Aanvulling beantwoording schriftelijke vragen fractie Ulicoten (002)
Een raadslid stelde op 29 juni 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Aanvulling beantwoording schriftelijke vragen fractie Ulicoten d.d. 9 juni 2022, naar aanleiding van het voorstel tot vaststellen van de Geurgebiedsvisie, de Verordening geurhinder en veehouderij en de Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder, gemeente Baarle-Nassau Deze schriftelijke reactie is bedoeld ter aanvulling op de mondelinge beantwoording van deze vraag in de vergadering van de Commissie Ruimte en Economie op 14 juni 2022
Vraag 1 In artikel 8, lid 1 van de Wet geurhinder en veehouderij lezen we dat bij het bepalen van een andere waarde of afstand in een gemeentelijke geurverordening de gemeenteraad in ieder geval de huidige en de te verwachte geursituatie vanwege de veehouderijen in het gebied betrekt. In de geurgebiedsvisie wordt aangegeven wat de huidige geursituatie is, door het leefklimaat als maatstaf te gebruiken, maar volgens ons ontbreekt de te verwachte geursituatie vanwege de veehouderijen in het gebied. Dit zou namelijk inzicht geven in de te verwachte afname van geurbelasting en de mate waarin het leefklimaat verbetert. In de geurgebiedsvisie wordt reeds aangegeven wat het trendmatig- en groeiscenario is, maar wat is concreet de te verwachte geursituatie vanwege veehouderijen in onze gemeente, nádat de Verordening geurhinder en veehouderij is vastgesteld, uitgedrukt in een kwantitatieve maatstaf?
Beantwoording vraag 1:
Ten behoeve van de geurgebiedsvisie is er onderzoek verricht naar de ontwikkeling in de geurbelasting in het verleden (periode 2000 – 2010 – 2020) en is een scenario-onderzoek uitgevoerd op basis van de vigerende (voorgrond) geurnormen in de ABG-gemeenten en de provinciale normen t.a.v. de maximale achtergrondbelasting.
Er is t.b.v. de geurgebiedsvisie geen scenario-onderzoek uitgevoerd m.b.t. de ontwikkeling van de geurbelasting op basis van het voorstel voor de aangepaste (voorgrond) geurnormen en de voorgestelde gemeentelijke normen t.a.v. de achtergrondbelasting, die kunnen worden gezien als een aanvulling op de provincie normen t.a.v. de maximale achtergrondbelasting. Wel is op basis van gebiedskenmerken en eerder geformuleerd beleid een onderbouwing aangegeven voor een aanpassing c.q. aanvulling van de geurnormen. Dit om bij ontwikkeling van veehouderijen in zogenaamde overbelaste situaties de afname van geuremissie extra te borgen, de geurnormen rond de bebouwde kom aan te passen gelet op de gewenste ontwikkeling in die kernrandzone, ruimte te blijven geven voor ontwikkeling van veehouderijen binnen de geurnormen en duidelijkheid te bieden over de toetsing van ruimtelijke initiatieven m.b.t. de geurbelasting uit stallen van veehouderijen. Dit is gemotiveerd en onderbouwd in de geurgebiedsvisie en het raadsvoorstel.
In onderstaande tabel is een kwantitatief overzicht opgenomen van het aantal verblijfsobjecten in de verschillende deelgebieden, gelegen binnen de gemeente Baarle-Nassau, zoals gehanteerd in de geurgebiedsvisie en het raadvoorstel m.b.t. het vaststellen van de geurverordening en de beleidsregel.
Tabel 1 Achtergrondbelasting geur uit stallen in 2010 en 2020 op huidige verblijfsobjecten (BAG) in de gemeente Baarle-Nassau in vergelijking met de provinciale geurnormen m.b.t. achtergrondbelasting: 10 Ou voor de bebouwde kom (deelgebied A) en 20 Ou voor het buitengebied (deelgebieden B, C en D). Exclusief verblijfsobjecten behorende bij een veehouderij.
Deelgebied Aantal objecten totaal
A B C D Totaal
2296 180 1158 292 3926
Geen overschrijding provinciale normen in 2010 en 2020 2119 169 1102 182 3572
Overschrijding provinciale norm alleen in 2010
Overschrijding provinciale norm in 2010 en 2020
Overschrijding provinciale norm alleen in 2020
109 6 14 39 168
68 5 42 69 184
0 0 0 2 2
In tabel 2 is het voorstel m.b.t. aanpassing c.q. aanvulling van de geurnormen per deelgebied weergegeven Deelgebied
Huidige voorgrondnorm
Raadsvoorstel voorgrondnorm
Achtergrondnorm provincie
Raadsvoorstel achtergrondnorm
gemeente
gemeente
A Bebouwde kom
3 Ou
3 Ou
10 Ou
10 Ou
B Zone beperkingen veehouderij rond kernen
14 Ou
5 Ou
20 Ou
13 Ou (wonen)
C Zone beperkingen veehouderij rond natuur
14 Ou
8 Ou
20 Ou
20 Ou
D Agrarisch kerngebied en overig buitengebied
14 Ou
10 Ou
20 Ou
20 Ou
gemeente
20 Ou (Vab/nietwonen)
28 Ou (Vab/nietwonen)
De voorgestelde aanscherping van de geurnormen in deelgebieden B en C is vooral ingegeven door de aard van het gebied en de gewenste toekomstige ontwikkeling van dat gebied. De aanscherping van de geurnormen in deelgebied D is bedoeld om de gemeentelijke geurnormen beter te laten aansluiten bij de provinciale norm m.b.t. achtergrondbelasting. Tevens stuurt een norm van 10 Ou bij een ontwikkeling van veehouderijen die niet gepaard gaat met een planologische procedure, meer op een afname van de geurbelasting in bestaande overbelaste situaties. Als er wel sprake is van een
planologische ontwikkeling, dan is de werking van de voorgestelde voorgrondnorm vergelijkbaar met de werking van de provinciale achtergrondnorm voor het buitengebied.
