binnen de zonneladder:
De provincie hanteert de zonneladder en locatievoorkeur (zonnepanelen eerst op daken en binnen bestaand stedelijk gebied).
Heeft de gemeente Midden-Groningen andere alternatieve locaties onderzocht, zoals stortplaatsen, zandwinplassen of parkeerterreinen?
Beantwoording:
De gemeente blijft inzetten op de uitgangspunten van de benoemde zonneladder: eerst zonnepanelen op daken en verhardingen, daarna op restgronden en pas in laatste instantie op landbouwgrond. Deze werkwijze is ook als zodanig opgenomen in beide beleidsstukken. Naast zon-op-dak is ook zon-op-land nodig om de doelstelling te realiseren. Zonnepark Siepweg maakt onderdeel uit van de lopende projecten binnen de RES 1.0, die gezamenlijk moeten bijdragen aan de regionale ambitie van 0,95 TWh duurzame energieproductie in 2030. Het project past daarmee in de bredere strategie voor de energietransitie in Midden-Groningen, waarin zorgvuldig ruimtegebruik, landschappelijke kwaliteit en participatie centraal staan.
Binnen het project Geerlandweg wordt deels ingezet op een pilot genaamd SolarMilk (verticale panelen); een vorm van agri-PV. Voor dit soort nieuwe innovaties – wat meervoudig ruimtegebruik mogelijk maakt - wordt dus ruimte geboden.
Conclusie Het zonnepark Siepweg bevindt zich in de afrondende fase van het maatwerktraject. De provincie zal in de komende wijzigingsronde van de Provinciale Omgevingsverordening de geometrische begrenzing vaststellen omdat dit project onderdeel uitmaakt van RES 1.0 en er geen zwaarwegende landschappelijke bezwaren zijn. Zodra dit is gebeurd en het ontwerp definitief is goedgekeurd, kan de vergunningaanvraag onder de Omgevingswet worden ingediend. De verwachting is dat dit begin 2026 zal plaatsvinden. De vergunningaanvraag voor zonnepark Geerlandweg wordt eind 2025 verwacht.
Draagvlak blijft een belangrijk aandachtspunt, maar vormt geen formele weigeringsgrond. Het participatieproces blijft de komende periode daarom een nadrukkelijk onderdeel van de aanpak.
Pagina:
9 van 9
Datum:
11 november 2025
Zaak:
1623138
De raad zal via het adviesrecht betrokken worden zodra de aanvraag aan de orde is. Tot die tijd blijft ons college zich, samen met de provincie, de initiatiefnemer en de omgeving, inspannen voor een zorgvuldig, transparant en goed onderbouwd proces dat recht doet aan zowel de ruimtelijke kwaliteit als de belangen van inwoners.
Bekijk de brief: 053A. Beantwoording schriftelijke vragen art 34 RvO zonnepark Siepweg GBMG
Bron: raadsinformatie van de gemeente Midden-Groningen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.