10 mei 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Baarle-Nassau

3.6 - Beantwoording Schriftelijke vragen (art. 38) CDA permanente bewoning en OW def

Een raadslid stelde op 10 mei 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau (10 vragen).

In het kort

10 vragen en wat het college antwoordt

  • Hebt u kennisgenomen van het Berenschot-rapport en de brief van de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening? → Ja
  • Is het juist dat een bestemmingswijziging niet nodig is om permanente bewoning door middel van een objectgebonden vergunning mogelijk te maken? → omdat bewoning van recreatiewoningen in het bestemmingsplan (vanaf 1 jan 2024 omgevingsplan) niet is toegestaan, is vergunningverlening alleen mogelijk met een buitenplanse omgevingsplan…
  • Is het juist dat de gemeente eigenaren van een woning op Bungalowpark L’Air Pur thans bij wijze van buitenplanse afwijking een objectgebonden vergunning kan verlenen? → Zie antwoord op vraag 2.
  • Is het juist dat bij een massale aanvraag van zo’n objectgebonden vergunning verwacht mag worden dat dit leidt tot, zoals de minister zegt, het ontstaan van grote… → Nee, met ingang van de omgevingswet vervalt überhaupt de mogelijkheid om vergunningen van rechtswege te verlenen.
  • Is het juist dat bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet uitsluitend objectgebonden vergunningen mogelijk zijn? → Nee, de gemeente heeft ook de mogelijkheid om andere dan objectgebonden vergunningen te verlenen, zoals tijd- en of persoonsgebonden.
  • Is het juist dat persoonsgebonden gedoogbeschikkingen bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet de moeten worden omgezet in objectgebonden vergunningen? → Zie antwoord op vraag 5.
  • Is het juist dat de gemeente niet anticipeert op de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 en handhavingsbeleid inzake permanente bewoning op… → Ja dat is juist, omdat bewoning van recreatiewoningen niet is toegestaan.
  • Indien het antwoord op vraag 7 bevestigend luidt: is dit een toepassing van de oproep van minister Ollongren in haar brief van 10 maart 2021 aan de Tweede Kamer om de… → De ‘brief’ van 10 maart 2021 bestond uit het geven van antwoorden op gestelde vragen inzake handhaving illegale permanente bewoning op een vakantiepark in Midden-Groningen.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN ART. 38 RVO -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Aan Van Portefeuillehouder Vragensteller Onderwerp Datum ingekomen Datum beantwoording

De gemeenteraad van de Gemeente Baarle-Nassau Het college van burgemeester en wethouders Burgemeester De Hoon-Veelenturf/ Wethouder van Tilborg Cees de Jong namens CDA permanente bewoning op vakantieparken i.r.t. Omgevingswet 20 maart 2023 17 april 2023

Zaaknummer

1028548

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Ontvangen vragen plus inleiding:

Op 1 januari 2024 wordt de Omgevingswet van toepassing. Dit brengt met zich, zo concludeerde de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in zijn brief van 20 mei 2022 aan de Eerste Kamer, dat gemeenten in staat worden gesteld om objectgebonden vergunningen voor permanente bewoning van recreatiebewoningen te verlenen via de reguliere procedure, zonder dat sprake is van een peildatum en zonder het risico op het ontstaan van (aanzienlijke aantallen) vergunningen van rechtswege.

De minister baseerde zijn conclusie op het Berenschot-rapport ‘Effecten wijziging Bor permanente bewoning recreatiewoningen’, d.d. 22 maart 2022. Paragraaf 3.1 van dit rapport begint met een beschrijving van de huidige situatie: ‘Het toestaan van permanent bewonen van recreatiewoningen heeft te maken met het bestemmingsplan.

Een bestemmingsplan is een plan dat geldt voor een verzameling van percelen. Per perceel zijn één of meer bestemmingen toegekend met bijbehorende regels. Deze regels zijn de concrete vertaalslag van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van wat men wel en niet mag doen op het perceel.’ In casu rust op Bungalowpark L’Air Pur een recreatiebestemming en geen woonbestemming. Het vestigen van een dubbelbestemming, wat een bestemmingswijziging met zich brengt, is niet nodig bij binnenplanse afwijking, mits het bestemmingplan daartoe de mogelijkheid biedt, en een buitenplanse afwijking is mogelijk bij het verlenen van een objectgebonden vergunning.

Op 6 februari 2023 zijn alle eigenaren van een woning op Bungalowpark L’Air Pur – ongeacht of zij een Persoonsgebonden gedoogbeschikking hebben – schriftelijk geïnformeerd over het handhavingsbeleid inzake permanente bewoning. Deze brief heeft grote onrust veroorzaakt.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Hebt u kennisgenomen van het Berenschot-rapport en de brief van de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening?

Antwoord van het college

Ja

Vraag 2

Is het juist dat een bestemmingswijziging niet nodig is om permanente bewoning door middel van een objectgebonden vergunning mogelijk te maken? Zo neen, waarom niet? Bij de vragen is gebruik gemaakt van de terminologie van de huidige wetgeving. Let op! Bij de beantwoording gaan we ervan uit dat gedoeld wordt op de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt.

