vragen fracties Eerlijk Alternatief, D66, Progressief PN, CDA, TROTS en VVD - Beleidsplan schuldhulpverlening 2025-2029
Een raadslid stelde op 16 oktober 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Memo beantwoording beeldvormende vragen
zaaknummer
1615092
berichtnummer
1474739
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
2 oktober 2025 Beantwoording beeldvormende vragen over beleidsplan schuldhulpverlening 2025-2029 Informatief
Door de fracties van Eerlijk Alternatief, Progressief Pijnacker-Nootdorp, Trots, D66, CDA en VVD zijn vragen gesteld over het beleidsplan schuldhulpverlening 2025-2029 (agendapunt 4b). Hieronder treft u per fractie de beantwoording aan.
Eerlijk Alternatief Vraag 1 De evaluatie noemt externe factoren zoals inflatie, oorlog in Oekraïne en de coronacrisis als aanleiding voor toegenomen bestaansonzekerheid. Hoe is hiermee rekening gehouden in het nieuwe beleidsplan?
Antwoord Naar aanleiding van de genoemde externe factoren hebben we met de maatregelen uit het Actieplan Bestaanszekerheid 2023-2024 een reeks maatregelen ingezet om inwoners te ondersteunen en verdere escalatie van problematiek te voorkomen. Een specifieke maatregel was om de personele capaciteit voor schuldhulpverlening en vroegsignalering te vergroten. Naar aanleiding van de evaluatie van het Actieplan is besloten deze capaciteit structureel te maken. Sinds dit jaar is deze capaciteit structureel toegevoegd aan de teams en komt deze ook ten behoeve van de uitvoering van het nieuwe beleidsplan.
Vraag 2 Zijn er scenario’s opgenomen voor toekomstige (economische) crises?
Antwoord Nee. We monitoren de instroom in schuldhulpverlening en houden op die manier een vinger aan de pols of de capaciteit toereikend is voor het aantal hulpvragen.
Vraag 3 In 2023 is de aflostermijn voor schuldregelingen verkort van 36 naar 18 maanden. Wat zijn de effecten hiervan op door- en uitstroom?
Antwoord Het is nog te vroeg om iets te zeggen over de effecten. In juli 2023 is de wijziging ingegaan. Dat betekent dat schuldregelingen die in juli 2023 zijn gestart in januari 2025 eindigen. We hebben dit jaar een aantal schuldregelingen die eindigen, maar nog te weinig om iets te zeggen over het effect op de door - en uitstroom. Het is wel onze verwachting dat we gaan merken dat de doorstroom sneller zal gaan.
Vraag 4 Hoe verschilt dit van de doorlooptijden die in 2021 -2023 gangbaar waren?
Antwoord Zie antwoord op vraag 3.
pagina
1/8
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Vraag 5 In de evaluatie staat dat communicatie en zichtbaarheid zijn verbeterd (o.a. platform vragenovergeld.nl), maar dat 40% van de inwoners nog niet weet waar ze hulp kunnen vinden. Welke nieuwe communicatieacties kunnen we verwachten om dit percentage verder omlaag te brengen?
Antwoord De Rijksoverheid start, in samenwerking met Geldfit.nl, regelmatig een landelijke campagne gericht op mensen met geldzorgen. De komende beleidsperiode willen we met onze lokale communicatie aansluiten op de landelijke initiatieven, om zo gebruik te kunnen maken van het bereik van een landelijke campagne en die boodschap ook lokaal uit te dragen. Daarnaast blijven we de Week van het Geld benutten en de krachten bundelen binnen het netwerk Preventie, Schuldhulpverlening en Nazorg .
Tot slot zorgen onze inspanningen op vroegsignalering er ook voor dat we inwoners eerder bereiken en een hulpaanbod doen.
Vraag 6 Hoe worden de KPI’s geborgd binnen de P&C-cyclus? Of hoe vaak en in welke vorm word de raad over de KPI’s geïnformeerd?
Antwoord In de P&C-cyclus wordt niet specifiek gerapporteerd over de KPI’s, maar wel over de uitvoering van schuldhulpverlening. Door middel van jaarlijkse voortgangsrapportages wordt de raad geïnformeerd over de stand van zaken van de KPI’s.
Vraag 7 Wat zijn de financiële risico’s als het aantal aanmeldingen verder toeneemt, en welke scenario’s zijn daarvoor doorgerekend?
Antwoord We monitoren de instroom in de schuldhulpverlening en houden op die manier een vinger aan de pols of de capaciteit toereikend is voor het aantal hulpvragen. Onlangs is de extra capaciteit die beschikbaar was vanuit het Actieplan Bestaanszekerheid structureel gemaakt. Met de huidige aangevulde capaciteit kunnen wij een bepaalde hoeveelheid inwoners helpen. Als het aantal aanmeldingen verder toeneemt, kan de uitvoering onder druk komen te staan.
pagina
2/8
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Progressief Pijnacker-Nootdorp Vraag 1 In de evaluatie staat in de conclusie over de vroegsignalering het volgende, "De aankomende beleidsperiode is het van belang om onze vroegsignaleringsaanpak verder te verstevigen" Wij zien in het beleidsplan niet concreet terug waar deze versteviging uit bestaat. Kan het college hier een toelichting op geven?
