vragen - Financiële verordening 2024
Een raadslid stelde op 25 april 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- Voor openstaande vorderingen betreffende: a. onroerendezaakbelasting;b. precariobelasting;c. hondenbelasting;d. parkeerbelasting;e. rioolheffing;f. afvalstoffenheffing… → Er wordt in deze verordening regelmatig verwezen naar wetten en besluiten, mogelijk om deze als link ergens op te nemen?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Memo beantwoording beeldvormende vragen
zaaknummer
1501291
berichtnummer
1353035
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
4 april 2024 Beantwoording beeldvormende vragen over beeldvormende vragen financiële verordening 2024 Informatief
Door de fracties D66, Trots en VVD zijn vragen gesteld over de financiële verordening 2024. Hieronder treft u de beantwoording aan.
Fractie D66
# 1
Vraag Blz 3 aanbiedingsnota:
Nota hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen In Artikel 18.2 is vastgelegd dat eens in de vier jaar een nota belastingen, rechten, heffingen en prijzen wordt vastgesteld. Op dit moment is een dergelijke nota niet aanwezig en zal dus opgesteld worden. Deze nota zal in Q4 2024, gelijk aan de actualisatie van de overige financiële nota's aan de raad ter vaststelling aangeboden worden.
Antwoord Het klopt dat in de financiële verordening wordt verwezen naar nota’s die er nu nog niet zijn. Dit is een omissie die als gevolg van de invoering van de financiële verordening gedurende een overgangsperiode ontstaat.
Deze omissie zal z.s.m. (Q4 2024) verholpen worden.
6. Nota leningen en garantie beleid In artikel 19.2 is vastgelegd dat eens in de vier jaar een nota leningen en garantiebeleid wordt vastgesteld. Op dit moment is een dergelijke nota niet aanwezig en zal dus opgesteld worden. Wel is er een verordening gemeentegaranties geldleningen 2021 die bij de vaststelling van de notaleningen en garantiebeleid kan vervallen. De nota leningen en garantiebeleid zal in Q4 2024, gelijk aan de actualisatie van de overige financiële nota's aan de raad ter vaststelling aangeboden worden.
D66
pagina
1/4
2
In hoeverre botst dit met het per 01-01-2023 van kracht laten zijn van deze financiële verordening?
8. Heroverweging financiële verordening in 2026 Los van de vraag of de model financiële verordening van de VNG komende jaren wordt aangepast is na een paar jaar een eigen heroverweging van deze financiële verordening op zijn plaats. Dit geeft de raad actief de gelegenheid om, gebaseerd op de
De planning is om dit met de nieuwe raad, op basis van het Raadsakkoord, plaats te laten vinden.
Memo beantwoording beeldvormende vragen
dan opgedane ervaring, de financiële verordening aan te passen of om deze bewust ongewijzigd in stand te laten.
D66
3
D66
4
D66
5…
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Voor openstaande vorderingen betreffende: a. onroerendezaakbelasting;b. precariobelasting;c. hondenbelasting;d. parkeerbelasting;e. rioolheffing;f. afvalstoffenheffing, Hoort precariobelasting hier wel bij?
Antwoord van het college
Er wordt in deze verordening regelmatig verwezen naar wetten en besluiten, mogelijk om deze als link ergens op te nemen?
In de vigerende nota Waardering en afschrijving activa 2021 investeringen en afschrijvingen is €50.000 als grensbedrag opgenomen.
Ja, precario is meer dan ondergrondse leidingen maar ook reclame en terrasbelastingen.
Het is niet gebruikelijk om in verordeningen links naar wetgeving op te nemen. Wel zijn de desbetreffende links hieronder opgenomen.
•
pagina
Trots
1
Trots
2
2/4
Kan het college iets meer toelichten waarom er voor een normbedrag van 100.000 euro is gekozen?
Kan het advies van de auditcommissie worden toegevoegd?
Algemeen Gemeentewet
• Artikel 8 Wet houdbare overheidsfinanciën.
• Artikel 21.1 Financiële verhoudingswet
• Artikel 22:
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten Zie toegevoegde memo
Het is aan de Audit Commissie om een aanvullend advies aan de raad te geven.
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Trots
3
In de afgelopen jaren is er een flinke stijging te zien in de uitnutting van de post onvoorzien. Waarom verwacht het college dat een bedrag van 100.000 euro afdoende zal zijn?
Er is onderscheid tussen de wettelijk verplichte post onvoorzien vanuit het toezichtskader en de onvoorziene uitgaven vanuit de begrotingscyclus.
De wettelijke verplichte post onvoorzien kent in 2020 en 2021 geen en in 2022 een kleine uitnutting. Over 2023 is deze wel volledig uitgenut.
VVD
1
Wat is de oorzaak dat de aanpassing van de financiële verordening nu pas plaats vindt, terwijl de wet al per 1 januari 2023 is ingegaan?
VVD
2
Op welke criteria is het bedrag van 100.000 euro gebaseerd?
VVD
3
Welk rapportage grensbedrag werd eerder door de accountant gehanteerd?
VVD
VVD
pagina
3/4
4
5
In de aanbiedingsnota op pagina 2, eerste alinea schrijft u: “Hoe lager de rapportagegrens, hoe groter de kans dat de rechtmatigheidsverantwoording geen getrouw beeld geeft met als gevolg dat de kans op een afkeurende accountantsverklaring toeneemt”.
Kunt u deze gedachte uitleggen?
Hoeveel werk is het om de verantwoordingsgrens nu al lager te zetten dan 3 %? En welke risico’s levert een lagere grens op, afgezien van een afkeurende accountantsverklaring?
Gelet op deze historie zien wij geen aanleiding om voor de post onvoorzien een ander normbedrag te hanteren.
De aanpassingen zijn noodzakelijk door de gewijzigde regelgeving vanuit de Bado en BBV. Deze zijn pas in de loop van 2023 vastgesteld met een ingangsdatum van 1 januari 2024.
Gemeenten zijn afhankelijk van de invoering van de regelgeving vanuit het Ministerie.
Zie toegevoegde memo.
In het controleprotocol 2022 is vastgelegd dat de accountant elke fout of onzekerheid gelijk aan dan wel groter dan € 156.700 rapporteert.
Baker Tilly heeft in controlerapport over 2022 een rapporteringstolerantie van €88.500 gehanteerd zijnde 5% van de goedkeuringstolerantie (€1.770.000) Bij de bespreking met de Audit Commissie is dit ook aan bod gekomen.
Hoe lager de rapportagegrens hoe gedetailleerder de raad over individuele onrechtmatigheden geïnformeerd wil worden, hoe gedetailleerder de controles ingestoken moeten worden om deze onrechtmatigheden te kunnen opsporen en duiden, hoe groter het risico is dat onrechtmatigheden niet worden ontdekt en in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen, hoe groter de kans is dat de accountant moet constateren dat de rechtmatigheidsverantwoording geen getrouw beeld geeft met een afkeurende accountantsverklaring tot gevolg.
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Het is nu nog niet in te schatten hoeveel werk het is om de verantwoordingsgrens lager te zetten dan 3%. De hoeveelheid werk is ook afhankelijk van de mate van verlaging van de verantwoordingsgrens.
Het verlagen van de verantwoordingsgrens is wellicht een groei model voor de toekomst maar dat vergt voor de ambtelijke en de bestuurlijke organisatie nog wel een gewenning voor de nieuwe wet- en regelgeving. Dat is voor nu nog een te grote stap.
pagina
4/4
Bekijk de brief: Beantwoording vragen - Financiële verordening 2024
Bron: raadsinformatie van de gemeente Pijnacker-Nootdorp (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.