Antwoord van het college

omdat bewoning van recreatiewoningen in het bestemmingsplan (vanaf 1 jan 2024 omgevingsplan) niet is toegestaan, is vergunningverlening alleen mogelijk met een buitenplanse omgevingsplan activiteit, ofwel door wijziging van het omgevingsplan. Medewerking kan alleen verleend worden als het gemeentelijk beleid (omgevingsvisie) dit toelaat en dit niet in strijd is met het beleid van de provincie (omgevingsverordening).

Vraag 3

Is het juist dat de gemeente eigenaren van een woning op Bungalowpark L’Air Pur thans bij wijze van buitenplanse afwijking een objectgebonden vergunning kan verlenen? Zo neen, waarom niet?

Antwoord van het college

Zie antwoord op vraag 2.

Vraag 4

Is het juist dat bij een massale aanvraag van zo’n objectgebonden vergunning verwacht mag worden dat dit leidt tot, zoals de minister zegt, het ontstaan van grote aantallen vergunningen van rechtswege?

Antwoord van het college

Nee, met ingang van de omgevingswet vervalt überhaupt de mogelijkheid om vergunningen van rechtswege te verlenen.

Vraag 5

Is het juist dat bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet uitsluitend objectgebonden vergunningen mogelijk zijn? Zo neen, waarom niet?

Antwoord van het college

Nee, de gemeente heeft ook de mogelijkheid om andere dan objectgebonden vergunningen te verlenen, zoals tijd- en of persoonsgebonden. Daarnaast is er de mogelijkheid van wijziging van het omgevingsplan.

Vraag 6

Is het juist dat persoonsgebonden gedoogbeschikkingen bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet de moeten worden omgezet in objectgebonden vergunningen? Zo neen, waarom niet?

Antwoord van het college

Zie antwoord op vraag 5.

Vraag 7

Is het juist dat de gemeente niet anticipeert op de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 en handhavingsbeleid inzake permanente bewoning op Bungalowpark L’Air Pur niet opschort voor de resterende periode tot 1 januari 2024? Zo ja, waarom?

Antwoord van het college

Ja dat is juist, omdat bewoning van recreatiewoningen niet is toegestaan. Daarbij heeft de gemeente de beginselplicht om te handhaven, zolang er geen concreet zicht op legalisatie bestaat.

Vraag 8

Indien het antwoord op vraag 7 bevestigend luidt: is dit een toepassing van de oproep van minister Ollongren in haar brief van 10 maart 2021 aan de Tweede Kamer om de ‘menselijke maat’ te betrachten bij handhaving op permanente bewoning van recreatiewoningen? Zo neen, waarom niet? Zo ja, waar blijkt dat uit?

Antwoord van het college

De ‘brief’ van 10 maart 2021 bestond uit het geven van antwoorden op gestelde vragen inzake handhaving illegale permanente bewoning op een vakantiepark in Midden-Groningen. In die antwoorden verwees de minister naar haar brief van 8 december (kamerbrief 701) waarin zij de oproep heeft gedaan om de menselijke maat te hanteren.

Deze oproep was destijds echter direct gekoppeld aan de coronapandemie: “Op 3 april jl. heeft de Minister voor Milieu en Wonen in een brief aan Uw Kamer gemeenten opgeroepen de menselijke maat te betrachten in de handhaving op permanente bewoning van recreatiewoningen. Deze oproep geldt onverkort, ook tijdens deze tweede coronagolf.” (Citaat uit de Kamerbrief) Dit laat onverlet dat wij bij de uitvoering van ons handhavingsbeleid alle omstandigheden wegen, dus ook de individuele belangen. Hierbij hebben wij met name oog hebben kwetsbare bewoners en hun vervolghuisvesting. De bewoners krijgen de tijd om vervolghuisvesting te zoeken.

Vraag 9

Indien het antwoord op vraag 7 bevestigend luidt: heeft de gemeente, zoals minister Ollongron in haar brief van 10 maart 2021 aan de Tweede Kamer heeft gesteld, bij de handhaving op permanente bewoning van recreatiewoningen oog gehad voor de perspectieven op vervolghuisvesting van de – veelal kwetsbare – eigenaren van een woning op Bungalowpark L’Air Pur? Zo neen, waarom niet? Zo ja, waar blijkt dat uit?

Antwoord van het college

Zie antwoord op vraag 8.

Vraag 10

Bent u bereid om de raad een transcriptie van de mondelinge beantwoording van voorgaande vragen te verschaffen? Zo neen, waarom niet?

Antwoord van het college

Bij deze.

Bekijk de brief: 3.6 - Beantwoording Schriftelijke vragen (art. 38) CDA permanente bewoning en OW def

Bron: raadsinformatie van de gemeente Baarle-Nassau (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Baarle-Nassau

Alle artikel 35-vragen in Baarle-Nassau