Antwoord Deze versteviging bestaat uit het verder op orde brengen van de dataregistratie . In het beleidsplan zijn KPI’s benoemd voor vroegsignalering. De komende beleidsperiode willen we een beter inzicht krijgen in de opvolging van signalen, de hulpacceptatie van inwoners en doelrealisatie van het ondersteuningstraject.
Vraag 2 In het beleidsplan wordt aandacht gegeven voor jongeren als doelgroep. We lezen oa dat we in pilotvorm starten met de JPF-aanpak om te beproeven welke meerwaarde deze aanpak heeft voor onze jongeren. Hoe ziet die pilot er uit? Wanneer is het college voorne mens deze pilot te starten en wanneer wordt deze geëvalueerd?
Antwoord De pilot is half september gestart. De pilot bestaat uit een schuldhulpverlener en een kernteammedewerker, die ieder uren hebben gekregen voor hun deelname aan de pilot. De schuldhulpverlener neemt het regelen van de schulden voor haar rekening en de kernteammedewerker de trajectbegeleiding. Per jaar helpen we vijf jongeren. De looptijd van de pilot is twee jaar. Daarna volgt een evaluatie.
Vraag 3 Bij het al dan niet toelaten van een verzoeker tot de schuldhulpverlening is het van belang dat het college onder meer beoordeelt of schuldhulpverlening bijdraagt aan het vergroten van de kans op participatie." (pg. 17) Wat verstaat het college onder participatie? Wat als werk op dat moment niet mogelijk is of ingeval van ziekte/ arbeidsbeperking voldoende inkomen uit werk niet lukt?
Antwoord In het Plan van Aanpak ‘Werken, werken aan en meedoen!’ zijn een drietal perspectieven beschreven (werken, werken aan en meedoen) om de (arbeids)participatie van inwoners met een bijstandsuitkering te vergroten. Vanuit schuldhulpverlening sluiten we aan op deze perspectieven op participatie. Waarbij we altijd proberen de financiële zelfredzaamheid van inwoners te versterken. Voor wie dit niet haalbaar blijkt bieden we een vangnet en ondersteuning gericht op het bereiken van een stabiele situatie.
pagina
3/8
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Trots Vraag 1 In de reactie aan het ASD wordt op de vraag over het eerder toezenden van stukken geantwoord:” Wij zullen ernaar streven in het vervolg hier rekening mee te houden.” Waarom luidt het antwoord niet: ”Deze stukken zullen wij u ruim voor de presentatie doen toekome n”?
Antwoord Indien mogelijk willen wij de stukken ruim voor de presentatie doen toekomen. In bepaalde gevallen ontkomen we er naar verwachting niet aan dat een andere werkwijze nodig is.
Vraag 2 Wij zien een stijgende lijn in het aantal problematische schulden. Kan het college aangeven waar deze stijgende lijn door komt? Graag uitgesplitst in de verschillende doelgroepen / oorzaken.
Antwoord In Nederland zien we een toename van het aantal problematische schulden vanwege het terugvorderen van de steunmaatregelen die de Rijksoverheid in de coronaperiode beschikbaar stelde aan ondernemers. Ondernemers zijn een doelgroep die wij ook duidelijk terug zien komen bij schuldhulpverlening en vroegsignalering. Verder zien wij dat de woningmarkt ook een rol speelt.
Doordat er te weinig betaalbare woningen zijn en de woningmarkt zelf op slot zit (beperkte doorstroming, lange wachtlijsten voor sociale huur, etc.), wonen sommige mensen noodgedwongen te duur voor hun inkomen. Ook zijn de kosten voor de dagelijkse uitgaven (boodschappen, energie, etc.) omhoog gegaan. Verder zien we binnen schuldhulpverlening de laatste tijd meer verslavings- en gokproblematiek terug. Cijfers van de GGD ondersteunen dit beeld en laten zien dat het percentage mensen dat online gokt in onze gemeente hoger ligt dan het gemiddelde in Haaglanden (5,6% onder jongeren 12-18 jaar tegen 3,9% in Haaglanden en 24,5% onder 16-25 jarigen tegen 19,3% in Haaglanden). We zijn aan het kijken hoe we de expertise van de schuldhulpverleners op deze problematiek kunnen vergroten.
Vraag 3 Wij begrijpen dat schuldhulpverlening in een aantal gevallen komt vanuit de hoek van vrijwilligersorganisaties zoals Preventie, Schuldhulpverlening en Nazorg – waar SWOP, Bibliotheek Oostland, Gro up buurtwerk, Humanitas, Schuldhulpmaatje en Kerk en Zorg Schulden en schaamte vormen vaak een duo en je schuldhulpverlener tegen komen in een winkel is misschien niet wat mensen willen. Deze organisaties kennen niet een beroepsgeheim.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Pijnacker-Nootdorp (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.