vragen gesteld tijdens presentatie 'kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale' dd 16 april 2024
Een raadslid stelde op 30 mei 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Memo beantwoording beeldvormende vragen
zaaknummer
1507789
berichtnummer
1359596
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
14 mei 2024 Beantwoording beeldvormende vraag n.a.v. presentatie kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden Informatief
Tijdens de presentatie over de kaderstellende notitie voor het omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden is een beeldvormende vraag gesteld. Hieronder treft u de beantwoording aan.
Vraag 1 Op dia 13 van de presentatie staat dat er geen beroep tegen de vaststelling van het omgevingsprogramma mogelijk is. Er staat ook dat er wel beroep mogelijk is tegen delen van een omgevingsprogramma die specifieke rechtsgevolgen hebben. Kunt u dit nader toelichten en daarvan een voorbeeld geven?
Antwoord Het omgevingsprogramma is een nieuw instrument. Meestal verwijzen wij naar het omgevingsprogramma alsof alle omgevingsprogramma’s hetzelfde zijn. Dat is echter niet het geval. De Omgevingswet beschrijft vier soorten omgevingsprogramma’s:
1. Vrijwillige omgevingsprogramma’s;
2. Verplichte omgevingsprogramma’s;
3. Verplicht omgevingsprogramma bij (dreigende) overschrijding van omgevingswaarden en
4. Programma's met een programmatische aanpak.
In onze omgevingsvisie hebben wij opgenomen dat wij deze nader uitwerken in omgevingsprogramma’s.
Daarmee bedoelen wij vrijwillige omgevingsprogramma’s. Het vrijwillig omgevingsprogramma is veelzijdig en kan worden ingezet voor een sectorale, multisectorale of gebiedsgerichte uitwerking van beleid. Dit type omgevingsprogramma is vrijwel altijd alleen zelfbindend. Dat betekent dat alleen het bestuur zelf gebonden is aan hetgeen in het omgevingsprogramma staat. Aangezien het dus niet bindend is voor derden, staat er meestal geen beroep open tegen de vaststelling van een programma.
Een voorbeeld dat door de wetgever wordt genoemd is een fietsactieplan en gemeentelijk rioleringsplan (Kamerstukken II 2013/14, 33962, nr. 3, p. 115 en 298).
Wanneer een omgevingsprogramma specifieke rechtsgevolgen heeft, dan is het wel mogelijk om tegen de vaststelling beroep aan te tekenen. Dat geldt dus alleen voor programma’s of delen van programma’s die rechtstreeks toestemming of een titel geven voor activiteiten. Een voorbeeld dat door de wetgever wordt genoemd is een beheerplan voor een Natura2000-gebied (Kamerstukken II 2013/14, 33962, nr. 3,
p. 299).
Een ander voorbeeld van specifieke rechtsgevolgen voor derden is een omgevingsprogramma met een programmatische aanpak. Dit type omgevingsprogramma bepaalt de ruimte voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Daarin wordt de ruimte verdeeld om de doelen voor een goede kwaliteit van de leefomgeving te bereiken.
Een dergelijk omgevingsprogramma wordt vooral gemaakt wanneer in een gebied omgevingswaarden of andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving onder druk staan. Het omgevingsprogramma dient dan als kader voor de beoordeling van de toelaatbaarheid van activiteiten, waardoor een
pagina
1/2
Memo beantwoording beeldvormende vragen
beoordeling kan afwijken van de reguliere regels. Dit is bijvoorbeeld handig als een nauwkeurig beheer van de gebruiksruimte mogelijk en gewenst is, doordat niet voldaan wordt of dreigt te worden voldaan aan een omgevingswaarde. Dit type programma is gebaseerd op de ervaringen met het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
pagina
2/2
Bron: raadsinformatie van de gemeente Pijnacker-Nootdorp (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.