In de bijgevoegde kaart (bijlage kaart 1) is voor de gemeente Baarle-Nassau de begrenzing van de deelgebieden weergegeven in combinatie met de ligging van veehouderijen, de verblijfsobjecten en de achtergrondbelasting op verblijfsobjecten in relatie tot de voorgestelde toetswaarden t.a.v. achtergrondbelasting (in 2020). Een vergelijkbare kaart is gemaakt voor de ontwikkeling van de geurbelasting in de periode tussen 2010 en 2010 (bijlage kaart 2) Kaart 1 (ook als aparte bijlage toegevoegd)
Vraag 2: In de geurgebiedsvisie wordt voorgesteld om voor het herbestemmen van VAB-locaties te werken met een maximale achtergrondbelasting van 28 Ou als norm, maar de provincie is het hier niet mee eens, afgaande op de zienswijze die zij heeft ingediend. Een maximale achtergrondbelasting van 28 Ou zou in strijd zijn met provinciale regelgeving. Hoe ziet het college de juridische verhouding tussen de provincie Noord-Brabant en de gemeente Baarle-Nassau in deze kwestie, en verwacht zij dat een norm van maximaal 28 Ou achtergrondbelasting standhoudt? Waarom wel of niet?
Beantwoording vraag 2: zie de reactie op de zienswijze van de provincie in de Nota van Zienswijzen (Zienswijze 6, bladzijde 19-21). De gemeente heeft de beleidsruimte om een voor een verblijfsobject waarvoor geen geurnormen gelden maar enkel vaste afstanden, zoals woningen die voorheen bij een veehouderij behoorden, een eigen afweging te maken m.b.t. de maximale toegestane achtergrondbelasting. In de Nota van Zienswijzen is gerefereerd aan een uitspraak van de Raad van State. De zienswijze van de provincie en onze reactie daarop is in een ambtelijk overleg met de
provincie toegelicht en besproken. Op basis van dit overleg blijven we van mening dat er geen sprake van strijdigheid met provinciale regels van hogere orde.
Vraag 3: Indien de verwachting is dat een norm van maximaal 28 Ou achtergrondbelasting niet standhoudt bij de provincie in de context van het herbestemmen van VAB-locaties, hoe denkt het college dan om te gaan met het herbestemmen van VAB-locaties, waarbij de situatie is dat de VABlocatie in de geurcontour van een nabijgelegen agrariër ligt die de bedrijfsvoering nog wel doorzet?
Beantwoording vraag 3: zie het antwoord bij vraag 2
Vraag 4: Hoeveel vergunningen voor veeteelt zijn er in de gemeente Baarle-Nassau afgegeven, waarvan bekend is dat niet de volledige ruimte wordt benut (in aantallen vee), of waar zelfs helemaal geen vee meer wordt gehouden? Wat is de ruimte (in Ou) tussen de afgegeven vergunning en de voorgestelde normen in zone A, B, C en D van bedrijven zoals bedoeld in de eerste volzin en hoe is het college van plan om hiermee om te gaan? Hoe draagt de Verordening geurhinder en veehouderij bij aan het reduceren van geurbelasting in deze situaties, als blijkt dat er bedrijven zijn die nog voldoende ruimte vergund is om uit te breiden?
Beantwoord vraag 4: Er is bij de gemeente geen gebiedsdekkend overzicht beschikbaar over de onderbenutting van veehouderij-locaties. Veehouders verstrekken aan het Rijk informatie over het aantal aanwezige dieren per locatie, maar die gegevens mogen niet individueel herkenbaar worden gedeeld door het rijk en zijn dus niet beschikbaar. Wel is er informatie op het niveau van de gemeente als totaal beschikbaar via het CBS.
Er zijn verschillende kengetallen waarmee de ontwikkeling van de omvang van het aantal dieren kan worden weergeven. Zo geven veehouderijbedrijven via de landbouwtelling jaarlijks aan hoeveel dieren ze houden. Voor het houden van varkens en pluimvee zijn productierechten nodig en voor melkvee fosfaatrechten. Een veehouderij heeft een omgevingsvergunning of heeft een melding in het kader van het Activiteitenbesluit gedaan. Een deel van de veehouderijen heeft ook een natuurvergunning op basis van het aantal dierplaatsen en stalsystemen. Deze geven een indicatie van de potentiële omvang van het aantal dieren. Vergund c.q.…
Bekijk de brief: Aanvulling beantwoording schriftelijke vragen fractie Ulicoten (002)
Bron: raadsinformatie van de gemeente Baarle-Nassau (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.